Maandelijks archief: november 2010

Leidenaren

‘Uit gouden korenaren schiep God de Leidenaren, en uit het restant de rest van het land.’ Een mooi rijmpje waarvan we ons helaas niet alleen moeten afvragen of het oorspronkelijk Leids is (er zijn ook varianten bekend met bijvoorbeeld Twentenaren), maar ook of het de waarheid niet in al te hoge mate geweld aan doet. De reputatie van de Leidenaar was namelijk niet smetteloos, zo blijkt uit de verschillende spotnamen die voor inwoners van Leiden de ronde deden. En dan heb ik het niet over ‘glippers’ (of ‘glibbers’), blauwmutsen en peureraars, want dat waren in zekere zin geuzennamen. Nee, ik denk dan eerder aan ‘hondeneters’, ‘hondenhangers’ en ‘hondenbegravers’. De Leidenaar stond, zo blijkt hieruit, als de bonte hond bekend.

In Leiden was een schout zo gek zijn hond te begraven (wat indertijd ‘not done’ was), at men tijdens de Tachtigjarige Oorlog honden om de honger te stillen en werd in 1596 een hond opgehangen omdat het een kind had doodgebeten. Omwille van de ruimte maak ik me er een klein beetje met een Tjantje van Leiden van af – voor een uitgebreidere uitleg verwijs ik u graag naar Hans Heestermans’ onvolprezen Leids woordenboek.

Onlangs stuitte ik in de Van Dale op een tweede, mij onbekende betekenis van leidenaar, maar heel veel wijzer werd ik daar niet van: ‘Ganzenpen met een drijvertje,’ aldus de Dikke. Aangezien een ganzenpen een ganzenveer is, en ganzenveren behalve om mee te schrijven ook bij het hengelen werden gebruikt, vermoed ik dat een leidenaar een dobber is. Maar misschien meent u dat ik onzin uitkraam. Volgens het (nog veel dikkere) Woordenboek der Nederlandse Taal, zegt u dan: ‘Vaart naar Leiden en laat u schrapen.’ Ook deze zegswijze kende ik niet, laat staan dat ik weet wat ‘schrapen’ in dit verband betekent. Welke Leidenaar weet dat wel?

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Groeten uit Egypte

Columbus ontdekte Amerika, en Napoleon Egypte. Althans, de Franse veldheer zag het belang in van de oude Egyptische beschaving en liet de overblijfselen daarvan rond 1800 nauwgezet in kaart brengen. Tot zover het goede nieuws, want hij roofde het land ook leeg, liet talloze oudheden naar Italië verschepen en bood deze daar te koop aan. Koning Willem I tikte er deels met eigen middelen twee collecties op de kop. Die vormen nog altijd de basis van de Egyptische afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden, waar tot en met 13 maart de tentoonstelling ‘Egyptische magie’ te zien is.

Als u dit leest bevind ik me zo’n 3500 kilometer van Leiden en laat ik me ter plekke betoveren door Egypte. Dit keer nu eens niet met een all-inclusivebandje om mijn pols aan de Rode Zee, maar cultureel verantwoord, al ronddobberend op het Egyptische Nassermeer. Dit gigantische stuwmeer ontstond in 1960 toen bij Aswan een dam werd gebouwd. De Nijl trad ten zuiden van Aswan buiten haar oevers en zette talloze antieke tempels in Nubisch-Egypte onder water. In de jaren die volgden stelde Unesco alles in het werk deze bouwwerken te redden, door ze af te breken en aan de oevers van het meer weer op te bouwen. Leidse wetenschappers speelden hierbij een belangrijke rol en momenteel ben ik het resultaat van hun noeste arbeid aan het bewonderen.

Eén tempel is niet in Egypte weer opgebouwd, maar werd in 1969 in een bouwpakket van 657 onderdelen naar Nederland getransporteerd: een geschenk van Egypte bij wijze van bedankje voor alle hulp. Sinds 1979 is deze Taffeh-tempel aan het Rapenburg gratis en voor niets te bewonderen, want dat was een voorwaarde van de gulle gevers. Gelukkig zijn er in Egypte nog genoeg tempels over, dus ik red me wel, onder de Nubische zon en bij een graadje of dertig…

1 reactie

Opgeslagen onder Column

De grote drie

In het laatste weekend van oktober ging de wintertijd in en werd de klok teruggedraaid. Niet alleen letterlijk, maar waar het om kunst en cultuur gaat ook figuurlijk. Die vrijdag werd namelijk pijnlijk duidelijk dat het het nieuwe kabinet menens is met de bezuinigingen op de culturele sector: er ging een dikke streep door het Nationaal Historisch Museum. De dag erna overleed Harry Mulisch – na Hermans en Reve de laatste van ‘de grote drie’. Het begin van een culturele herfst dus, waarin Nederland haar kleur stapje voor stapje dreigt te verliezen.

Ook Leiden werd dat weekend een stukje minder kleurrijk. Op vrijdag maakte centrummanager Joost Bleijie bekend dat zijn column Leidse Nieuwe voor het laatst in het Leids Nieuwsblad stond, en twee dagen later zette Aad van der Luit een streep onder zijn 15-jarige columnistencarrière bij HET op Zondag. Twee huis-aan-huis-columnisten die er tegelijkertijd en zonder troonopvolgers de brui aan gaven. ‘Je bent de laatste van de grote drie,’ grapte GroenLinks-fractievoorzitter Pieter Kos op Twitter. Ter geruststelling (of juist niet): ik noch de redactie van het Witte Weekblad is van plan met Steeksleutels te stoppen, dus van mij bent u nog niet af. En wat mijn ex-collega’s betreft: ik zal ze missen, de kritische noten die in de open brieven van Bleijie werden gekraakt en de wekelijkse wederwaardigheden in Luit & Duideljk. Daarom besluit ik deze column op Bleijiesque wijze: met een PS.

PS. Overigens ben ik nog altijd van mening dat bij wijze van eerbetoon aan ex-columnist en ex-Lakenfeestorganisator Aad van der Luit moet worden overwogen het Lakenfeestonderdeel De Gouden Pet om te dopen in De Gouden Luit. En vooruit: ik ben het ook van harte met de centrummanager eens dat de Kaasmarkt hoognodig opnieuw bestraat moet worden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Succesformule

Als je in Leiden iets tot een succes wilt maken, kun je er maar beter voor zorgen dat er bier bij vloeit. Ik geef toe, dit theorietje is nog niet uitputtend getoetst en allerminst volledig uitgewerkt, maar toch heb ik sterk het gevoel dat ik met deze 'succesformule' een typisch Leidse wetmatigheid op het spoor ben. Zou er in de RGL-plannen sprake zijn geweest van een restauratierijtuig, dan was de weerstand vast stukken minder groot. Leiden is geen stad van veranderingen en nieuwigheden, tenzij…

Toen het Centrummanagement onlangs uniforme huisnummers voor de winkels in het centrum introduceerde, vond ik dat helemaal geen slecht idee. Maar toch vermoedde ik dat het initiatief nauwelijks omarmd zou worden. Twee weken nadat de eerste sticker bij tassenwinkel Comtesse was aangebracht, was dit nog altijd het enige nieuwe huisnummer in de Breestraat. Had toch iets met bier gedaan, denk ik dan.

Dat mijn formule geen garantie biedt voor langdurig succes, blijkt helaas een straat verder. Aan het Noordeinde redde pizzeria Venezia het niet en hebben twee restaurants (La Diva en Kwebbelen) momenteel te kampen met het Syndroom van Johann ('wegens mysterieuze omstandigheden voor onbepaalde tijd gesloten'). Op RTL4 zag ik vorige week tot mijn grote verbazing dat ook North End het moeilijk heeft. Ik schrok er een beetje van. Niet van de niet eens al te rigoureuze plannen die Herman den Blijker met de Engelse pub had, maar wel van de uitgebluste indruk die eigenaar Martijn Snoeck maakte. Wat zakelijk zorgen niet met een mens kunnen doen. Ik gun Leiden (en mezelf) een fantastisch café als North End en hoop – niet in de laatste plaats voor hemzelf – dat Martijn zijn passie weet te hervinden. Want ook op de hoek van het Rapenburg en het Noordeinde moet het bier blijven vloeien!

2 reacties

Opgeslagen onder Column