Maandelijks archief: juli 2013

Talentenjacht

‘Nou ja!’ riep ik. ‘Die brief zeker?’ Mijn vrouw wist meteen waarover ik me opwond: zij had hem ook gelezen. Een brief inderdaad, van de coördinator van het project Buurttalent in Leiden Noord. Een prijzenswaardig plan hoor, om de talenten van buurtbewoners in kaart te brengen, waar mogelijk in te zetten en zo van Leiden Noord een betere plek te maken. Maar met zijn opdringerige, huis-aan-huis verspreide brief gooide de projectleider in elk geval bij ons zeer vakkundig en bij voorbaat al zijn eigen glazen in.

Er kwam woensdag iemand langs, las ik, tussen 16.00 en 20.00 uur, om een interview af te nemen – of ik dat nu wilde of niet. Geen beleefdheden als ‘als het u schikt’ of ‘als u daar prijs op stelt’, maar vrijpostig gedram van het ‘Wat gaan we doen?’-achtige soort. We gaan helemaal niks doen, wist ik al heel snel. Ik wierp een blik op de bijgevoegde lijst met maar liefst 15 vragen. Die kon ik alvast invullen, zodat de vrijwilliger van Buurttalent aan een kort gesprek genoeg zou hebben. Er stond nog net niet dat deze ‘talent scout’ natuurlijk ook moest eten en dus een vorkje mee zou prikken.

Eindelijk was het woensdag. Ik kreeg er steeds meer zin in. Dat interview was wat mij betreft zo voorbij: Ja, ik beschik over het talent om de taalfouten uit de correspondentie en de website van Buurttalent te halen en om effectieve brieven te schrijven waarmee de afzender niet de indruk wekt een kruising tussen een megalomane jehova, een liefhebber van het werk van Kafka en een onvermurwbare sociaal rechercheur te zijn. En: Nee, als het zo moet, voel ik geen enkele behoefte dit talent in te zetten. Maar helaas, er kwam die woensdag niemand opdagen. Eenzijdig op hoge toon een afspraak forceren en het dan doodleuk af laten weten. Ook dat zou je een talent kunnen noemen…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Bemoeizucht

Nu mijn redacteur met vakantie is, hoef ik de komende drie Steeksleutels niet op mijn woorden te letten en kan ik lekker schrijven wat ik wil. Toch zult u weinig verschil merken: de redactie van deze krant bemoeit zich namelijk nooit met mijn columns. Wel zo prettig, die vrijheid. Maar als die van de ene op de andere dag zou worden ingeperkt, kan ik daar niets tegen inbrengen. Wie betaalt, bepaalt!

Met de bemoeizucht van Leiden ligt dat anders. In mijn ogen trekt onze stad in de regio regelmatig een net iets te grote broek aan. Natuurlijk is het goed om pal voor je eigen winkeliers te gaan staan, maar ik weiger te geloven dat de opening van een lousy Xenos op de Leiderdorpse Baanderij de Leidse middenstand zou schaden. De felle protesten van ons stadsbestuur tegen de ontwikkeling van een outletcentrum halverwege Bleiswijk en Zoetermeer, meer dan een halfuur rijden van onze binnenstad vandaan, vond ik destijds al helemaal een gotspe (om na ‘lousy’ nog maar eens een woord te gebruiken dat ik in 336 columns nog niet eerder bezigde – nú kan het). Het inmiddels met succes gedwarsboomde Bleizo zou zich dichter bij Rotterdam dan bij Leiden hebben bevonden!

Steek je energie liever in die binnenstad, denk ik dan, en ga uit van je eigen kracht. Zoals voormalig centrum manager Joost Bleijie en zijn broer Tim deden met de LeidsePas, waarvoor ze bij heel veel Leidse winkels en horeca volop voordeel wisten te ritselen. Zó wapen je je als stad voor de toekomst. Niet door met argusogen in de gaten te houden wat er buiten de stadsgrenzen gebeurt en keer op keer de boze buurman uit te hangen. Want daarmee zet je alleen maar kwaad bloed, óók bij de potentiële consumenten uit de buurgemeenten, die intussen wel klaar zijn met deze Leidse arrogantie. Maar ach, waar bemoei ik me mee…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Achter het net

Toen Omroep West twee weken geleden trots berichtte dat Den Haag met twee musea in de Museum Top 10 van Tripadvisor was vertegenwoordigd, vreesde ik even dat de regiozender zich weer eens had laten verleiden tot al te lokale berichtgeving. Maar helaas: ons ‘lieflijke Leiden’, zoals Tripadvisor onze stad nogal Suske & Wiske-achtig noemt, vist in de Top 10 van de online reisgids geheel achter het net. Op de pagina over Leiden is nota bene de Rijn als attractie hoger gewaardeerd dan de twee in onze stad gevestigde Rijksmusea. Het Leidse hotel met de hoogste score bevindt zich in Oegstgeest, en alleen tegen de nummer 1-positie van Lundi in de categorie restaurants heb ik helemaal niets in te brengen.

Er was afgelopen maand spijtig genoeg nog zo’n lijstje waarin er voor Leiden maar bar weinig vis op de graat zat. Want met een schamele 36e plaats voor Scarlatti als enige lichtpuntje, valt ook de vangst voor de Leidse horeca in de landelijke Terrassen Top 100 dit jaar vies tegen. De terrassen van bijvoorbeeld Annie’s, de Grote Beer, Dok 2, Barrera en Olivier ontbreken, en dat is als u het mij vraagt niet alleen onterecht, maar ook hoogst eigenaardig – te meer omdat die laatste twee vorig jaar nog wel in de Top 100 stonden, Olivier zelfs op plek 15.

Gelukkig kan er elk moment een ranglijst verschijnen waarin de van oorsprong Turkse broers Abdullah en Umut Tagi het namens de stad van haring en wittebrood traditioneel wél goed doen. En wat heet goed… Vorig jaar hengelden ‘Appie’ en Umut met hun Vishandel Atlantic zelfs de eerste plaats van de roemruchte AD Haringtest binnen, met een niet te overtreffen 10! Omdat hun ‘Leidse nieuwe’ – zo wees mijn eigen onafhankelijke schaduwtest onomstotelijk uit – ook deze zomer weer voortreffelijk is, heb ik er alle vertrouwen in!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Petje af

Voor elk wat wils, dat is al jaren de kracht van de Leidse Lakenfeesten. Want hoewel de Peurbakkentocht niet aan mij besteed is – zeker niet als het regent -, ik de Dragonboatraces nogal saai vind en de muziek bij Leiden Culinair mij veel en veel te hard staat, maak ik wel elk jaar een rondje langs de talloze activiteiten. Ook dit jaar weer genoot ik daarbij van de simpele constatering dat het centrum van Leiden vier dagen lang bruist, als de vele biertjes die er naar goed Leids gebruik in rap tempo doorheen gaan.

Een van de pareltjes in de programmering is al 27 jaar het Gouden Pet Festival. Dit jaar viel tijdens dit straatmuzikantenconcours werkelijk alles op zijn plek. Het weer werkte deze zonnige zondagmiddag enthousiast mee, de 18 locaties – tussen Oude en Nieuwe Rijn – waren fantastisch en de 36 deelnemende acts hadden er zicht- en hoorbaar heel erg veel zin in. Eigenlijk zijn het de Lakenfeesten in het klein: op letterlijk elke straathoek gebeurt wel iets, en heb je van een optreden niet zo’n hoge pet op, dan loop je door of wacht je – onder het genot van een biertje dus – gewoon het volgende gezelschap af, dat altijd binnen een halfuurtje begint.

Hoewel de artiesten – een beetje afhankelijk van act en plek – over belangstelling niets te klagen hadden, verbaast het me dat de Gouden Pet niet nog veel meer toeristen naar onze stad weet te bewegen. Het niveau van de meeste deelnemers en het sympathieke karakter van dit festival – petje af voor de organisatie dus – zouden landelijke bekendheid zonder meer rechtvaardigen. Dat Parkpop dit jaar op dezelfde zonnige zondagmiddag viel, heeft wellicht een rol gespeeld. Met het ongeïnspireerde optreden dat de voormalige straatmuzikanten van de Dexys Midnight Runners daar verzorgden, waren ze in Leiden kansloos geweest.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Stippellijn

Leiden wil de stad met de beste binnenstad van Nederland worden, las ik twee maanden geleden op Leiden.nu. Ik geef toe: mijn columns zijn weleens actueler, maar wat deze ambitie betreft was er alle tijd. Het is namelijk, zo las ik, ‘een stip op de horizon’. Daar hebben we er hier wel meer van – de stippellijn die ze aan de einder vormen, zou je de Leidse skyline kunnen noemen. Wat bleek: we gaan meedoen aan een verkiezing! In 2015 zou dat een nominatie, en in 2017 een heuse titel moeten opleveren.

Het is maar de vraag wat we ermee opschieten als Leiden deze 2-jaarlijkse binnenstadverkiezing op zijn naam zou schrijven. Dat Den Bosch, Groningen, Arnhem, Breda en Eindhoven de titel ooit veroverden heb ik helemaal gemist, en het kan me ook maar bar weinig schelen welke stad in oktober de volgende winnaar wordt. Nu Detailhandel Nederland zich ook nog eens uit de organisatie van de verkiezing heeft teruggetrokken, spreekt de titel nog minder tot de verbeelding. Bovendien vind ik het vreemd dat een stad blijkbaar maar één keer kan winnen. Twee jaar later heeft een andere gemeente de beste binnenstad van ons land, en weer twee jaar later telt ook die plaats niet meer mee. Mocht Leiden in 2017 dus in de prijzen vallen, dan gingen zeven gemeenten ons voor en zijn we niet meer dan de achtste in de rij, na – wie zal het zeggen – Kudelstaart en Lutjebroek.

Maar de middelen heiligen in dit geval het doel. Als deze stip op de horizon ervoor zorgt dat al die andere stippen – ik noem een Singelpark, ring- en toegangswegen en hoogwaardig OV – eindelijk eens met elkaar verbonden worden, heeft deelname aan de contest mijn zegen. Die eventuele titel is dan bijzaak. Zolang Leiden bij inwoners en bezoekers maar op de eerste plaats komt te staan, en dan natuurlijk het liefst met stip.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column