Maandelijks archief: april 2007

Seks voor het station

Het lijkt wel of we in dit land steeds preutser worden. In Utrecht zorgde een poster van een brunette in goudkleurige bikini voor commotie, en in de gemeente Noordoostpolder besloot men de opdracht tot het vervaardigen van een monument voor binnenschippers op het voormalige eiland Schokland niet aan de in Leiden gevormde kunstenaar Jan Wolkers te gunnen. De Texelaar viste achter het net omdat zijn boeken seksueel te expliciet zouden zijn.

Wist men in Flevoland eigenlijk wel wie Wolkers was toen ze hem benaderden? Burgemeester Ridder van Rappard reageerde geschokt op een passage uit een dagboek van de schrijver, zoals Jeroen Pauw die vorige maand met guitige blik voorlas in een aflevering van Pauw en Witteman. Blijkbaar had de burgervader zelf nooit een letter van Wolkers gelezen, maar, zo concludeerde de moraalridder nu: wie in 1974 in zijn dagboek zo losbandig over seks schreef, is 33 jaar later niet de aangewezen persoon om in zíjn gemeente een monument neer te zetten.

Gelukkig wonen u en ik in het ruimdenkende Leiden, waar Wolkers’ Ode aan Rembrandt twee jaar geleden probleemloos kon worden onthuld. Goed, het zuiltje valt een beetje weg temidden van de drie keer zo hoge lichtornamenten en het pompeuze stationsgebouw, en ja, het is een nagenoeg exacte kopie van een monument dat Wolkers eerder in IJsselstein realiseerde, maar het staat er toch maar! De lichtgevende zuil zou het ook als schippersmonument prima hebben gedaan, als een baken in de nacht. Of in Wolkers’ eigen woorden: ‘Fier overeind, als een stijve pik van jewelste.’

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Vriendelijke ventjes

Toen ik onlangs door het Noordeinde liep, zag ik tot mijn grote spijt dat mijn favoriete Leidse pizzeria het veld had moeten ruimen. Het cadeaupapier waarmee het raam was dichtgeplakt, was bedrukt met een misplaatst vrolijk Disney-printje. ‘Wegens overname voor onbepaalde tijd gesloten,’ aldus het zakelijke briefje op de ruit.

Ik dacht aan de twee uiterst innemende, ietwat klunzige mannetjes die Ristorante Venezia zo’n twee jaar hadden bestierd. Meer dan eens waren ik en mijn disgenoten hier de enige gasten geweest. Mistroostig staarde de ober dan naar buiten, waarna hij ons met authentiek Italiaanse tongval en veel gebaren op de mouw poogde te spelden dat het normaal gesproken véél drukker was. De voorspelbare, mierzoete italopop in het restaurant werd meestal overstemd door de radio in de smetteloze, halfopen keuken, waar de kok verveeld zijn toch al glimmende fornuis nog maar eens oppoetste. En als het wat onhandige serveermeneertje de wijn bijschonk, deed hij dat zelden zonder morsen… Ik zal ze missen, die vriendelijke ventjes van Venezia.

Op de een of andere manier schijn ik een voorliefde te hebben voor restaurantjes die het uiteindelijk niet weten te rooien. Eetcafé Chaplin, eveneens aan het Noordeinde, of Slingers op de Hogewoerd bijvoorbeeld. Mijn enthousiasme is dus zeker geen garantie voor succes – en omgekeerd, want er zijn ook tenten die elke dag vol zitten, maar waar ik na een teleurstellende avond nooit meer een voet binnen zet. Smaken verschillen, heet het dan, en dat geldt natuurlijk ook voor de Leidse horeca.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Het gat in de markt

Geld verdienen met je gat… Als je Shakira heet en luid mekkerend je kont schudt alsof je onder stroom staat, dan blijkt dat te kunnen. Het doet echter een beetje vreemd aan als een stad soortgelijke ambities zegt te koesteren. Toch heeft de gemeente Leiden onlangs het voornemen uitgesproken om het zogenaamde Gat van Van der Putte winstgevend te gaan exploiteren.

Het nu al jaren braak liggende kavel, pal tegenover het station, zou in laatste plannen van de gemeente in een goudmijntje moeten veranderen. Of beter: ondernemers zijn uitgenodigd om met lucratieve ideeën te komen, want zelf kwam de gemeente in haar oneindige creativiteit tot dusver niet verder dan er tot twee keer toe een nogal prijzig gordijntje voor te laten spannen dat bij het eerste de beste briesje finaal aan flarden waaide.

Anderhalve maand geleden moest op een steenworp afstand van ons eigen Ground Zero ook de gammele tram die als informatiepunt voor het referendum diende al voortijdig worden opgebroken omdat het KNMI windkracht zeven had voorspeld. Voorzichtige conclusie mijnerzijds: in de omgeving van het station tocht het nogal.

Zou het daarom geen goed idee zijn om hier in dit Jaar van de Molen heel klimaatneutraal een paar windmolens te planten? Daarmee lok je toeristen, leuk je de skyline een beetje op, wek je schone energie op en met wat geluk maaien de wieken zo nu en dan ook nog eens een meeuw uit de lucht. Als dat geen win-winsituatie is! Het bedenken van eventuele nadelen laat ik voor het gemak maar even over aan de nog op te richten actiegroep Don Quichot.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Knecht van twee meesters

Een jaar of 25 geleden woonde ik op mijn middelbare school het toneelstuk ‘De knecht van twee meesters’ van Carlo Goldoni bij. In dit blijspel brengt knecht Truffaldino zichzelf in een lastig parket door niet één, maar twee meesters te dienen. De knecht moet alle zeilen bijzetten om zijn beide werkgevers tevreden te houden.

Schipperend tussen aan de ene kant de wat logge, soms bureaucratische gemeente, en aan de andere kant de pluriforme en soms wat al te voortvarende middenstand, zit het Leidse Centrummanagement in zekere zin in hetzelfde schuitje als deze nogal overmoedige knecht. Als centrummanager moet je je dus een ware Truffaldino tonen, en tot dusver leek Robert Strijk die rol tot ieders tevredenheid te spelen. Geen wonder, want het was dezelfde Strijk die ik in het stuk van Goldoni 25 jaar geleden al met verve in de huid van deze knecht zag kruipen.

Vorige week werd in het Leidsch Dagblad bij monde van een mopperende antiquaar voor het eerst stevige kritiek op het Centrummanagement geuit. Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Want hoe lenig je ook bent: een spagaat is niet tot in lengte van dagen vol te houden, zo ondervond ook Truffaldino op den duur.

Misschien is dat ook wel de reden waarom Robert Strijk tegen het einde van elk jaar voor eventjes in een totaal andere rol te zien is. Met een tabberd om de schouders, een staf in de hand en een mijter op het hoofd kuiert de centrummanager dan met zichtbaar plezier door zijn eigen Huis van Sinterklaas. Eindelijk zélf even heer en meester… met een heleboel knechten!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column