Maandelijks archief: februari 2012

Geheugen

Het levert steevast mooie tv op: iemand die terugkeert naar het huis waar hij zijn jeugd doorbracht. Hoeveel jaren er ook verstreken en hoeveel latere bewoners ook aan de woning vertimmerden, de ruimten vullen zich onmiddellijk met herinneringen en de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Zelf had ik het – zij het in mindere mate – toen ik vorige week na jaren weer eens in de Universiteitsbibliotheek was. De herinneringen aan mijn studietijd waren al heel lang niet zo levend geweest.

Ik was in de UB voor een bescheiden tentoonstelling van topografische prenten. Een groot deel van de geëxposeerde platen was afkomstig uit het ‘Museum Bodellianum’, en dat bracht nog meer herinneringen boven. Tijdens mijn studie heb ik voor ‘De Boekenwereld’, een tijdschrift voor de bibliofiele medemens, een artikel geschreven over de Leidse verzamelaar Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis (1797-1872), die er in zijn grachtenpand aan het Rapenburg een imposante collectie kaarten en prenten op nahield.

De expositie, onderdeel van het Geheugen van Nederland en nog tot eind april in Leiden te zien, toont ons steden in vervlogen tijden. De prenten laten zien hoe vroegere inwoners zich door hun stad bewogen. Maar tegelijkertijd maken ze duidelijk dat er maar heel weinig veranderd is: hun stad is ook onze stad, een stad die je – zoals het huis waarin je opgroeide – op een oude prent direct herkent. De mens mag dan met zijn tijd meegaan, de stad blijft zichzelf en overleeft ons allemaal. In het pand aan de Langebrug waar Rembrandt bijna vier eeuwen geleden zijn eerste schilderslessen volgde, kun je nu terecht om een überhippe Segway te huren, waarmee je je als een kind van onze moderne tijd door het oude, trouwe Leiden kunt bewegen. Het Leiden van Rembrandt, maar ook van Bodel Nijenhuis. Mooi toch?

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Roze bril

Het werd vorige week nog maar eens bevestigd: we zitten met z’n allen in een recessie – de vierde sinds de jaren dertig. De effecten daarvan worden voor veel huishoudens langzaam maar zeker steeds voelbaarder, en voor een enkeling blijkt de situatie al zo onhoudbaar, dat hij geen andere uitweg ziet dan zich op het parkeerterrein van zijn hypotheekverstrekker van het leven te beroven. Wat een intens triest bericht, en wat zou je graag willen dat de Leidenaar die deze wanhoopsdaad beging zijn eigen situatie, hoe hopeloos ook, met een andere bril had kunnen bezien.

Natuurlijk begrijp ik dat deze man tot op de bodem is gegaan, en dat de vraag of het glas halfleeg of halfvol is niet langer evident was, maar toch… Bestonden er maar opticiens die brillen verkopen tegen zwartkijken, waarmee al te sombere visies kunnen worden gecompenseerd. Zodat je als gemeente – in dezelfde week dat duidelijk wordt dat je de komende jaren bovenop de reeds aangekondigde bezuinigingen van 26 miljoen per jaar, jaarlijks nog eens minstens 10 miljoen extra moet bezuinigen – Museum De Lakenhal met een bijdrage van naar verluidt zo’n 1,5 miljoen tóch in staat stelt een heuse Rembrandt te verwerven.

Het is bijna een statement. Waar kille rekenmeesters in Den Haag rigoureus het mes zetten in kunst, betaalt de gemeente Leiden zo’n 4200 euro per vierkante centimeter mee aan de aankoop van een van de oudst bekende werken van de in Leiden geboren en getogen schilder. ‘De brillenverkoper’ – die nadat De Lakenhal hem jaren in bruikleen had plots in een Amerikaanse privécollectie dreigde te verdwijnen – blijft hiermee voor Leiden en voor Nederland behouden. Dat is mooi, maar mooier nog vind ik dat Leidenaars deze ‘onvoorziene kostenpost’ vrijwel unaniem met dezelfde – noem het maar roze – bril bekijken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Herinnering aan Leiden

Ook als ik op vakantie ben, denk ik regelmatig aan Leiden. Toen ik vorige week in onze hotelkamer in Egypte via BVN (het beste van Nederland én Vlaanderen) de sprookjesachtige beelden van een winters Nederland zag, vroeg ik me af of in Leiden het strooizout al op was. Lag er ijs op de Singels? Kon er geschaatst worden op het Galgewater? En zou de Elfstegentocht doorgaan? Spontane gedachten over mijn eigen Sleutelstad.

Veel minder spontaan was de opdracht die ik mezelf de afgelopen vakantie had gegeven. Liggend op een bedje aan het zwembad zwoegde ik onder de brandende zon op een qua rijm en metrum kloppende Leidse versie van Hendrik Marsmans ‘Herinnering aan Holland’, dat werd uitgeroepen tot Het Gedicht van de Twintigste Eeuw. Een relatie tussen Marsman en Leiden is er niet echt: zijn gedicht ‘Val’ is te zien op een gevel aan de Zoeterwoudsesingel, en in de jaren twintig van de vorige eeuw studeerde hij hier een blauwe maandag rechten. Maar omdat het weer eens wat anders is dan een Sudoku of een woordzoeker, en omdat Marsmans uitspraak ‘Wie hier in de grond stampt, zakt weg in de modder’ zo maar op Leiden van toepassing zou kunnen zijn, puzzelde ik nippend van mijn koude biertje vrolijk voort. Ik sluit de column van deze week af met het resultaat.

Denkend aan Leiden zie ik Leidenaars vieren hoe deze stad ooit werd ontzet. Water afkomstig van brede rivieren, als gracht door de mens naar zijn hand gezet. En op een kunstmatige heuvel gelegen: De Burcht, symbolisch voor weerstand en strijd, tegen verandering en al wat nieuw is – stil als de Stille Rijn kabbelt de tijd. Musea gevuld met een roemrucht verleden; er wordt in het veilige heden geleefd. Tegen dovemansoren spreekt de stem van de toekomst, want geen kans wordt gegrepen: men houdt wat men heeft…

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Zoeken en boeken

Via de boekingssite Hotels.com werd er in 2011 bijna vijf keer zo vaak naar hotelkamers in Leiden gezocht als in het jaar ervoor. Leiden is daarmee in de statistieken van deze website de snelste stijger van vorig jaar, gevolgd door Leeuwarden en Lloret de Mar. De grote vraag die dan rijst, is of al deze bezoekers van Hotels.com ook vonden wat ze zochten, want zoekers zijn natuurlijk nog geen boekers.

Een land dat van dit soort positieve cijfers momenteel alleen maar kan dromen, is Egypte. Sinds de Arabische Lente heeft het toerisme naar het land van de farao’s een flinke knauw gekregen. Als u dit leest, geniet ik er van mijn laatste ongetwijfeld zonovergoten vakantiedag aan de Rode Zee. Waar we ons jaarlijse weekje Egypte normaal gesproken bijtijds moesten boeken, regelden we onze vakantie dit jaar pas zo’n twee weken voor vertrek. Lastminute dus, en voordeliger dan ooit.

Nog net op tijd dacht ik eraan dat mijn paspoort volgens de Egyptische regels na thuiskomst nog een halfjaar geldig moet zijn. Dat werd dus verlengen. Na enig zoeken op de website van de gemeente lukte het me om met behulp van mijn DigiD een afspraak voor de volgende dag te boeken. En het moet gezegd: dat systeem werkt feilloos. Bij Burgerzaken en Be olking (de v was van de marmeren muur in het Stadhuis verdwenen, ik meende de medeklinker later op het revers van een beveiligingsmedewerker te zien) leverde ik mijn pasfoto in, zette ik een handtekening, liet ik vier vingerafdrukken achter en tikte ik € 48,70 af. Binnen welgeteld vijf minuten stond ik weer buiten, en een week later lag mijn nieuwe reisdocument klaar bij de balie. Staat u mij toe de gemeente Leiden vanaf mijn ligbedje in het vakantieparadijs El Gouna even te complimenteren met deze uiterst efficiënte gang van zaken? Shoukran!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leids blauw

Sinds 1 januari is er in Leiden letterlijk meer blauw op straat te vinden. Het aanbrengen van de weinig subtiele blauwe markeringen langs de parkeervakken had dankzij het druilerige weer nog wel wat voeten in de aarde, maar borden maakten duidelijk dat er in zes wijken buiten de singels toch echt nieuwe parkeerregels van toepassing waren. Ook mijn wijk is nu bij wijze van een 2-jarig experiment gebombardeerd tot een zogenaamde ‘blauwe zone’. Bewoners moeten een vergunning aanschaffen, voor hun bezoekers zijn er kraskaarten en voor parkeerders die in de binnenstad moeten zijn geldt een maximum parkeertijd van twee uur.

Het moet gezegd: de parkeerdruk is lager dan voorheen, zo bleek tijdens een wandelingetje dat ik op een blauwe maandag door mijn wijk maakte. Er was volop plek, en dat was vorig jaar op een doordeweekse dag wel anders. In die zin lijkt het experiment dus al geslaagd. Toch ligt het gevaar van te vroeg juichen op de loer. Nu al doet het verhaal de ronde dat er toch niet wordt gecontroleerd, zo toonde een gesprek met een foutparkeerder aan. Ik besloot van mijn wandelingetje een heus onderzoekje te maken: ik pakte mijn notitieboekje uit mijn binnenzak en zette het op een turven.

Van de 235 geparkeerde auto’s waren er 77 voorzien van een parkeervergunning. Ik telde slechts 4 kraskaarten en niet meer dan 23 parkeerders hadden de moeite genomen een parkeerschijf neer te leggen. Maar liefst 131 auto’s (55,7%) stonden er illegaal, maar bij geen van deze auto’s zat er een bon achter de ruitenwisser. Het lijkt me toch vrij essentieel dat er – los van al die blauwe strepen op de weg – ook figuurlijk meer blauw op straat komt. Want wordt er in dit prille stadium al niet gehandhaafd, dan is het experiment met de zes blauwe zones in mijn ogen gedoemd te mislukken.

1 reactie

Opgeslagen onder Column