Maandelijks archief: februari 2010

Bittere ernst

Anderhalve maand geleden schreef ik in Steeksleutels over het groeiend aantal overvallen in onze stad. Hoewel deze stijgende lijn in de hele Randstad waarneembaar is, viel het op dat winkels rond de Leidse Haarlemmerstraat meer dan gemiddeld ten prooi vielen aan de wandaden van gewapende overvallers. Het aanpakken van deze vorm van criminaliteit is de overheid ernst. Althans, als je mag afgaan op het bezoek dat de gelijknamige minister van Justitie, Ernst Hirsch Balin, onlangs bracht aan twee overvallen Leidse middenstanders: de eigenaar van het Havannahuis en de filiaalmanager van Bart Smit.

Misdaad en straf zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uit Leidse straatnamen als het Gerecht, de Diefsteeg en het Galgenwater blijkt dat dat niet van vandaag of gisteren is. De foto’s van de criminelen die op ‘nine eleven’ vorig jaar snoepwinkel Jamin overvielen, prijken nu op postertjes die her en der in de binnenstad zijn aangeplakt. Voor de ‘plaats delict’ staan ze getooid met baseballcaps op een groot bord midden op de Haarlemmerstraat. Het winkelend publiek wordt door de politie via dit bord om zijn medewerking gevraagd dit misdrijf op te lossen. Een halfjaar na dato een beetje laat misschien, maar toch.

Team Leiden Noord gaat stukken voortvarender te werk. Vorige week dinsdag vond ik na De Wereld Draait Door een A4’tje op de mat waarin de teamleiding van het bureau aan de Kooilaan wijkbewoners vraagt om informatie over een ‘(poging tot) inbraak’ in de Hansenstraat. Tot mijn grote verbazing bleek een en ander nog diezelfde dag (tussen 7.00 en 16.00 uur) te hebben plaatsgevonden. Dat geeft de burger moed, of in ieder geval het gevoel dat het doen van aangifte zin heeft. Want criminaliteit is dan misschien bittere ernst, vertrouwen in de politie is bittere noodzaak.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Bruggenbouwer

Ik sta er graag, leunend tegen de strooizoutkist een sigaartje te roken en toeristen de weg te wijzen. De Marebrug, of ‘de Bleijie-brug’, zoals ik het groene gevaarte noem sinds onze centrummanager in een open brief omstandig zijn beklag deed over de belabberde staat van het wegdek. Zoals de Romeinse senator Cato aan het einde van zijn toespraken steevast opriep tot de vernietiging van Carthago en Marianne Thieme haar bijdragen in de Tweede Kamer tot vervelens toe besluit met de oproep een einde aan de bio-industrie te maken, plaatst ook Bleijie de laatste weken in zijn brieven in het Leids Nieuwsblad wekelijks een Catootje: er moet wat hem betreft nodig iets gedaan worden aan het wegdek van deze brug.

Hoewel aanzienlijk minder obsessief ben ik het wel met de centrummanager eens. Rottend en afbrokkelend hout, een flinterdun laagje wegkwijnend asfalt, veel gaten en twee metalen platen om de boel provisorisch bij elkaar te houden: erg fraai is het allemaal niet. De brug heeft het ook zwaar te verduren. Niet alleen Catootje die vanuit Leiden Noord naar de Botermarkt wil maakt er gebruik van, maar ook zwaar vrachtverkeer, zoals de trucks met licht, geluid en decorstukken voor de Leidse Schouwburg. Dat vergt onderhoud.

Ik vind het opmerkelijk dat de herhaalde oproepen van Joost Bleijie tot dusver niets teweeg hebben gebracht. Zo kostbaar en ingrijpend lijkt die klus me nu toch ook weer niet, en bovendien heeft Bleijie gewoon een punt. Misschien dicht ik hem teveel invloed toe, maar ik had gedacht dat hij bij de gemeente wel een vuist kon maken, als bruggenbouwer tussen overheid en middenstand. Zeg ik nou bruggenbouwer? Tsja… misschien zit er als al het lobbyen dermate weinig effect sorteert inderdaad maar weinig anders op dan zélf de handen uit de mouwen te steken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Doodlopend

De afgelopen weken kreeg ik meer reacties op een column die ik niet, dan op de columns die ik wel heb geschreven. Want waarom had ik geen Steeksleutels aan het vertrek van wethouder John Steegh gewijd? In de eerste plaats omdat wethouder Steegh minder kleurrijk was dan zijn bonte vestjes- en stropdassencollectie deed vermoeden, ten tweede omdat ik al eens een column over hem geschreven had (of beter: over zijn blinde styliste), ten derde omdat er in onze stad met de RijnGouweLijn, de verbreding van de A4, de Rijnlandroute en de Ringweg Oost wel belangrijker zaken spelen dan een doodlopend steeghje, en ten vierde omdat ik geen zin had hem met een column nog een trap na te geven.

De laatste keer dat ik John Steegh in functie zag was tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie in de Pieterskerk. Ik gunde hem een beter jaar dan 2009, waarin gedoe rond Het Warenhuis en de privatisering van Gevulei hem bijna de primair gekleurde das om hadden gedaan. Even overwoog ik nog hem aan te spreken op het strooibeleid, en dan met name voor de deur van de kerk, waar de ene na de andere lokale hotemetoot op de spekgladde stoep onderuitging. Ach, hij merkt het wel als hij zelf ten val komt, dacht ik, terwijl ik behoedzaam de kerk verliet.

Dat gebeurde iets meer dan een week later: pootje gelicht door de raadsleden van zijn eigen partij, die een eerder gesloten college-akkoord niet wilden respecteren. Om zich de laatste weken voor de Gemeenteraadsverkiezingen duidelijker te kunnen profileren en afstand te kunnen nemen van het nog zittende college? Wellicht, al is de lijstverbinding die GroenLinks en PvdA even later aangingen dan weer opmerkelijk. Ook vanuit de PvdA bezien. Want maakte de Nacht van Steegh niet pijnlijk duidelijk hoe zwaar GroenLinks aan een gemaakte afspraak tilt?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Hou het klein

Al meer dan elf jaar is Bart van Mossel de baas van de bonbonière aan de Oude Vest. Voor zover ik dat als bezoeker kan beoordelen vervult hij die rol met verve. Zelf kom ik er in elk geval graag, en de vele tv-opnamen, premières en dernières in de Leidse Schouwburg bewijzen dat dat ook voor de bespelers van het theater geldt. Met een kaartje koop je hier nog echt een avondje uit, niet in de laatste plaats dankzij het altijd weer uitermate gastvrije personeel.

Van Mossel is tijdens een voorstelling in zijn eigen schouwburg een schouwspel op zich, en na een mooie avond stapt hij glimmend van trots in de foyer rond alsof hij zojuist zélf de sterren van de hemel heeft staan spelen, dansen of zingen. Een liefhebber, kortom. Ik vind het bijna jammer dat hij nu ook de scepter zwaait in de Stadsgehoorzaal, zoals het nogal sfeerloze stedelijke concertgebouw mede dankzij hem sindskort weer gewoon heet. Hou het klein, zegt men in het theater – en wat mij betreft had ook Van Mossel dat gedaan: tot zijn zevenenzestigste (of langer) persoonlijk en betrokken de lakens uitdelen in wat zo onderhand inderdaad zíjn schouwburg is. Nu moet hij zijn aandacht opeens verdelen over twee theaters, die elkaar nog min of meer beconcurreren ook.

Hetzelfde geldt voor Jan Boer: jaren als een vis in het water in Kijkhuis en Trianon, maar nu hij ook Lido/Studio onder zijn hoede heeft plots verantwoordelijk voor het totale Leidse filmaanbod – en net als met de Stadsgehoorzaal heb ik ook met de bioscoop aan de Steenstraat weinig tot niets. Kunnen Van Mossel en Boer hier verandering in brengen? Het zou een prestatie van formaat zijn, maar van mij hadden de twee ook gewoon mogen blijven doen wat ze al jaren meer dan overtuigend deden: de drie fijnste uitgaansgelegenheden van onze stad bestieren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column