Rap

Twee weken geleden schreef ik hier over de twee nationale betonprijzen die dit jaar aan Leidse projecten waren toegekend. Diezelfde woensdag, bij de uitreiking van de eveneens tweejaarlijkse Rijnlandse Architectuur Prijs in Scheltema, gingen zowel de jury- als de publieksprijs ook al naar onze stad. De vakjury koos nogal verrassend voor het knusse nieuwe studentenwijkje aan de Langebrug, het publiek bleek ons ‘achtste wereldwonder’ inmiddels daadwerkelijk omarmd te hebben: de ondergrondse Lammermarktgarage, die ook al een betonprijs won, was opnieuw succesvol.

Peter van Swieten, voorzitter van het Rijnlands Architectuur Platform (RAP), opende de avond van de prijsuitreiking met de observatie dat architectuur overal is, in tegenstelling tot andere kunstvormen, die je bewust moet opzoeken in bijvoorbeeld musea en theaters. Voor zorgvuldig gecomponeerde teksten hoeft u trouwens maar op woensdag naar pagina 3 van De Leydenaer te bladeren, óf… een uitreiking van een architectuurprijs bij te wonen. Want de twee intermezzo’s van de innemende slamdichter Patrick Ribeiro stonden deze avond als een huis. Zijn ten onrechte soms net iets te bescheiden maar – hoe toepasselijk – ‘rap’ gebrachte gedichten bleken solide constructies van voortreffelijk gekozen en dus rake woorden, vol zinnige zinnen en met een fabelachtige flow en verrassende, sympathieke invalshoeken.

Eind vorige eeuw alweer attendeerde ik de uitgever waarvoor ik werkte op ene ‘Doordevil’, die de ene na de andere bijdrage op internetforums postte. Pas jaren later zou deze Doordevil bij diezelfde uitgever debuteren als P. Kouwes en intussen woont hij in Leiden en is hij onder zijn eigen naam Nico Dijkshoorn bekend. Ik zou zeggen: dames en heren uitgevers, Patrick Ribeiro uit Hoogvliet, check die naam. En rap een beetje!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Dag Sinterklaasje!

Burgemeester Lenferink ontbrak anderhalve week geleden bij de dit jaar wat rommelige maar daarom niet minder feestelijke intocht van Sint Nicolaas in onze stad. Gaf hij daarmee gehoor aan de actiegroep No More Blackface, die hem met klem had opgeroepen zich niet bij de intocht te vertonen? Vast niet, maar het weerzien van Sinterklaas met locoburgemeester Strijk op het podium op de Beestenmarkt leverde wel een hilarisch onderonsje op: ‘Ik heb je hier vorig jaar gemist, Robert,’ zei de goedheiligman. ‘Ja, dat klopt Sinterklaas, ik had wat anders te doen,’ reageerde Strijk gevat.

Dit is precies het soort subtiele en samenzweerderige humor – voor de goede verstaander, en net als de nog altijd oeverloze zwartepietendiscussie over de hoofden van de kleintjes heen – dat het kinderfeest voor mij nog altijd zo de moeite waard maakt. Want Robert Strijk was tijdens de intocht vorig jaar wel degelijk van de partij, alleen droeg hij toen geen ambtsketen maar een plakbaard, was hij gehuld in een rode tabberd en had hij een mijter op zijn hoofd.

Maar goed, na maandenlang zwartepieten in de media, de burgemeesterloze maar feestelijke intocht, scheepsladingen schoencadeautjes én het heerlijke avondje van gisteren, is het Sinterklaashuis in De Waag inmiddels weer verlaten. Met stille trom is Sint vertrokken, en dat heeft elk jaar toch weer iets ondankbaars: zodra alle pakjes zijn uitgepakt, keurt niemand de gulle gever nog een blik waardig. Wel een intocht, maar geen uittocht. In het kader van de Winter Wonder Weken in onze stad, zie ik een groots uitzwaaifeest voor me, waarmee Leiden dankbaar afscheid neemt van Sinterklaas en waarin vervolgens de Kerstman zijn entree maakt. De opening van de drijvende ijsbaan op de Nieuwe Rijn lijkt me hiervoor een heel mooie gelegenheid.

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Betonspook

Toen Trouw zich vorige maand afvroeg of er een ‘betonspook’ door ons land waarde, moest ik aan de jaarlijkse Woord van het Jaar-verkiezing denken. Dezelfde krant had het ook al heel creatief over de ‘Eindhovense ziekte’, toen een constructiefout in een dit voorjaar deels ingestorte parkeergarage ook in betonprojecten buiten Eindhoven een groot risico bleek te vormen. Over beton lees je nou ook zelden eens iets leuks of gezelligs. De bijnaam Ron Beton, die de bouwlustige Leidse wethouder Ron Hillebrand hier de eerste zes jaar van dit millennium verwierf, was dan ook allerminst een koosnaampje.

In de week dat met de plaatsing van zeven kolossale betonnen schaaldaken een belangrijke stap werd gezet in de nieuwbouw van De Lakenhal, was er meer betonnieuws in onze stad. Heuglijk nieuws voor de verandering, want twee andere projecten sleepten een belangrijke Betonprijs in de wacht. In de categorie ‘bruggen en viaducten’ ging de tweejaarlijkse prijs naar onze Catharinabrug. Waar de Rijnen samenstromen, in het hart van de binnenstad dus, bewijst deze ook naar mijn smaak fraaie, slechts 27 centimeter dunne brug hoe sierlijk en subtiel betonconstructies kunnen zijn. Als het maar niet té dun en subtiel is, denk ik nu, met de Eindhovense ziekte in gedachten.

De tweede Betonprijs, die in de categorie ‘uitvoering’, ging naar de 22 meter diepe Lammermarktgarage. ‘Een spectaculair gebouw,’ oordeelde de jury, die met name oog had voor de procesmatige uitdagingen. Tijdens de bouw van ons ‘achtste wereldwonder’ werd volgens de deskundigen regelmatig de grens opgezocht van wat technisch mogelijk is. Opnieuw denk ik aan Eindhoven, waar die grens net overschreden werd, en ik vraag me af hoe dun de grens tussen een prijs en ineenstorting eigenlijk is. Maar misschien zie ik betonspoken…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Zhdun (2)

‘Het mormel’, ‘een zeekoe’, ‘Snorp’ en ‘a tubby gray blob’ – zo werd het beeld Homunculus Loxodontus van Margriet van Breevoort al liefkozend genoemd. In de zomer van 2016 was het nog de publieksfavoriet van de openluchttentoonstelling Beelden in Leiden, waarna de zittende zeeolifant verhuisde naar het LUMC. In Rusland werd het beeld een hit op internet, en dan vooral in de sociale media, waar het opdook in talloze gephotoshopte plaatjes. Zhdun heet hij daar, of: Zjdoen – ‘de wachtende’. Dit jaar kocht een Russisch mediabedrijf de rechten en inmiddels is er een animatieserie in de maak.

Op een kunstbeurs in Den Haag liep ik vorige maand bij toeval een tweede exemplaar van Zhdun tegen het vadsige lijf. Het was alsof ik een oude bekende tegenkwam. Maar tegelijk dacht ik: hoort dit Leidse mormel eigenlijk niet in De Lakenhal thuis en zou het daar niet op Trix-achtige wijze als publiekstrekker kunnen gaan fungeren? Als ik er curator moderne kunst was, zou ik het zonder enige aarzeling aankopen. Een leuke cashcow ook voor de nieuwe museumwinkel, allemaal van die pluchen Zhduntjes…

Wie nu denkt dat ik doordraaf, moet voor de grap eens op AliExpress kijken, de Chinese webwinkel van Sinkel die anderhalve week geleden – op 11 november, tijdens de ooit zelf in het leven geroepen Singles Day – op één zaterdag maar liefst 25 miljard dollar omzette. U vindt onze Zhdun er in alle soorten, maten en kleuren – voor een paar euro tikt u al een leuk, ongetwijfeld door kinderhandjes in elkaar gezet exemplaar op de koddige kop. De Russen en Chinezen een beetje kennend gaat het hier om handel die Margriet van Breevoort in zekere zin in haar eigen creatie verandert: in een beeldend kunstenaar die tot sint-juttemis wacht op het geld waar ze als schepper van Zhdun gewoon recht op heeft.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Slimme prullenbak

‘Hier papier. Dank u wel!’ Van mijn eerste bezoekje aan de Efteling herinner ik me vooral Holle Bolle Gijs, de pratende prullenbak. Eind jaren vijftig kreeg hij een plekje in het sprookjesbos om er een einde te maken aan de groeiende hoeveelheid zwerfvuil. Slim, zeker voor die tijd, want Gijs was uitgerust met een afzuigsysteem, een sensor en een tweesporenbandrecorder waarvan de tape wekelijks vervangen moest worden – dat dan weer wel.

Onze stad experimenteert meer dan vijftig jaar later ook met slimme prullenbakken, twitterde wethouder Strijk vorige week. Ik dacht dat hij daarmee doelde op de vier nogal lompe Bigbelly’s, die al sinds de zomer in de binnenstad te vinden zijn. Want die zijn behoorlijk slim. Niet omdat ze praten (dat doen ze niet), of een handgreep én een voetpedaal hebben en voorzien zijn van een geïntegreerd asbakje (want dat hebben en zijn ze wel), maar wél omdat ze het afval samenpersen, de reinigingsdienst een seintje geven als ze geleegd moeten worden en daarvoor met het zonnepaneel aan de bovenkant ook nog eens hun eigen energie opwekken. Ze kunnen volgens de Amerikaanse website van de leverancier trouwens nog veel meer, maar ik denk niet dat de gemeente de Wi-Fi- en iBeacon-opties heeft laten activeren.

Maar de foto bij de tweet van Strijk toont de net iets minder lompe prullenbak die wij hier al veel langer kennen. Twee medewerkers van de gemeente staan ernaast en zijn met een rolletje dubbelzijdig Tesa-tape in de weer. Mijn voorgevoel: die Bigbelly loopt te veel in de hier-papieren en Leiden wil proberen of een eigen houtje-touwtje-plakbandjes-variant niet net zo goed functioneert. Het zal mij benieuwen hoeveel provisorisch aangebrachte sensoren er daarbij in hun eigen prullenbak belanden, maar goed, wie gelooft er nu ook in sprookjes?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Niet te filmen

‘Rotterdam is niet te filmen, Rotterdam is vééls te écht,’ dichtte ras-Rotterdammer Jules Deelder over de stad waarvoor ik sinds een paar maanden drie dagen per week ’s ochtends mijn minstens zo echte Leiden verlaat. Vanuit ‘Rotown’, de enige metropool van Nederland, is het in het overzichtelijke en compacte Leiden elke werkdag ook weer heerlijk thuiskomen. Want anders dan in die moderne grootstad aan de Maas is alles in ons historische stadje aan de Rijn uitstekend te belopen en te behappen.

Het prima filmaanbod bijvoorbeeld, al dreigde ik tijdens de twaalfde editie van het Leids Internationaal Film Festival vorige week toch wel even kopje onder te gaan. Maar liefst 15 films zag ik, en vergeleken met mijn vrouw – die er vrij voor nam en er 21 bekeek – is zelfs dat nog aan de bescheiden kant. Buiten het LIFF om is het met twee zalen in het Kijkhuis, drie in het Trianon en vijf in het Lido allemaal heel goed te doen. Maar daar dreigt verandering in te komen.

Binnen een paar jaar opent in het cultuurkwartier aan de Lammermarkt het nieuwe Kijkhuis, met vijf in plaats van twee filmzalen. Daarnaast zijn er vergevorderde plannen voor een heuse ‘megabioscoop’ in het stationsgebied, met maar liefst acht zalen. In al die plannenmakerij blijven Trianon en Lido ook nog eens gewoon bestaan, en daarmee gaat Leiden dus van 10 zalen nu naar – telt u mee? – 21 zalen in pak hem beet 2020. Meer dan een verdubbeling dus, met een filmaanbod dat logischerwijs eveneens meer dan twee keer zo groot zal uitpakken. Ik ga niet zeggen dat dit te veel van het goede of niet te filmen zou zijn, want het vooruitzicht wekelijks kopje onder te kunnen gaan in het filmaanbod van een bruisende culturele stad klinkt wel heel erg aanlokkelijk. Helemaal als die stad ons enige echte eigen Leiden is!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leiden Draait Door

Twee weken geleden promoveerde Onno Blom aan de Leidse Universiteit op zijn vuistdikke biografie ‘Het litteken van de dood’, over het leven en werk van Jan Wolkers. De avond voordat het hora est zou klinken was hij te gast in De Wereld Draait Door, dat de hele uitzending aan de tien jaar eerder op 81-jarige leeftijd overleden schrijver en schilder wijdde. En dat terwijl Wolkers niet eens een Amsterdammer was. Voor één keer was DWDD nu eens geen verkapte AT5-talkshow, maar had de hele uitzending zo op Unity TV gekund. En dat terwijl Wolkers ook al niet uit Leiden kwam.

Behalve Onno Blom waren de Leidenaren Casper Faassen en Jochem Myjer te gast, de beide paranimfen (zeg maar: bruidsmeisjes) van de promovendus. En ook de in Nieuw Leyden woonachtige Nico Dijkshoorn was in zijn rol van huisdichter van de partij. Een prachtig stukje Leiden Promotie dus, al speelde onze stad maar een bescheiden rol. Niet erg, want Leiden draait wel door en zal mede dankzij Bloms noeste arbeid ongetwijfeld de boeken ingaan als dé stad van Wolkers.

Werk in de Lakenhal, een bronzen beeldje in het Plantsoen en zijn Ode aan Rembrandt aan de Oegstgeest-zijde van het station (Oegstgeest is wel het geboortedorp van Wolkers) toonden Wolkers’ band met de stad waar hij als kunstenaar geboren werd al aan. Als de Lakenhal en Universiteit Leiden de financiering rondkrijgen, is onze stad, zo werd vlak na de uitzending van DWDD bekend, ook de eerst aangewezene om de door Blom minutieus doorgeploegde artistieke nalatenschap van de kunstenaar te verwerven. Ik hoop maar dat er bij de herinrichting van de Lakenhal nog een zaaltje kan worden vrijgemaakt. Vooruitlopend hierop is er in de nieuwe culturele hotspot Marktsteeg 10 nu al een erg mooie foto-expositie met portretten van Jan Wolkers te zien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column