Droomstad

Vorige week maandag stond de Leidse Schouwburg in het teken van dromen. Negen sprekers kregen tijdens een inspirerende avond ieder negen minuten de tijd om te schetsen hoe Leiden er in 2030 uit zou zien als hun dromen werkelijkheid zouden worden. Sommige sprekers hadden daar moeite mee. De een omdat hij de wetten en praktische bezwaren vreesde die hier tussen droom en daad nogal eens in de weg blijken te staan, de ander juist omdat er in achttien jaar zoveel kan veranderen, dat al te ver vooruitkijken zinloos lijkt.

Laten we eens achttien jaar teruggaan in de tijd: Leiden, 1994. B&W moesten ook toen 15 miljoen bezuinigen, alleen ging het destijds nog om guldens. Volgens de Winkelatlas Zuid-Holland verloor onze stad als winkelstad terrein en de binnenstadwinkeliers schreeuwden moord en brand: er moest iets gebeuren. Het antwoord van de gemeente luidde ‘Bereikbare kwaliteit’. De Aalmarktplannen luisterden toen nog naar de naam ‘Sleutelhof-project’, er zou op termijn een parkeergarage worden gebouwd bij de Morspoort, De Rijksweg 11 West en de Ringweg Oost stonden hoog op de agenda én de tram moest terug: vanuit Alphen over bestaand spoor naar Lammenschans en vervolgens via de binnenstad naar de kust.

De meeste dromen zijn bedrog, zong Marco Borsato in datzelfde 1994 al. Van alle hierboven genoemde, veelal zeer concrete plannen die ik uit de kranten van dat jaar viste, zijn er achttien jaar later welgeteld nul verwezenlijkt. Je zou het een nachtmerriescenario kunnen noemen. En tóch werd er vorige week gedroomd. En ik droom, hoop en bid vurig mee: dat over nog eens achttien jaar dan toch tenminste het vooralsnog door heel Leiden omarmde Singelpark gestalte heeft gekregen. Al was het maar om te bewijzen dat we in Leiden niet alleen durven dromen, maar ook durven doen.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

Gemaintiendraai

Eind januari wees een onderzoekje in mijn eigen wijk uit dat meer dan de helft van de autobezitters die er parkeerden de blauwe zone-regels aan hun laars lapten. Ik wijdde er een column aan en vrij snel daarna – ik suggereer bewust een causaal verband – begon de gemeente met het uitdelen van bekeuringen. Sindsdien is de parkeerdruk in de wijk drastisch verminderd. ‘Je maintiendrai’, ik zal handhaven, luidt de wapenspreuk van ons land, en dat is natuurlijk niet voor niets.

De wapenspreuk van Leiden, ‘Haec libertatis ergo’, zou je met een beetje goede wil kunnen vertalen met ‘Vrijheid, blijheid’ – en ook dat lijkt niet voor niets: ‘Fiets fout’ is rond het station niet langer ‘fiets weg’, omdat deze plaatselijke verordening volgens een Haagse rechter juridisch onjuist is geformuleerd. De regel dat de Leidse horeca bij buitenevenementen gebruik moet maken van herbruikbare eco-glazen wordt op 30 april bij het eerste het beste evenement al gerecycled. En als de Milieudienst West-Holland met een gat in de begroting blijkt te kampen, wordt ook dat met gemaintiendraai gedicht: dan wordt er het komende jaar toch gewoon wat minder gecontroleerd?

Al jaren heeft Leiden een Modellenboek Gevelreclame. Nu de gemeente dan eindelijk begonnen is met het aanpakken van de volgens dit modellenboek verboden stoepborden en de lokale middenstand zo waar zelfs op de vingers wordt getikt, is de VVD er als de kippen bij met een voorstel dit stoepbordverbod te heroverwegen. Volgens de liberalen zou er bij diezelfde middenstand namelijk geen draagvlak meer zijn voor dit verbod. De overtreder laten bepalen of regels wenselijk zijn of niet, het lijkt me de omgekeerde wereld. Maar tegelijkertijd toont het aan dat het hier met het draagvlak voor onze wapenspreuk voorlopig nog wel goed zit!

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

#BM071

Vrijdag werd in café Storm de Leidse Twitter Top 25 gepresenteerd. Omdat er in onze stad veel getwitterd wordt, achtte Cedric van der Ploeg, tweedejaars student journalistiek in Utrecht, de tijd rijp voor een selectie van Leidse tweeps die het followen waard zijn. In zo’n Top 25 ontbreken natuurlijk meer namen dan erin staan, dus ben ik er trots op dat ook ik een plekje in de lijst en in het bijbehorende magazine heb weten te bemachtigen. Op verzoek schreef ik hiervoor een gastcolumn, waarin ik concludeer dat Leiden een echte Twitterstad is.

De burgemeester van deze Twitterstad twittert niet. Vorige week kondigde zijn collega Hoes van Maastricht aan te stoppen met twitteren omdat 140 tekens geen ruimte zouden bieden voor nuance, en eerder twitterde de burgervader van Hulst zich tot landelijk nieuws door na een overval op een Chinees restaurant hier schijtlollig de dlaak mee te steken. Misschien heeft Henri Lenferink dus groot gelijk dat hij nog altijd niet aan het microbloggen is geslagen. Desondanks stond hij begin deze maand op Twitter plots in het middelpunt van de belangstelling. De gemeenteraad van Nijmegen vergaderde over een nieuwe burgemeester en de geruchten dat de kansen van onze Lenferink groeiden werden steeds heviger. Leidse tweeps hielden de ontwikkelingen via de hashtag #BM024 nauwlettend in de gaten, om pas tegen tweeën een virtuele zucht van verlichting te slaken: Lenferink bleef in Leiden.

Vorige week blogde hij dat het allerminst zeker is dat hij zich in 2015 beschikbaar stelt voor een derde Leidse termijn. Mocht hij dat doen, dan is het wat hem betreft behalve aan de gemeenteraad ook aan de Leidse bevolking om zich hierover uit te spreken. De unaniem opgeluchte tweets na De Nacht van Nijmegen bewijzen echter dat hij daarvan weinig te vrezen heeft.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

Reprise

Sinds het LAKtheater in 1983 verhuisde van een zolder aan het Levendaal naar het universitaire WSD-complex aan de Cleveringaplaats, was het financieel een zorgenkindje. Toen onderwijsminister Deetman in 1986 in zijn bezuinigingsplannen stelde dat faciliteiten voor studenten voor rekening van de gemeente moesten komen en niet langer deel mochten uitmaken van de begroting van de universiteit, keerde de – toen nog ‘Rijks’ – universiteit Leiden zich fel tegen dit Haagse voornemen. Maar 22 jaar later was het de universiteit zelf die aangaf dat het exploiteren van een theater zeker in tijden van bezuinigingen niet tot de kerntaken van een onderwijsinstelling mag worden gerekend. Het voortbestaan van het LAK kwam daarmee in 2008 serieus in gevaar.

Wat volgde was een protestactie, waarvan u zich de postertjes die de stad rood kleurden ongetwijfeld zult herinneren. Deze actie was in zoverre succesvol dat de universiteit de politiek meer tijd gaf om de exploitatie van het vlakkevloertheater over te nemen of onder te brengen. In blessuretijd wist de gemeente echter niet te scoren en dus ‘valt het doek’, zoals veel media woordspelerig kopten, nu alsnog.

GroenLinks is er nog niet klaar mee en zet in op een reprise. Een petitie op de weblog van Pieter Kos, waarin de universiteit wordt aangesproken op haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, werd vanuit het hele land al veelvuldig ondertekend. Ook door mij, al heeft de universiteit daar waarschijnlijk lak aan en zal ze niet terugkomen op een reeds in 2008 genomen besluit – een besluit dat ik tot op zekere hoogte nog begrijp ook. Wat ik alleen niet begrijp is waarom de universiteit theater níét, en – afgaande op de peperdure renovatie van het Universitair Sportcentrum komende zomer – sport blijkbaar wél tot haar kerntaken rekent.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

Cijferfetisjisme

Voor iemand die beweert geen cijferfetisjist te zijn, bevatte het rapport waarmee hij driftig stond te zwaaien toch opvallend veel cijfertjes. Geert Wilders wil terug naar de gulden en een Londens onderzoek heeft – in opdracht van de blonde verlosser – feilloos aangetoond dat dat een meer dan uitstekend plan is. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt… En dus gaven de gulden-sceptici op voorhand al geen stuiver voor de voorspelbare onderzoeksresultaten. Conclusies zijn immers te koop, zelfs als het wetenschappelijk onderzoek betreft, zo bewees wetenschapper Diederik Stapel onlangs even onbedoeld als onomstotelijk.

Als de gemeente Leiden een onderzoek zou hebben laten doen naar het lokale vestigingsklimaat voor ondernemers, en onze stad was daarin met een rapportcijfer van een 7,3 als beste uit de bus gekomen, dan zou ik daar geen column aan wijden. Maar nu Deloitte met een onafhankelijk rapport aantoont dat Leidse ondernemers verreweg het meest tevreden zijn over hun vestigingsplaats, dan is dat nieuws. Goed nieuws ook, dat mij vorige week aangenaam wist te verrassen.

Dat Leiden punten laat liggen op bereikbaarheid is dan weer wat minder verrassend, maar dat de deskundigheid van ambtenaren hier het hoogst gewaardeerd wordt, is toch een eyeopener. Onze stad doet het op alle fronten goed en komt ook als het om cultureel en recreatief aanbod gaat als beste uit de verf. Ik vroeg me nog wel even af of een bovengemiddelde tevredenheid over de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel niet impliceert dat we hier met een overschot aan hoogopgeleide werkzoekenden te maken hebben, maar laat ik de pret niet bederven. Want cijferfetisjist of niet, een 7,3 is een mooi cijfer dat ook nog eens volop ruimte biedt voor verbetering. Op naar de cum laude!

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

Verdwaald

‘Toen ik hier kwam wonen, 30 of meer jaar geleden, had men het al over een parkeergarage. Nu pas komt die er. Het duurt wel lang hier in Nederland, hè?’ Aan het woord is Elco Brinkman, die anderhalve week geleden in het tv-programma Profiel zijn auto door Leiden sturend het onderwerp Morspoortgarage ter sprake bracht. Nadat er na jaren dan eindelijk een politiek besluit op tafel lag, probeerden omwonenden de werkzaamheden twee weken geleden alsnog te dwarsbomen door bij de rechter te stellen dat met het kappen van acht bomen ‘een prachtig stadsbos’ verloren zou gaan.

Een door een handjevol bomen omzoomde lap asfalt ‘een prachtig stadsbos’ noemen snijdt net zoveel hout als het door vier manshoge palmpjes geflankeerde terras van De la Soul, aan de andere kant van de Morspoort, tot ‘imposant tropisch regenwoud’ bombarderen. Toch kon de rechter zich vinden in deze ridicule redenering: hij verbood de bomenkap. Maar dankzij een minstens zo opmerkelijk argument vond een paar dagen later de gemeente weer het recht aan haar zijde. De Milieudienst West Holland voorzag een mogelijke verbetering van de luchtkwaliteit als de bomen werden gekapt: omdat de wind dan vrij spel krijgt, blijven uitlaatgassen minder lang hangen. Dat verhaal klinkt niet alleen nogal gezocht, het gaat bovendien niet meer op zodra op de plek van die bomen een parkeergarage verrijst.

In Nederland, maar zeker in Leiden, verdwalen we steeds vaker in een woud van procedures. De besluitvorming rond de Morspoortgarage is daar een sterk staaltje van. Inhoudelijke en waarachtige argumenten maken naarmate de tijd vordert plaats voor tegenwerpingen die slechts door de kleine lettertjes van de wet worden ingefluisterd en dus juridisch kansrijk zijn. En intussen ziet de Leidenaar door de bomen het stadsbos niet meer.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column

Geheugen

Het levert steevast mooie tv op: iemand die terugkeert naar het huis waar hij zijn jeugd doorbracht. Hoeveel jaren er ook verstreken en hoeveel latere bewoners ook aan de woning vertimmerden, de ruimten vullen zich onmiddellijk met herinneringen en de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Zelf had ik het – zij het in mindere mate – toen ik vorige week na jaren weer eens in de Universiteitsbibliotheek was. De herinneringen aan mijn studietijd waren al heel lang niet zo levend geweest.

Ik was in de UB voor een bescheiden tentoonstelling van topografische prenten. Een groot deel van de geëxposeerde platen was afkomstig uit het ‘Museum Bodellianum’, en dat bracht nog meer herinneringen boven. Tijdens mijn studie heb ik voor ‘De Boekenwereld’, een tijdschrift voor de bibliofiele medemens, een artikel geschreven over de Leidse verzamelaar Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis (1797-1872), die er in zijn grachtenpand aan het Rapenburg een imposante collectie kaarten en prenten op nahield.

De expositie, onderdeel van het Geheugen van Nederland en nog tot eind april in Leiden te zien, toont ons steden in vervlogen tijden. De prenten laten zien hoe vroegere inwoners zich door hun stad bewogen. Maar tegelijkertijd maken ze duidelijk dat er maar heel weinig veranderd is: hun stad is ook onze stad, een stad die je – zoals het huis waarin je opgroeide – op een oude prent direct herkent. De mens mag dan met zijn tijd meegaan, de stad blijft zichzelf en overleeft ons allemaal. In het pand aan de Langebrug waar Rembrandt bijna vier eeuwen geleden zijn eerste schilderslessen volgde, kun je nu terecht om een überhippe Segway te huren, waarmee je je als een kind van onze moderne tijd door het oude, trouwe Leiden kunt bewegen. Het Leiden van Rembrandt, maar ook van Bodel Nijenhuis. Mooi toch?

Geef een reactie

Opgeslagen onder Column