Maandelijks archief: februari 2014

De heer L.

Of ik nog wel in Leiden wilde wonen, vroegen mijn collega’s tijdens de lunch. En nee, dat vroegen ze niet omdat ‘zwempedo’ Benno L. in mijn stad was neergestreken. Ze hadden de vorige avond met open mond naar Pauw & Witteman gekeken, waar het luidruchtigste deel van het studiopubliek uit woedende, hun onvrede overschreeuwende Leidenaren had bestaan. Goed werk van de redactie, want het leverde spraakmakende tv op. Wie op Twitter de hashtag #penw volgde, kon op zijn vingers natellen dat de zelfbenoemde woordvoerder niet voor 95% van de Leidenaren sprak, al beweerde hij nog zo stellig van wel.

Over Benno L. – of: de heer L., zoals de gemeente hem in haar publicaties consequent noemt – ga ik hier verder niet teveel uitspraken doen. De enige uitspraak die ertoe doet is immers die van de rechter. Natuurlijk walg ik van L.’s strafblad en begrijp ik dat je schrikt als je ontdekt dat juist deze zedendelinquent bij jou in de wijk is komen wonen. Maar de dreiging die uitging van een live op tv gesteld burgerultimatum vond ik ronduit huiveringwekkend en zorgde ervoor dat ik mij zelfs een klein beetje schaamde voor mijn stad.

Gelukkig maakte deze schaamte een dag later alweer plaats voor trots, toen die andere heer L., burgemeester Lenferink, in hetzelfde praatprogramma uitlegde hoe en waarom hij tot dit even moeilijke als moedige besluit was gekomen. En die trots groeide toen vrijdag bleek dat hij niet zwichtte voor dreigementen, dat Leidse kerken werken aan een vangnet van vrijwilligers om Benno L. te begeleiden en op het rechte pad te houden, en dat maar liefst 84% van de omwonenden onder de streep vindt dat L. in de seniorenflat moet kunnen blijven wonen. Een stad die zijn nek uitsteekt en weloverwogen een laatste toevluchtsoord durft te zijn. Zo ken ik mijn Leiden weer!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Boerrr

Ik heb hem niet persoonlijk gekend. De enige woorden die ik in de loop der jaren met hem wisselde, gingen over de filmkaartjes die hij me vanuit zijn krappe kassahokje verkocht – en niet altijd van harte. ‘Weet je ’t zekerrr?’ verzuchtte hij dan, met een afkeurende blik twee kaartjes van de rol scheurend. Zijn Leidse r ronkte als een op volle toeren draaiende motorzaag. Hoe voller zijn bioscoop, hoe minder de norse man in de Noorse trui en met de doorrookte baard met de vertoonde film had, zo leek het.

Ooit richtte hij het kleinschalige en alternatieve Kijkhuis op, maar een jaar of vijf geleden werd hij verantwoordelijk voor de programmering van alle Leidse bioscopen. Ook van café het Praethuis was hij de oprichter, en zonder hem had het LVC, dat dit jaar als muziekcentrum Gebr. de Nobel wordt voortgezet, vermoedelijk nooit bestaan. Maar bovenal was Jan Boer een markante en vooral échte Leidenaar, met het hart op de juiste plaats. Op de tong, om precies te zijn.

Ik herinner me een oeverloze discussie tijdens een lokaal lijsttrekkersdebat in De Waag, waaraan hij namens de Stadspartij Leiden Ontzet deelnam. Met zijn gezicht op onweer bewoog hij steeds rustelozer in zijn stoel. Eindelijk kreeg hij het woord. ‘Nou, dank u, voorzitter,’ barstte hij los, in onvervalst Leids. ‘Want ’t gaat nou wel de hele tijd over een ringweg, maar dáárrr hebbie dus percies niks an, aan een ringweg. ’t Lijk mijn althans niet echt de bedoeling dat de mensen zo snel mogelijk om de stad heen kenne rije, ze motte d’r juist ín!’ Vorige week zondag overleed hij, op 69-jarige leeftijd: Jan Boer, de man die niets met ringwegen had, die omtrekkende bewegingen sowieso het liefst meed en die als het even kon recht op zijn doel afging. Met zijn dood werd Leiden in één klap een heel stuk minder Leids.

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Gragen klant

Ergens in Leiden (quizvraag: waar?) kunt u de volgende, intussen alweer bijna 80 jaar oude tekst lezen: ‘Wie goede waar verkoopt, die dient den gragen klant, maar steunt de voortbrengst ook en steunt zoo’t gansche land.’ Er lijkt weinig veranderd. Ook in het huidige economische gesternte spelen consumentenvertrouwen en de bereidheid van ‘den gragen klant’ tot consumeren een cruciale rol in de nationale welvaart. En hoewel economen stug volhouden dat ze lichtpuntjes zien, merk ik daar als ik door onze stad loop nog niet veel van.

De kleine middenstand heeft de grootste moeite het hoofd boven water te houden en veel winkelpanden staan leeg. Specialisten als De Rooij lederwaren en de kleinvakwinkel van Mol en De Groot sluiten bij gebrek aan opvolging, en zo zijn er al veel meer zelfstandige winkels uit het Leidse centrum verdwenen. Maar daar blijft het niet bij, want op de zaterdag dat voor de kleine maar fijne fourniturenzaak aan de Mare het doek definitief viel, stemde mijn rondje binnenstad weinig vrolijk: ook de ‘grote jongens’ hebben het onmiskenbaar zwaar.

Het pand van de Leidse vestiging van de elektronicaketen Block stond deze eerste februari alweer meer dan een halfjaar leeg, Free Record Shop hield sluitingsuitverkoop en juwelier Siebel en boekwinkel Polare waren – al failliet of in een ultieme poging verwikkeld zo een dreigend faillissement af te wenden – gesloten. Groot of klein, de crisis slaat meedogenloos toe. En dan kun je de consument verwijten dat hij de hand op de knip houdt, maar misschien is het in tijden van recessie juist goed dat de ‘gragen klant’ van weleer zijn lesje geleerd heeft, zijn gezonde verstand gebruikt en niet méér geld uitgeeft dan er binnenkomt. Het is iets wat ik onze overheid nog niet zo een twee drie voor elkaar zie boksen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Wie wint het Leids?

Maandag barst in de Leidse Schouwburg het VARA Leids Cabaret Festival weer los. Voor de 36e keer strijdt cabarettalent in een spannende week om de felbegeerde jury- en publieksprijs van het roemruchte ‘Leids’. Voor de organisatie startte het festival al in september met de selectie van de auditanten. De laatste drie zondagen van januari kon het publiek in een met de week bomvoller Scheltema kennismaken met deze 15 mogelijke deelnemers. Meer dan de helft van hen is afgelopen weekend met intensieve workshops door ervaren coaches klaargestoomd voor de voorronden in de Leidse Schouwburg. Vijf gaan er door naar de halve finale en volgende week zaterdag nemen ‘de grote drie’ het in de finale tegen elkaar op.

Vorig jaar schreef ik een zuur stukje over de audities. Althans, zo bestempelde de organisatie mijn kritische kanttekeningen bij het gemiddelde niveau van de optredens. Ik moet zeggen: de lat lag dit jaar wel wat hoger, maar dat kwam vooral doordat er nu verspreid over de drie middagen niet 18 maar slechts 15 deelnemers auditeerden. Het aantal extreem kansloze pogingen bleef zo beperkt, maar wat mij betreft zijn er dit jaar vreemd genoeg ook geen uitgesproken favorieten.

Wie zich over anderhalve week de winnaar van het LCF mag noemen durf ik dus niet te voorspellen. Ik verwacht dat de comedian Tim Fransen een heel goede kans maakt, maar er zijn in mijn ogen meer gegadigden (geen vrouwen en ook geen Vlamingen, maar dat is toeval): de standuppers Ties Teurlings, Riza Tisserland en Bart Melief bijvoorbeeld. Of het muzikaal sterke duo Bart en Evert. Het zijn namen die u nu nog helemaal niets zullen zeggen, maar ik hoop – voor de winnaar, maar vooral voor het aanzien van dit Leidse festival – dat dat voor tenminste één van deze namen over een paar jaar anders is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column