Maandelijks archief: december 2009

Toekomst gewijzigd

Het jaar zit er bijna op en morgen wacht ons zelfs een heuse decenniumwisseling. Of u nu kiest voor Guido op SBS6, voor Jan Jaap bij de VARA of voor Sjaak op TV West, u ontkomt op de drempel van 2010 bijna niet aan terugblikken. Ik had het goede voornemen om in de laatste column van deze derde jaargang juist eens vooruit te kijken, en dus was het wel even schrikken dat het Leidsch Dagblad uitgerekend anderhalve week geleden plots met een even opmerkelijke als raadselachtige kop op de proppen kwam: ‘Toekomst van Leiden gewijzigd’. Dat had ik weer!

Nog voor ik het artikel helemaal gelezen had, wist ik al dat het wel los zou lopen. In de structuurvisie van het stadsbestuur gaat de komende vijftien jaar ook een sociale benadering een rol spelen, meldde de krant. Terwijl ik me afvroeg of die sociale blik voorheen dan ontbrak, bedacht ik dat met hoe meer visies je een kwestie beziet, hoe minder snel er iets van de grond komt. En Leiden is toch al geen stad van grote veranderingen: vuurwerk loopt hier meestal met een sisser af. Bij alle plannen die worden ontvouwd gaan er zoveel hakken in het zand dat ontwikkelingen in deze stad per definitie veel voeten in de aarde hebben.

Het befaamde Gat van Van de Putte is na een hoop getouwtrek inmiddels gewoon weer in handen van Van de Putte, over de RijnGouweLijn en de Rijnland Route wordt nog altijd slechts gepraat, de verbouwing van de Stadsgehoorzaal is nog steeds niet voltooid, het parkeerterrein aan de Haagweg blijft tot 2022 en dat de Groenoordhal écht gesloopt wordt moet ik ook nog maar zien. Het gros van mijn columns van de afgelopen drie jaar is nog altijd opvallend actueel en zou zo opnieuw geplaatst kunnen worden. Maar laat ik de redactie van deze krant in tijden van crisis niet op ideeën brengen. Tot in 2010!

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Legoïsme

Van Lego kun je alles maken. Althans, dat beweerde de commercial voor het Deense speelgoed een jaar of dertig geleden. ‘Een boot, een vliegtuig of een trein, een huis met echte daken, want spelen met Lego is fijn!’ ging de reclame verder. Lego had toen nog louter primaire kleuren in het pallet, maar dat mocht de pret niet drukken: ‘We gaan een flatgebouw maken,’ zei een vriendje. Ik wilde eerst de steentjes sorteren maar zonder op de kleuren te letten bouwde hij snel een fantasieloze toren. Blauw, geel, rood – alles gebruikte hij kriskras door elkaar.

Toen ik op de Schipholweg langs de nieuwbouw van Achmea liep, drong de herinnering aan deze bonte flat zich weer op. De vijf nauwelijks te missen liftschachten vond ik van de zomer nog wel iets hebben. Zeker als de lucht erachter ’s avonds rood kleurde hadden ze iets mythisch. Alsof het een soort abstracte en moderne variant van Stonehenge was – een mysterieuze, heidense offerplaats voor eigentijdse druïden. Maar nu we een half jaar later met z’n allen onder onze al even heidense kerstboom zitten en de bouw flink gevorderd is, is het gedaan met mijn waardering voor het kantoorgebouw. Het lijkt verdorie wel of dat ding echt uit Lego-steentjes is opgetrokken.

Afgezien van de promenade aan de voorzijde vind ik het een fantasieloos en nodeloos rommelig ontwerp. Natuurlijk, in deze crisitijd mag je blij zijn dat er in onze stad überhaupt nog gebouwd wordt, maar toch vraag ik me stiekem af of de architect van die immense Achmea-kolos soms dat vriendje van vroeger is. Of wil de ontwerper wellicht een nieuwe bouwstijl lanceren: het Legoïsme? Mooi is beslist anders. Wat dat betreft is het te hopen dat er volgende week woensdag tijdens de Lego Dag in buurdorp Hoogmade inventievere en vooral mooiere creaties te zien zullen zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Twitterman

Of hij een goede wethouder is kan ik niet echt beoordelen, maar onze stad heeft wel PvdA-bestuurders gekend die vaker en heviger onder vuur lagen dan Marc Witteman. Wat mij zeer aan hem bevalt is dat hij de Wet Openbaarheid van Bestuur dermate serieus neemt dat hij zelfs een cameraatje laat snorren als hij zijn eigen rijwiel bestuurt. Terwijl Witteman tegen de wind in van A naar B fietst kijkt hij als een volleerd Wiegel in de lens en legt hij uit wat hij bij B gaat doen en waarom dat zo belangrijk is voor Leiden. En als hij weer thuis is zet hij dat filmpje op zijn weblog.

In een eerdere column noemde ik de wethouder van Economische Zaken al eens Marc Twitterman, want niet alleen op de fiets en op zijn weblog, maar ook op Twitter vertelt hij honderduit. Zo kon ik de afgelopen maanden lezen dat hij van de zomer de ramen van Grand Café City Hall heeft gezeemd, dat hij tot zijn verbijstering een telefoonrekening van 1600 euro op de mat vond, dat zijn kampeervakantie in de Ardennen volledig verregend is, dat hij vader is van een pubertweeling die daags na Leidens Ontzet jarig is (Witteman zegt overigens ‘Leids Ontzet’, foei @mwitteman), dat hij als vijfde locoburgemeester bij afwezigheid van de rest van het stadsbestuur een 100-jarige zou bezoeken maar een blauwtje liep (de dame belde af) en dat er binnen het college van B&W een rode telefoon circuleert voor calamiteiten.

Of je het nu met de politieke standpunten van deze wethouder eens bent of niet, je moet hem toch in elk geval nageven dat hij alles doet om de gapende kloof tussen politiek en burger te verkleinen. Zelfs op zijn vrije zaterdagmiddag is hij benaderbaar. Wekelijks zit hij dan tussen vier en vijf achter zijn computer om met de burgers van Leiden te chatten. Ik zeg: petje af voor chathouder Twitterman!

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Kunstijspret

Een vriend van me is zeven jaar geleden naar Groningen geëmigreerd. Zijn goede herinneringen aan Leiden houdt hij levend met een foto die prachtig ingelijst in zijn woonkamer hangt. Het is een plaat van de fotograaf Martin Ken, die de Nieuwe Rijn laat zien toen daarop begin jaren negentig waarschijnlijk voor het laatst kon worden geschaatst. Als ik die vriend bezoek dan voel ik dankzij die foto zelfs in het verre Groningen toch een soort lijntje met Leiden. De stad met – zo bleek vorige week – de laagste CO2-uitstoot van ons land lijkt als ik naar het winterse tafereeltje kijk nét een stukje minder ver weg.

Sinds vrijdagavond ligt er ook deze winter ijs op de Nieuwe Rijn. Precies op de plek van de foto is op het water een kunstijsbaan aangelegd. Wat een ontzettend goed idee vind ik dat! De kans dat we, de opwarming van de aarde indachtig, in het centrum van Leiden ooit nog op natuurijs kunnen schaatsen lijkt immers uitermate klein. Een hoogbejaard mannetje, dat net als ik naar de capriolen op het gladde ijs stond te kijken, sprak me ongevraagd aan. ‘Dat kost me een energie!’ mopperde hij in onvervalst Leids. ‘Als we met de hele stad de deur van de ijskast openzetten, dan kost dat nog minder energie dan dit.’

In zekere zin had de oude mopperkont wel een punt: het ijsbaantje jaagt de CO2-uitstoot van onze relatief klimaatneutrale stad omhoog, waardoor de kans op natuurijs in de toekomst alleen maar verder afneemt. Maar moet je je vanuit milieu-overwegingen dan alle pleziertjes maar ontzeggen? Ik vond van niet, maar de oude baas dacht daar heel anders over: ‘Ik ben blij dat ík niet meer mee hoef te maken hoe de aarde naar de verdoemenis gaat!’ sprak hij fel. Met rollator en al draaide hij zich om en schuifelde hij weg, als een beginnende schaatser achter een stoel.

2 reacties

Opgeslagen onder Column

George

Vrijdagmiddag arriveerde er met veel tamtam een door twee motoragenten geëscorteerd geldtransportwagentje bij Naturalis. In de wagen bevond zich een houten kistje, en in dat kistje zat… een hoofd. Het ging om een in Georgië gevonden schedel die afgerond naar boven twee miljoen jaar oud is. Wetenschappers staan voor een raadsel. Ten eerste verbazen ze zich over de kleine hersenpan van de prehistoriër en ten tweede hadden ze de kop eerder in Afrika dan in Europa verwacht – ook 1,8 miljoen jaar geleden blonken Afrikanen blijkbaar al uit in duurlopen.

Het is de charme van wetenschap: één vondst en bibliotheken vol theorieën kunnen bij het oud papier. De keerzijde van die medaille is dat die oude kop nu helaas nauwelijks tot de verbeelding spreekt: de Georgiër heeft ook geen naam, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de veel oudere oermens Lucy, die in 1974 in Ethiopië werd gevonden. Zullen we D2700 – zoals hij prozaïsch werd gedoopt – zolang hij in Leiden verblijft gewoon George noemen? Als het een man is althans, want zelfs dat is de vraag.

Wie het hoofd van George de Georgiër in Naturalis gaat bekijken ziet dus slechts een anonieme schedel, zonder verhaal en ook niet op z’n Hirsts opgepimpt met geinige glimmertjes. Wat dat betreft was er meer lol te beleven aan Badu Bonsu II – en nee, dat is niet de naam van de nieuwe Leidse Prins Carnaval, maar van een 19e-eeuwse Ghanese koning wiens afgehouwen hoofd zich tot juli van dit jaar met huid en haar in een pot sterk water in het archief van het LUMC bevond. Badu is mede dankzij de inspanningen van schrijver Arthur Japin inmiddels weer thuis, en ook George zal eind februari weer op huis aan gaan. Naar het schijnt kun je hem als je goed luistert af en toe een liedje horen neuriën. Welk liedje? ‘Georgia on my mind’ natuurlijk!

1 reactie

Opgeslagen onder Column