Maandelijks archief: mei 2011

Oma

‘Maar jij bent natuurlijk geen echte Leidenaar…’ Sinds ik in een eerdere Steeksleutels schreef dat ik ooit in Leiden studeerde, duikt deze zin verdacht vaak op in reacties die ik naar aanleiding van mijn columns mag ontvangen. Alsof de afzenders ermee willen aangeven dat ik meer recht van spreken zou hebben als ik in Leiden geboren en getogen zou zijn. Welnu: ik héb inderdaad aan de Leidse universiteit gestudeerd, maar dat sluit in mijn geval niet uit dat ook mijn wiegje in de Sleutelstad stond. Sterker nog: zowel de familie aan mijn vaders als aan mijn moeders kant bestaat uit onvervalste en rasechte Leidenaars.

Vorige week overleed mijn oma, dus helaas kan ik nu niet meer schrijven dat zij hier het levende bewijs van is. Oma werd bijna een eeuw geleden geboren als dochter van een palingvisser, die er dagelijks met een heuse ‘peurbak’ op uittrok. Het kleine wevershuisje waarin oma opgroeide deed ook nog eens dienst als palingrokerij, en dus was zij veel op straat te vinden. Daar speelde ze onder meer met de manke Rietje Bey, die een paar jaar jonger was en later ‘naam’ zou maken als de Zangeres Zonder Naam. Al jong werd mijn oma door haar ouders aan het werk gezet, bij verschillende oer-Leidse fabrieken. Haar man, mijn opa dus, werkte bij de plantsoenendienst van de gemeente Leiden en was jarenlang op 3 oktober verantwoordelijk voor het hijsen van de krans tijdens de Reveille in het Van der Werfpark.

Met andere woorden: hoe Leids wilt u het hebben? Onze stad zit mij letterlijk in het bloed. Was dat niet zo, dan zou ik het waarschijnlijk niet meer dan vier jaar hebben volgehouden wekelijks een stukje te schrijven over wat er in mijn ogen deugt of juist niet deugt in Leiden. En wat mij betreft blijf ik dat doen, al heb ik sinds vorige week dan één trouwe lezeres minder.

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Buurengerucht

Wie op Koninginnedag het optreden van Armin van Buuren op de Garenmarkt heeft bijgewoond (of dat vergeefs geprobeerd heeft) kan het beamen: Leiden is zo onderhand te klein voor de man die zich nu al vijf jaar op rij de beste dj van de wereld mag noemen. Het hermetisch afgesloten plein waar Van Buuren optrad had een capaciteit van 6000 party people, en voor iemand met meer dan 400.000 followers op Twitter en wereldwijd wekelijks 15 miljoen radioluisteraars bleek dat – hoe verrassend – ietwat aan de krappe kant.

Omdat hij Leiden een warm hart toedraagt treedt de gevierde dj nog altijd één keer per jaar in zijn woonplaats op. Van Buuren begon zijn carrière in studentendiscotheek Nexus aan de Langebrug, waar hij, ook toen zijn ster internationaal rijzende was, voor een paar tientjes per avond trouw bleef draaien. Zelfs voor het schoonmaken van de toiletten – volgens de huisregels van Nexus de taak van de dj – draaide hij zijn hand niet om. Op 30 april, zo’n tien later, kreeg de wereldster door burgemeester Lenferink een welverdiend lintje opgespeld.

Vorige week bleek dat Leiden behalve letterlijk ook figuurlijk te klein was geworden voor Van Buuren. Milieudienstkloppers hadden tijdens het evenement op hun metertjes een piekje geregistreerd dat 8 decibel hoger uitviel dan de maximaal toegestane 100 db, en dat zou de kersverse Officier in de orde van Oranje Nassau op een boete van 2000 euro zijn komen te staan. Van Buuren deed het bericht op Twitter eerst nog af als een gerucht, maar later bleek de organisatie wel degelijk beboet te zijn voor burengerucht tijdens de set van een andere dj. Hoe dan ook, 3FM en het Rode Kruis zijn alvast gewaarschuwd: ook voor het Glazen Huis zou Leiden in december weleens te klein kunnen blijken te zijn. Naar ik hoop alleen letterlijk…

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Hoogvliegers

Een van de eerste columns die ik schreef ging over de meeuwenplaag die Leiden teistert. In bijna vijf jaar tijd is daar dankzij een weinig doortastende gemeente nauwelijks iets aan veranderd en voelt een aanzienlijke meeuwenpopulatie zich nog altijd prima thuis is onze stad. Sterker nog: nu in het Rotterdamse havengebied – waar 15.000 meeuwen resideren – nesten mogen worden vernietigd, is het aannemelijk dat de overlast hier alleen maar verder zal toenemen. Want Rotterdamse meeuwen, die zeuren niet en steken de vlerken onverveerd uit de veren, met alle gevolgen van dien.

En wat doet de gemeente? Die hangt posters op! Aanvankelijk zag ik helemaal voor me hoe een ambtenaar twee dagen aan het zwoegen was geweest om achter de geportretteerde meeuw een arm te photoshoppen die de vogel een frietje voert, maar inmiddels begrijp ik dat deze gekunstelde afbeelding is overgenomen van een Belgische campagne – vandaar dat frietje. ‘Gun meeuwen geen fastfood’ heet het in het Vlaams, wat voor ons Leidenaren vertaald is in ‘Geef meeuwen geen eten’. Dat hierbij de letters van het woord ‘geef’ veel groter zijn dan die van het woord ‘geen’ bevestigt alleen maar dat de verantwoordelijken voor deze campagne niet bepaald tot de hoogvliegers kunnen worden gerekend.

De poster verwijst naar een website van de gemeente, waarop te lezen valt aan welke voorwaarden een gesignaleerd meeuwennest moet voldoen, willen de gemeentelijke eierenzoekers ook maar overwegen om de inhoud te komen vervangen door nep-eieren. Als Leiden echt iets aan de overlast wil doen, dan mag het wel wat voortvarender allemaal. Wat dat betreft pakken onze zuiderburen het net iets daadkrachtiger aan: wie meeuwen voert of etensresten laat slingeren, kan rekenen op een boete van 250 euro. Dat zal ze leren, die meeuwen!

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Baksheesh

Als je op een luchthaven in Egypte – ik was er vorige maand nog – aanstalten maakt je koffer van de lopende band te pakken, is de kans groot dat iemand je te snel af is. Terwijl hij je bagage naast je neerzet, houdt hij zijn hand op, waarin een euromuntje glinstert: ‘Baksheesh, sir!’ Op het moment dat jij wat kleingeld uit je broekzak opdiept, duwt zijn vriend de rolkoffer al richting de uitgang, en bij de taxi is er een derde vriend die je bagage in de auto tilt. Baksheesh (drinkgeld) is de smeerolie van veel Arabische economieën, maar als toerist word je er soms horendol van.

Toen ik diezelfde koffer na mijn laatste vakantie in Egypte om half drie ’s nachts het Leidse station uit rolde, werd ik aangesproken door een dakloze: of hij mijn losse euro’s mocht hebben. Het zal vast en zeker niet politiek correct zijn (en dat spijt me dan oprecht), maar ik vond het een tamelijk impertinente vraag. Welke Egyptenaar je ook spreekt, ze weten stuk voor stuk dat we in Nederland een ‘allemachtig prachtig’ sociaal stelsel hebben. Toch kun je zo onderhand niet meer door Leiden lopen zonder met ordinair en opdringerig gebedel geconfronteerd te worden. In het voorbijgaan op straat, maar ook bij de ingang van supermarkten, V&D of de bibliotheek is het nagenoeg altijd raak.

In de omgeving van de daklozenopvang laveert nu al jaren een vrouw die doorgaans ’s ochtends al laveloos is en je als het even kan met dubbele tong de huid vol scheldt zodra je heel beleefd aangeeft niet van plan te zijn haar van ‘drinkgeld’ te voorzien. Doe dan tenminste iets voor je geld, denk ik dan. Al is het maar statiegeldflessen inleveren, boodschappen sjouwen of winkelwagens terugbrengen. Want voor louter lamlendigheid, een verongelijkte blik en zelfmedelijden koop je helemaal niets. Bij mij niet althans.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column