Maandelijks archief: mei 2009

Niet zeuren

Twee maanden geleden sprak ik op deze plek mijn verbijstering uit over het Stedelijk Concertgebouw Leiden, en dan met name over de in mijn ogen wel erg karige programmering voor het langverwachte openingsseizoen. Want nee, 90 voorstellingen op 3 podia in 1 jaar, dat is in mijn ogen niet veel. Veel lezers waren dat met mij eens, maar een enkeling vond dat ik niet moest zeuren en dat ik blij moest zijn dat er eindelijk eens een project in Leiden werd voltooid. Ik besloot mijn cynisme voor me te houden maar inmiddels blijkt de werkelijkheid weer eens schrijnender dan de reactie die ik toen in gedachten had.

Ik zou inderdaad blij zijn als dit nachtmerrieproject na al die jaren eindelijk eens een keer werd voltooid, maar met het bankroet van hoofdaannemer Hillen&Roosen is het eind van dit gebed voorlopig nog niet in zicht. Scheidend directrice Petra Unger neemt dus afscheid van een bouwput, de gemeente Leiden gaat met haar garantstelling voor miljoenen het schip in en er gaan nog maanden overheen voor wij, Leidenaren, van die nauwelijks anderhalve voorstelling per week kunnen gaan genieten. Het doel van de gemeente is vooralsnog te zorgen dat ‘het werk op de bouwplaats doorgaat’. Over een opleveringstermijn hoor ik al helemaal niemand meer.

Om deze column toch nog positief te eindigen sta ik dan maar even stil bij de voormalige bouwput achter het station. Dáár is inmiddels een fraaie fietsenkelder geopend die gratis plaats biedt aan zo’n 2200 rijwielen. Tot zover het goede nieuws, want bij personeel van De Zijl Bedrijven, dat een oogje in het zeil houdt, schijnt grote onvrede te bestaan over de opgelegde werktijden, terwijl een medewerker van de belendende stalling van Oldenburger zich tegenover mij beklaagde over oneerlijke concurrentie. Maar míj hoort u niet zeuren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Zonde-van-het-G€LD krant

Eerder deze maand verscheen de Leidse G€LDkrant: op A3-formaat, in full colour en huis-aan-huis verspreid in een oplage van maar liefst 57.000 exemplaren. ‘Het kan geen kwaad om op de centen te letten,’ meldt de in opdracht van de gemeentelijke Stadsbank Leiden vervaardigde krant al in de eerste alinea. Een glasheldere boodschap, waarmee de gemeente afgaande op deze krant zelf maar bar weinig lijkt te doen.

Stel 1: Je doet je dagelijks boodschappen bij de Voedselbank en moet elk dubbeltje omdraaien om rond te komen. Zou er dan brood over zijn om aan de eendjes te voeren, zoals een van de ‘gratis uittips met jonge kinderen’ in de G€LDkrant luidt? Ik dacht van niet. Die tips zijn sowieso aan de badinerende kant: ‘Lekker uitwaaien op het strand, schelpjes zoeken en spetteren in de branding’ is letterlijk een van de op de omslag beloofde ‘slimme geldtips’. Dat mensen weinig geld hebben wil niet zeggen dat ze infantiel zijn. Ten eerste kunnen ze dat zelf wel bedenken (het begrip ‘strand’ is vrij algemeen bekend), en ten tweede hoef je het niet aan te prijzen alsof het om een zonvakantie gaat. Stel 2: Je wasmachine begeeft het en de auto moet worden gerepareerd. Geen paniek, de G€LDkrant weet raad: ‘Het is slim om altijd een bedrag op een spaarrekening achter de hand te hebben’. U nog een flinke klodder mosterd na de budgetmaaltijd?

De krant bevat ook een rekensommetje: de was drogen met een droger kost € 0,63. Wat bespaar ja als je 50 keer de was aan de lijn hangt? Uit mijn hoofd kwam ik op € 31,50 uit, maar volgens de G€LDkrant is dat € 35,00, een verschil van 35 om te draaien dubbeltjes. Als ze bij de Stadsbank allemaal zo rekenen prijs ik mezelf helemaal gelukkig dat ik daar niets mee te maken heb. En dan ga ik nu de eendjes voeren en schelpjes zoeken…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Lastpost

In zijn korte verhaal ‘Vrijnacht’ uit 1994 beschrijft Ronald Giphart hoe hij op 4 mei op de Dam belandt. Als tijdens de dodenherdenking de trompet ten teken van het begin van de twee minuten stilte heeft geklonken, roept de baldadige schrijver tot zijn eigen schaamte luidkeels ‘Ivanhoe!’

Op de een of andere manier vind ik de trompettist op 4 mei uitermate fascinerend. Hoe beleeft zo’n man de plechtigheid? Is hij zenuwachtig? Heeft hij wekenlang geoefend op de ‘Last Post’? Hebben er klagende buren aan de deur gestaan die de lastpost vroegen of hij misschien een keertje twee minuten stil kon zijn? Staat er familie tussen het publiek? Schept hij tegen vrienden en bekenden na afloop op over zijn optreden (‘Ze waren er stil van!’)?

Tijdens de dodenherdenking in Leiden hield ik de trompetters van de blaaskapel ook dit jaar dus weer goed in de gaten. Ik had gehoopt dat de aanstekelijk giechelende, kalende man met de bril, de snor en de wijduitstaande voortanden de solo zou mogen spelen. Hij leek me echter te ontspannen, net als het glimlachende meisje dat tot vlak voor de stoet vanuit de Marekerk bij de molen arriveerde in een vrolijk onderonsje met de dirigent verwikkeld was. De man met de voorbeeldige scheiding en het sikje maakte een veel nerveuzere indruk en inderdaad was hij het die om acht uur de straatlantaarns aan mocht blazen. De eerste korte riedel ging zichtbaar tot zijn eigen ergernis de mist in. Het leek een eeuwigheid te duren voor de lantaarns weer doofden en hij revanche kon nemen. Een kleine hapering aan het begin, maar daarna ging het van een leien dakje. Gelukkig maar, want stel je eens voor dat de dirigent volgend jaar zijn lievelingetje naar voren zou schuiven om zijn plaats in te nemen! In gedachten hoorde hij zijn besnorde collega alweer giechelen…

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Anders dan anders

Voor het eerst in pak ‘m beet een jaar of twintig was ik op Koninginnedag in Leiden. Op een dag die nu eenmaal gedicteerd wordt door tradities, stond ik op 30 april jarenlang met een bandje in de binnenstad van Rotterdam. De afgelopen jaren maakte oom Tjan met zijn neefjes bruisend ‘s-Gravendeel onveilig, maar dit jaar zou anders dan anders zijn: ’s ochtends wilde ik eerst met een schuin oog wat van de Hollandse gezelligheid bij de NOS meepikken. Daarna zou ik de stad in gaan om te beleven hoe Koninginnedag in mijn eigen Leiden wordt gevierd.

Voor de buis gekluisterd heb ik de kleine zwarte Suzuki tientallen keren tegen de gedenknaald tot stilstand zien komen. Absurd en surrealistisch: een dwaas die zijn auto vrij onverveerd en doelbewust door een feestende menigte jaagt. Toen na een zoveelste slow motion Johan Vlemmix zijn commentaar mocht geven moest ik onwillekeurig heel even aan Te Land, Ter Zee en In De Lucht denken – van Hollandse gezelligheid was inmiddels echter al lang geen sprake meer. Een aanslag, live op tv! Ook het begin van het onderzoek was rechtstreeks te volgen: een speurhond die het wrak doorzocht op explosieven, de inhoud van de kofferbak die uit de Swift werd gevist. Het was allemaal levensecht maar toch drong het nauwelijks tot me door. Ik probeerde me de situatie voor te stellen in Leiden: De 3-oktoberopdocht draait vanaf het Levendaal de Korevaarstraat in, en in het verlengde daarvan trapt iemand het gaspedaal in. Je moet er niet aan denken.

Aan het einde van de middag ging ik murw van de beelden en de commentaren daarop toch nog even de stad in. Rond de Nieuwe Rijn was het druk, maar van een feest was geen sprake. Veel vlaggen in top, een enkele halfstok. Anders dan anders, en na vorige week waarschijnlijk nooit meer als vroeger…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column