Maandelijks archief: september 2011

Western

Deze column gaat over koetjes en kalfjes. De aanleiding is een berichtje over een niet al te slimme koe, die bij de Vrouwenweg het verschil tussen gras en kroos niet zag en pardoes in het water kukelde. De brandweer moest eraan te pas komen om het beest te redden. In de omgeving van de Vrouwenweg is dit schering en inslag, en keer op keer rukken de hulpdiensten uit om daar in een Leidse western de cowboy uit te hangen. Waar blijft toch dat hek, vroeg ik me af, maar het plaatsen van drinkbakken schijnt al te volstaan: dieren die niet uit de sloot hoeven te drinken, belanden er ook minder snel in. Mij lijkt het niet onredelijk om de nalatige eigenaar van vee dat herhaaldelijk een onbedoelde duik neemt de rekening voor de brandweerinzet te presenteren.

Hetzelfde geldt wat mij betreft voor loos alarm. Regelmatig rukt de brandweer na een automatische melding tevergeefs uit, en niet zelden naar dezelfde adressen. Bij Augustinus en Minerva bijvoorbeeld stond de brandweer de afgelopen maanden meer dan eens voor spek en bonen op de stoep. De hoogste tijd dus om ze onder het mom van ‘Geen vuurtje? Factuurtje!’ eens tot het checken van de alarmsystemen te bewegen.

Een ander adres dat ik in dit verband nogal eens voorbij zag komen, is dat van het Best Western City Hotel aan de Lange Mare. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat deze keten met een viersterrenhotel in Leiden gevestigd was. De website van Best Western houdt de gevel van het voormalige Antonius Clubhuis ook angstvallig buiten beeld en toont slechts foto’s van de omgeving en het interieur. Logisch, want van buiten oogt het hotel zo onaantrekkelijk, dat ik het als potentiële gast straal voorbij zou lopen. Het lijkt me raadzaam de koe daar heel snel bij de hoorns te vatten, want voor je het weet is het kalf verdronken…

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Leidense strip

In 1996 werd onze stad al eens verstript. In het vooral uit winstbejag uitgegeven stripalbum ‘Leiden in last’ heeft het speurdersduo Jules & Ollie er de handen vol aan om welgeteld 37 sponsors onder de in rap tempo verslappende aandacht van de lezer te brengen. Vijftien jaar later is Leiden opnieuw het decor van een strip, maar dan echt! Vorige week werd in de Lakenhal deel 314 uit de legendarische Suske en Wiske-reeks gepresenteerd: ‘Het lijdende Leiden’, dat op initiatief van de 3 October Vereeniging tot stand kwam.

Tien jaar geleden was ik beroepshalve betrokken bij de ontwikkeling van een Suske en Wiske-editie van het bordspel Monopoly. Ons idee om de spelregels samen met een kort stripverhaal over het ontstaan van het spel in een boekje te publiceren werd in Antwerpen enthousiast ontvangen, en voor ik het wist was ik een heus scenario aan het schrijven. Nog altijd is het een vreemde gewaarwording om de Belgische striphelden in ‘Het machtige Monopoly’ de dialogen te zien uitspreken die ik voor ze bedacht.

Net als ‘mijn’ Suske en Wiske bevat ook ‘Het lijdende Leiden’ een aantal Vlaamse eigenaardigheden (‘rundsvlees’ en ‘de Leidense geschiedenis’ bijvoorbeeld), maar misschien onderstreept dat juist wel dat het niet zomaar een gelegenheidsuitgave, maar een authentiek Suske en Wiske-album is dat het 125-jarig jubileum van de 3 October Vereeniging luister bijzet. Over dat jubileum is Leiden trouwens wel een klein beetje in last, want de gemeenteraad verlangt een financiële bijdrage van de jubilaris. De festiviteiten zijn dit jaar breder van opzet en duren langer, waardoor de uitgaven van de gemeente hoger uitvallen, terwijl de 3 October Vereeniging op haar beurt juist extra inkomsten geniet. Kosten, baten… Iemand goesting in een potje Suske en Wiske-Monopoly?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Appels en kleren

‘De Haarlemmerstraat: één kilometer koopplezier, maar iets simpels als een appel kun je er niet kopen,’ schreef ik drie jaar geleden op deze plek. Het winkelaanbod in Leiden houdt de gemoederen nog altijd bezig en… we hebben er weer een twistappel bij! Want terwijl de één een gat in de lucht springt nu er plannen circuleren waarin sprake is van een Leids filiaal van de Bijenkorf, ziet de ander de mogelijke komst van het warenhuis juist als een bedreiging voor de kleine winkelier in de binnenstad.

Ooit speelde textielstad Leiden een toonaangevende rol in de Europese lakenindustrie, maar intussen telt onze stad geen enkele stoffenwinkel meer. Wie op zoek is naar een naaimachine zal in Leiden – een goedkoop instapmodelletje van Japanse makelij in de vitrines van de Kijkshop daargelaten – niet slagen en vorig jaar moesten we met lede ogen toezien hoe het landelijke distributiecentrum van H&M van Room- naar Hamburg verhuisde. En dus was mijn aandacht gewekt toen ik vorige week op Sleutelstad.nl de kop ‘Goeie mode komt voortaan uit Leiden’ las. Had Leiden de draad weer opgepakt?

Het artikel bleek te gaan over de aan de Amphoraweg neergestreken webwinkel Goeiemode.nl. In de vorm van een flashsale brengt deze webshop voor een appel en een ei dagelijks twee modieuze wannahaves aan de man (m/v). Laten nu juist webwinkels de grootste bedreiging voor het winkelaanbod van steden als Leiden vormen. De meeste cd-winkels zijn al verdwenen, boekwinkels en reisbureaus hebben het zwaar en de kans is groot dat de nu nog in groten getale aanwezige schoenwinkels de volgende slachtoffers van de niet te stuiten e-commerce worden. De consument moet zijn stoel weer uit en de stad weer in, en misschien is juist een Bijenkorf dan wel de appel die hem (m/v) daartoe weet te verleiden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Oude kranten

‘Wat verdient dat nou, zo’n column?’ Het schijnt de meest gestelde vraag aan een columnist te zijn, en tegelijkertijd de minst beantwoorde. BN’ers, die hun columns in veel gevallen niet eens zelf schrijven, schamen zich voor de forse bedragen die ze voor het uitlenen van hun naam opstrijken, terwijl de mindere goden niet graag toegeven dat ze voor een schijntje hun licht laten schijnen over de meest uiteenlopende, al dan niet tot de verbeelding sprekende onderwerpen. Voor hen is de jaarlijkse uitkering van de Stichting Lira dan ook een leuk extraatje.

De Stichting Literaire Rechten Auteurs (Lira dus) behartigt de belangen van freelance publicisten, zoals Buma-Stemra dat voor componisten en tekstdichters doet. Ook ik pik uit die ruif mijn bescheiden graantje mee, dus hoera voor Lira! Omdat dat geld natuurlijk wel ergens vandaan moet komen houdt de stichting de hand op zodra teksten van freelancers – voor zover die niet langer dan zeventig jaar geleden zijn overleden – opnieuw worden gepubliceerd.

Ook het Regionaal Archief Leiden werd onlangs door Lira op de vingers getikt en zag zich daarop genoodzaakt de stekker uit zijn online krantenarchief te trekken. En daar baal ik van. De stichting die mij jaarlijks een paar tientjes overmaakt, legt mede namens mij een weliswaar waardevolle maar zonder winstoogmerk gelanceerde website met oude kranten plat – een website die ik voor het schrijven van mijn wekelijkse columns ook nog eens regelmatig raadpleeg. Als ik kon kiezen dan wist ik het wel: laat die paar tientjes dan maar zitten – maar zo werkt het helaas niet. Overigens is sinds vorige week mijn complete Steeksleutels-archief beschikbaar via Tjan.nl: 239 Leidse columns, van 2007 tot nu, helemaal gratis en voor niets. Zolang Lira er tenminste geen stokje voor steekt…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column