GenX

Toeval bestaat niet. Net toen ik vorige week in de trein naar huis de dop van mijn hergebruikte, in ons hotel met Limburgs kraanwater gevulde flesje had geschroefd, een slok had genomen en bedacht had dat dit water toch écht zuiverder smaakte dan dat wat er in Leiden uit de kraan komt, zag ik op mijn telefoon de eerste alarmerende berichten over een mogelijk kankerverwekkende stof in Leids drinkwater. Ik moest letterlijk en figuurlijk even slikken: na de eieren met fipronil nu dít weer!

Thuis dook ik, na een glaasje water voor de schrik, in de feiten – voor zover die natuurlijk openbaar zijn gemaakt. Het leek allemaal wel mee te vallen: van de bewuste stof, GenX, is om te beginnen niet eens onomstotelijk aangetoond dat het kankerverwekkend is. Daarbij blijft de dosis van 5,8 nanogram per liter ver onder de grens van de 150 nanogram die door het ministerie van Volksgezondheid als veilig wordt beschouwd. Maar aan de andere kant: de fluorverbinding kan niet worden afgebroken en hoopt zich in de loop der jaren dus alleen maar verder op.

De vermoedelijke vervuiler is Chemours in Dordrecht, dat jaarlijks 2035 kilo van deze troep in de Afgedamde Maas mag lozen, precies daar waar Dunea ons drinkwater wint. ‘Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’ gaat in dit geval niet helemaal op, want juist óns water – het water uit Katwijk, de verst van Dordrecht gelegen productielocatie van Dunea – vertoont de hoogste meetwaarde en is dus het meest vervuild. Het zorgwekkendst vind ik eigenlijk nog dat onze drinkwaterleverancier overheden nu oproept bij het verlenen van vergunningen als die aan Chemours rekening te houden met waterwingebieden en de kwaliteit van het drinkwater. Dat dat tot dusver blijkbaar niet gebeurde, is in mijn ogen een schande. Een schande van het zuiverste water!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Plark

‘Veel bomen stonden te kwarren,’ las ik vorige maand in het Leidsch Dagblad. Kwarren, oei! Da’s natuurlijk voor niemand leuk, dacht ik nog voor ik het woord had opgezocht. De redactie van de Van Dale leek de definitie van kwarren al decennia ongemoeid te hebben gelaten: ‘Te velde staan zonder noemenswaard te groeien, maar ook zonder dood te gaan,’ leerde het lijvige lexicon me. Iets met voltooid leven dus, maar dan bij gewassen. Het krantenbericht ging over de struweelzone rond molen De Valk (struweel: nog zo’n heerlijk vergetelwoord!). Een ontwerp van tuinarchitect Piet Oudolf had rigoureus korte metten gemaakt met het kwarrende groen op de molenterp.

Tijdens de bouwvak lag de inrichting van het evenementenplein (of wordt het nu toch een park?) rond de molen even stil, maar de contouren van paden en groenzones zijn al duidelijk waarneembaar. Meer dan 2,2 miljoen euro kost de aanleg van dit nieuwe park (of plein dus) volgens een inmiddels verdwenen projectbord, waarop dit bedrag overigens om onduidelijke redenen was afgeplakt. De molenterp maakt deel uit van het ‘plark’, dat op zijn beurt weer deel uitmaakt van het Singelpark. En of het nu een plein of een park wordt: volgens mij wordt het prachtig!

De tijd van kwarren is sowieso voorbij in onze binnenstad: het wordt er steeds mooier, maar daarvoor moet er ook gehakt worden. En waar gehakt wordt, daar wordt gemopperd. Alsof die Oudolf de eerste de beste is die het zomaar op een snoeien zet, zijn er altijd weer betweters die menen dat de molenterp in tact had moeten blijven. De internationaal vermaarde tuinarchitect ontwierp onder meer de High Line en de Gardens of Remembrance in New York, en nu dus ook het plark op het dak van onze ondergrondse parking. En dan weet je: het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

GO en goh

Ik dacht eigenlijk dat Pokémon GO, dé hype van vorige zomer, een stille dood gestorven was, maar wereldwijd blijken maar liefst 12 miljoen gebruikers dit spel nog dagelijks te spelen. Vorige week liep er opeens weer een grote groep hunters door mijn wijk. Een stevige zomerbui trotserend tuurden ze naar de bedruppelde schermen van hun op krachtige powerbanks aangesloten smartphones. In een nieuwe versie van de game zijn door met een grote groep op jacht te gaan ook in Leiden weer talloze nieuwe virtuele wezentjes te vangen, vandaar.

Ook Erfgoed Leiden en Omstreken heeft de jacht geopend, en in het project Lens op Leiden wordt ook u uitgedaagd. Niet om in de straten van onze stad op fantasiediertjes te jagen, maar om maar liefst 90.000 foto’s uit de collectie van het archief een plek op de kaart van Leiden te geven. Als twee deelnemers dezelfde locatie hebben gemarkeerd, wordt de foto voor iedereen zichtbaar op een digitale plattegrond. GO! dacht ik. Het was toch hondenweer…

Ik googelde de website, maakte een account aan en kreeg een zwart-witfoto van een geveltje aan het Noordeinde te zien. Niet dat ik het direct herkende, maar dat stond erbij, inclusief het huisnummer. Ik opende Google Streetview voor de exacte locatie, markeerde het camerastandpunt en de kijkhoek op de kaart van Leiden en kweet mij zo van mijn nobele maar nu niet bepaald spannende taak. Volgende! Opnieuw het Noordeinde. Het pandje ernaast. En daarna het volgende pand, en toen het geveltje daarnaast. Goh… Zoals het Pokémon GO-virus mij nooit te pakken heeft gekregen, zag ik ook hier niet echt de lol van in. Ik logde uit en sloot mijn pc af. Het was intussen droog en de zon scheen. Doelloos slenterde ik door de langzaam opdrogende binnenstad. Leiden ‘in real life’: mooier dan de mooiste foto.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Ja ja…

Politiek Leiden gaf eerder aan zich grote zorgen te maken over de lokale journalistiek. Ja ja, dacht ik dus, toen de gemeenteraad pal voor het zomerreces bij meerderheid een voorstel aannam dat de Leidse huis-aan-huisbladen definitief de nek omdraait. Want als u deze column wilt blijven lezen, moet u dat binnenkort actief met een sticker op uw brievenbus kenbaar maken. Geen sticker wordt als de huidige nee-nee-sticker geïnterpreteerd. De gevolgen voor deze krant en voor het Leids Nieuwsblad, met daarin de Stadskrant van de gemeente zelf, laten zich raden: kleinere oplages, dalende advertentie-inkomsten en een wisse dood.

Mijn collega-columnist op deze pagina, Dick de Vos, lijkt minder gehecht aan zijn krant en aan zijn column dan ik, want uitgerekend hij was het die dit voorstel namens zijn Partij voor de Dieren indiende. ‘Wie een gratis krant wil ontvangen, moet dat aangeven,’ aldus De Vos in de toelichting op zijn aangenomen ‘opt-in-motie’. In Amsterdam – dat als lichtend voorbeeld diende, maar waar de invoering van de ja-ja-sticker nadat de reclamebranche naar de rechter stapte al maanden op zich laat wachten – blijven huis-aan-huis verspreide kranten als deze opvallend genoeg trouwens buiten schot: bij hoofdstedelingen met een stickerloze brievenbus mogen gratis kranten wél worden bezorgd.

Deze krant wordt duurzaam gedrukt op gerecycled papier met FSC-keurmerk, en de uitgever doet er alles aan de mogelijke milieu-effecten van de verspreiding van dit nieuwsblad tot een minimum te beperken. Blijkbaar is dat niet genoeg en is de stad beter af als het Leidse medialandschap nog verder wordt uitgehold. Denkt u daar net als ik anders over? Weet dan dat de gewraakte ja-ja-sticker nu al online te bestellen is. Ik zeg: doen, en plak ‘m op uw brievenbus voor het te laat is!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Muzikaal menu

Het is zoals u weet niet mijn gewoonte om in deze column bij elk nieuw Leids restaurant stil te staan. Daarvoor is het verloop in de lokale horeca toch net iets te groot en gebeurt er ook op andere fronten te veel in onze mooie stad. Maar begin deze maand opende Brasserie Bos zijn deuren aan de Oude Rijn, en de formule van dit fonkelnieuwe restaurantje is naar mijn smaak dermate bijzonder – en niet alleen voor Leiden! – dat ik deze editie van Steeksleutels er graag aan wijd.

Vijfendertig couverts, dus kleinschalig en persoonlijk, een al net zo compacte kaart, Franse keuken, middensegment… tot zover nog weinig bijzonders. Maar wie, zoals ik, behalve van lekker eten ook van goede popmuziek houdt, moet er zeker een keertje reserveren. Want elke avond speelt er tijdens het eten een band, en afgaande op het muzikale menu van de eerste twee weken betreden niet de minsten het kleine podium van deze brasserie. Het zijn de beste sessiemuzikanten en vocalisten uit de Nederlandse popscene, die veelal achter de schermen hun brood verdienen.

Om de toon te zetten speelde tijdens de opening de deels Leidse 10-mansformatie The Royal Dutch Scam op de terrasboot van de brasserie de sterren van de hemel. Muzikanten uit de band van Borsato en het Metropole Orkest, die wel raad weten met het listige repertoire van Steely Dan en Donald Fagen, zetten een set neer die naar meer smaakte. Het lijkt me een behoorlijke uitdaging om zes avonden per week muziek van dit kaliber te programmeren, en ook vraag ik me af in hoeverre muziek en meals elkaar tijdens zo’n intieme dinnershow versterken of juist in de weg zitten. Er is natuurlijk maar één manier om daar achter te komen, en dat is de proef op de som nemen. Ik ben er lekkerbek, muziekliefhebber en bovendien nieuwsgierig genoeg voor.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Kansloos

Hoewel het verschraalde Leidse medialandschap een punt van lokale politieke zorg is, gebeurt er in onze stad vrijwel niets wat niet door de kranten en nieuwssites wordt opgepikt. Eind mei berichtten diverse media over een door anonieme ‘echte Leidenaren’ gestarte petitie tegen de ‘foeilelijke’ nieuwbouw van museum de Lakenhal. De gemeenteraad en de burgers hadden ‘slaapgedrag’ vertoond, aldus de plots wakker geschrokken initiatiefnemers, die via petities.nl een nieuw ontwerp en een referendum hoopten af te dwingen.

‘Mijn hemel, je hoeft toch niet overal verslag van te doen?’ verzuchtte ik hardop toen ik dit bizarre bericht las. Want wát een bij voorbaat kansloos verhaal was dit! Wie hadden er nou zitten slapen en waren op zijn zachtst gezegd een tikje laat met hun op niet meer dan smaak gebaseerde gezemel? Voor de nieuwbouw van start ging was er alle tijd om via de gebruikelijke procedures bezwaar te maken, en zowel het museum als de gemeente had daarin ook de nodige hobbels moeten nemen. Zo viel de aannamesom een miljoen of drie hoger uit dan begroot en was er een hoop gesteggel over het al dan niet verplaatsen van de monumentale Joristrap.

Zelf weet ik eerlijk gezegd ook nog niet of ik wel zo enthousiast ben over die nogal uitgesproken, pompeuze, witte achtergevel, maar toen de Eifeltoren gebouwd werd, liep de gemiddelde Parisien ook niet juichend door de straten. Soms mag architectuur best een beetje omstreden zijn en heeft het wat tijd nodig om op zijn plek te vallen, zo leert de geschiedenis. En soms moet je je als burger misschien ook niet overal tegenaan willen bemoeien. Want die petitie? Dat is inderdaad een kansloos verhaal gebleken. In iets meer dan een maand hebben welgeteld 22 boze burgers dit lachwekkende verzoekschrift ondertekend. Ik vind het nog veel!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Stad van Steen

Van Groningen tot Heerlen en van Rotterdam tot Deventer: in zeker twintig Nederlandse gemeenten is er een Jan Steenstraat. Amsterdam heeft er twee: een eerste en een tweede, en zelfs op Sint Maarten, in Paramaribo en in een suburb van Johannesburg vindt u een Jan Steen Street. In Leiden, de stad waar de schilder woonde, werkte en een kroeg runde – waar hij kortom in 1626 geboren en in 1679 begraven werd, is Steenstraat noch Steenschuur naar hem genoemd. Acht schilderijen in de Lakenhal en een fantasieloze gevelsteen aan de Langebrug, daar moet Jan Havickszoon Steen het hier mee doen.

Goed, zo wereldberoemd als zijn tijd- en stadgenoot Rembrandt is hij niet – dat is ook slechts weinigen gegeven. Maar met werk in de collecties van het Rijks, het Louvre, de Hermitage en het Metropolitan is de Leidenaar toch onmiskenbaar een grote meester, die in tegenstelling tot collega Van Rijn zijn stad ook in zijn werk vastlegde. Het Städel in Frankfurt bezit een fraai doek waarop de Vismarkt te zien is, en een levendig kroegtafereel bij De Vliet kwam in Stuttgart terecht. Het door Steen vereeuwigde eerste eeuwfeest van Leidens Ontzet bevindt zich in de collectie van het Louvre, en ook in New York zou zich een 3-oktobertafereel van zijn hand moeten bevinden.

Het is verleidelijk te roepen dat deze op en top Leidse schilderijen ‘natuurlijk’ in De Lakenhal zouden moeten hangen, maar met een Egyptische tempel in Oudheden en de uitheemse collectie van Volkenkunde in gedachten is dat een nogal lastig vol te houden statement. En eerlijk: met slechts één lullige steen voor Steen kunnen we daar ook moeilijk aanspraak op maken. Alleen daarom al, maar ook omdat hij het verdient, zou Jan Steen hier veel meer aandacht moeten krijgen, met een beeld of op zijn minst een straatnaambordje.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column