Maandelijks archief: februari 2009

Puntjes op de i

Als ik over de Hooglandse Kerkgracht loop – onmiskenbaar een van de mooiste plekjes van de stad – denk ik eigenlijk altijd hetzelfde: hier hoort een kiosk. Zo’n klein houten gebouwtje, waar je een krantje, een kop koffie en versnaperingen kunt kopen. Hoewel ze in ons land uit het straatbeeld verdwenen zijn, zie ik ‘mijn kiosk’ daar moeiteloos en haarscherp voor me.

Ik denk dat elke Leidenaar ze heeft: zijn eigen kleine puntjes op de i. Pietluttigheden dus, die onze stad evenwel nog mooier zouden kunnen maken. Centrummanager Joost Bleijie wil bijvoorbeeld af van die om lantaarnpalen geplaatste borden waarmee de aandacht op evenementen wordt gevestigd. Waar hij mijn kiosk misschien een belachelijk plan vindt, begrijp ik weer niet waaraan híj zich stoort: ten eerste staan die borden zelden in het centrum (wat in eerste instantie toch per definitie de jurisdictie van een centrummanager is) en ten tweede zíjn er na de sloop van de Groenoordhallen straks helemaal geen evenementen meer die aangekondigd hoeven worden. Onlangs had hij nog zoiets: ‘Wijs mij maar eens één paaltje aan waar geen sticker op zit’ – overdrijven is ook een vak!

‘Blij-wie?’ was de reactie van iemand die even gemist had dat Robert Strijk was opgevolgd en die ik verzekerde dat het Centrummanagement nog gewoon bestond. Wellicht moeten Joost en de zijnen zich druk maken om belangrijker zaken dan borden en stickertjes. Maar misschien ook niet – want als gezegd: iedereen heeft zo zijn eigen pietluttigheden. Bladerend in een vakblad voor de reclamebranche stuitte ik plots op een foto van mijn kiosk: in Arnhem was ter verhoging van de levendigheid en de veiligheid op straat de eerste Stadskiosk geplaatst, las ik likkebaardend. Dit jaar zullen er nog twintig steden volgen. Voor Joost: http://www.stadskiosk.nl.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Gepoort

Voor een voetballer is er weinig zo vernederend als gepoort te worden. Ik ben geen voetbalkenner, maar gepoort worden, daar weet ik dan weer alles van. Het gebeurde me nogal eens op het schoolplein: vastberaden de bal te onderscheppen werd ik door een van mijn balvaardige klasgenootjes meedogenloos door de benen gespeeld. Slechts per ongeluk in eigen doel schieten is erger.

Onlangs bekroop me het gevoel dat we hier in Leiden ook gepoort worden. Ondanks protesten van actiecomités en lokale politiek weigeren de Nederlandse Spoorwegen de OV-chippoortjes aan weerszijden van de stationshal te verplaatsen. Aan de ene kant snap ik dat: het is hún station, en als de gemeente nooit een recht van overpad heeft bedongen, hebben de NS het volste recht de Leidenaar de vrije doorgang via de traverse te beletten. Bovendien kan wie vanuit de stad naar het LUMC wil net zo goed via de Walenkamptunnel lopen, zo wees onderzoek mijnerzijds ten behoeve van een eerdere column uit. Maar aan de andere kant lijkt het erop dat er aan de zijde van de NS sprake is van pure onwil. Ze willen voor Leiden geen uitzondering maken op hun beleid, heette het, maar intussen blijkt juist Leiden een van de uitzonderingen te zijn.

De landelijke overheid heeft in een zogenaamde poortjeskas 500 miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheid op de stations door het plaatsen van poortjes te verhogen. Naar Den Haag stellen de NS zich al even halsstarrig op, alleen blijken ze een opmerkelijk tweesporenbeleid te voeren; nu roepen ze plots hun stations juist níét te willen afsluiten: tweederde van alle NS-stations (waaronder Amsterdam CS, Utrecht CS en Rotterdam CS) blijft poortloos. Dat lijkt me een voorzet voor open doel – volgens mij is de gemeente Leiden nu aan zet om deze bal eenvoudig binnen te tikken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Schraalmarkt

De samenwerking tussen de gemeente Leiden en haar burgers is voorbeeldig. Dat is geen mening (zeker niet de mijne), maar een feit. Dat wil zeggen: als je afgaat op een recent onderzoek van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie. Het eindoordeel van het IMI werd her en der nogal lacherig ontvangen. Logisch, want de onderzoekers legden hun oor slechts te luister bij een handjevol ambtenaren en projectleiders waarvan men wist dat ze affiniteit met inspraak hadden.

Nu is het natuurlijk makkelijk om in deze column altijd alles maar met een cynische blik te beschouwen. Want wat nu als voornoemde samenwerking inderdaad uitmuntend is? De gemeente is immers niet te beroerd de Leidenaar naar zijn mening te vragen. En als die zich dan wat onduidelijk uitdrukt (‘NEE!’), dan is men op het Stadhuis altijd bereid die wat onbeholpen geformuleerde mening te vertalen in een helder en werkbaar standpunt (‘Liever niet door de Breestraat, maar door de Hooigracht is geen enkel probleem’). Wat een samenwerking!

We worden zelfs gevraagd mee te denken over de inrichting van schilderachtige pleintjes die er nooit komen. Want ooit hebben we ons serieus verdiept in zogenaamde artist impressions van een pleintje achter de Waag. In gedachten zag ik mezelf daar al zitten, nippend van een goede cappuccino. De voorbereidingen, procedures, ontwerpen en onteigeningen zullen tonnen hebben gekost, maar inmiddels is het Aalmarkt-project dusdanig ver uitgekleed dat het inderdaad te hopen is dat zich in die paar nieuwe winkelpandjes die wél worden gerealiseerd de door wethouder Van Woensel zo gewenste kleding-ketenwinkels zullen vestigen. Want een echte trekker, zoals de Media Markt, zit er niet meer in. De manager die daar over nieuwe filialen gaat is duidelijk: ‘Leiden? Ik ben toch niet gek?!’

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Vol = fout

Het credo van de gemeente is duidelijk: fiets fout = fiets weg. Fietsers die hun rijwiel in de omgeving van het station buiten de stalling plaatsen zijn gewaarschuwd, want de van overheidswege betaalde en gefaciliteerde fietsendieven slaan genadeloos hun slag. Maar wat nu als de dagelijkse praktijk de milieubewuste fietser in de letterlijke zin van het woord geen ruimte biedt, en ‘stalling vol = fiets fout’ dus de enige optie is? De D66-fractie nodigde John Steegh, de verantwoordelijk wethouder, onlangs uit een bezoekje aan de uitpuilende stallingen te brengen.

Als ik John Steegh was geweest, dan had ik de Democraten feestelijk bedankt voor de uitnodiging. Ik zou ze – enigszins verbolgen – hebben laten weten dat ik dondersgoed weet waar ik over praat, en dat ik de fietsenstalling ambtshalve regelmatig bezoek om voeling te houden met de halfverdiepte werkelijkheid. ‘Ik verkoop geen onzin,’ zou ik ze hebben toegevoegd. Maar eerst zou ik mijn snor hebben afgeschoren, nu ik daar toch de kans voor had.

Maar nee, Steegh ging op de uitnodiging in, deed een schreeuwdas om, hees zich in zijn leren jack en snorde naar het Stationsplein. De foto die een andere snorremans daar voor het Leids Nieuwsblad in de stouwstalling van hem maakte, spreekt boekdelen: Steegh had echt geen flauw idee. Steegh had geroepen dat er ‘op papier’ geen probleem was omdat hij ter plaatse nog nooit poolshoogte had genomen. Steegh had, zoals D66 blijkbaar al vermoedde, zijn snor in het zand gestoken. Het zou denk ik een goede zaak zijn als John Steegh en zijn collega’s af en toe eens op de fiets zouden springen om een rondje langs de onderwerpen uit hun portefeuilles te maken. Dat is nog goed voor de conditie ook! Alleen wel even opletten waar je je rijwiel neerzet, want voor je het weet is-ie weg!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column