Maandelijks archief: mei 2015

Compassie

Kent u OmaLief? Ik meen me te herinneren dat ik rond de lancering een jaar geleden wel iets over dit Leidse initatief gelezen heb, maar de cynicus in mij een klein beetje kennende, zal ik toen wel gedacht hebben dat het toch niet van de grond zou komen. De toekenning van de landelijke Compassieprijs 2015 toont dus niet alleen mijn ongelijk aan, maar is tegelijk een vorm van erkenning voor een project dat behalve aandacht (graag gedaan!) ook respect en bovenal navolging verdient.

OmaLief slaat bruggen. Tussen moslims en niet-moslims, en tussen jong en oud. Elke week bezoeken twaalf jongeren met een Turkse achtergrond eenzame bejaarden; dat is in het kort en in alle eenvoud waar OmaLief op neerkomt. ‘Hartverwarmend en ontroerend,’ verwoordde SP-kamerlid Paul Ulenbelt het toen het project vorig jaar mei van start ging. En dat is het ook. De teksten op de website projectomalief.nl mogen dan misschien wat zijig en wollig zijn (‘Laten we onze versteende harten verzachten en onze gesloten ogen openen’), de goede bedoelingen druipen ervanaf. Tegelijkertijd getuigen ze ook van ambitie: op termijn hoopt de Leidse Stichting Fatih vergelijkbare projecten op te kunnen tuigen voor onder meer daklozen, verslaafden, gehandicapten, chronisch zieken en zelfs dieren.

Kom daar maar eens om, in een samenleving waarin zelfs bed, bad en brood niet meer vanzelfsprekend zijn. Lokale waardering voor de twaalf jongeren van OmaLief was er niet voor niets al eerder: eind november kregen zij door de gemeente al een Leids Jeugdlintje opgespeld. Intussen heeft OmaLief ook landelijk de aandacht op zich weten te vestigen, en vorige maand mocht de projectleider, Mustafa Kus, in Utrecht de Compassieprijs in ontvangst nemen. Mustafa Kus ja, zo heet hij echt. Werkelijk alles aan dit project is lief!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Dwarrelen

Wat doe een mens op Hemelvaartsdag? Nadat in de afgelopen jaren Pasen al veranderde in een met de hele familie te vieren feest van copieus eten en drinken, zal ook deze wat onbestemde vrije donderdag vroeg of laat wel in de klauwen van de commercie vallen. ‘Wie hemel jij op met Hemelvaart? Stuur met vaart een kaart of zeg het met bloemen, of liever nog: met een hemels en dus zo duur mogelijk cadeau!’ Je kunt het bijna uittekenen.

Maar voorlopig is Hemelvaartsdag nog een dag zonder enige verplichting, en dat is ook wat waard. Wij dwarrelden vorige week wat door Leiden, en daar was meer dan genoeg te doen: het Textielfestival was in onze stad neergestreken, de jaarlijkse openluchtexpositie Beelden in Leiden was geopend en op de Beestenmarkt werd gemusiceerd. De terrassen zaten vol en hoewel de meeste winkels gesloten waren, was het druk in de binnenstad. Ons gedwarrel voerde ons langs de Meelfabriek, langs het Wevershuisje, langs de beelden op de Hooglandse Kerkgracht en in de Hortus, en langs Haagweg 4.

‘Waar dwarrelen je brengt’ is de titel van wat ik dit jaar het meest inspirerende beeld van Beelden in Leiden vind. En eigenlijk is het ook precies de ideale, zelfs best toepasselijke invulling van Hemelvaartsdag: dwarrelen. Of zoals de Van Dale het omschrijft: ‘in een onregelmatige, min of meer kolkende of fladderende, zwevende beweging zijn of zich daarmee verplaatsen.’ Leiden is dan ook een dwarrelstad bij uitstek: je kunt er niet echt verdwalen en zeker als je je eraan overgeeft, overkomt je er van alles. Dwarrelen dus. We doen het nog zelden, net als kuieren, mijmeren en koesteren. Het zijn de vergeten groenten in ons overdadige dagmenu van hapklare brokken, die als het aan mij ligt in ere hersteld worden voordat écht niemand er nog de tijd voor heeft of neemt.

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Verzetmonument

Het was stil op 4 mei, bij Molen de Valk. De enkeling die niet wist dat de jaarlijkse dodenherdenking dit jaar elders in de stad werd gehouden, werd daarop gewezen door een nauwelijks te missen bord: ‘Dodenherdenking verplaatst naar Pieterskerkplein’. Vanwege de bouw van de ondergrondse parkeergarage stond het herdenkingsmonument van Pieter Starreveld er voor het eerst sinds 1957 wat verloren bij. Best toepasselijk trouwens, qua WOII, dat ‘ondergrondse’.

Aanvankelijk zou ook dit bronzen beeld naar het mooiste plein van de stad verhuizen, maar het te forse prijskaartje dat aan deze operatie hing voorkwam dat het herdenkingsmonument een ‘verzetmonument’ werd. In plaats daarvan verrees op het Pieterskerkplein een iets kleinere, 3D geprinte replica, die te midden van de prachtige kastanjes en geflankeerd door twee keer de driekleur allesbehalve een gek figuur sloeg. De in gedachten verzonken vrouw met de bloesemtak wekte zelfs de indruk dat ze daar altijd al op haar natuurstenen sokkel gestaan had.

Ook op het Pieterskerkplein was het stil tijdens de twee minuten stilte. Echt stil, voor de verandering. Geen onverstoorbaar klaterende fontein, geen voorbij crossende pizzacoureurs en geen aan de overkant van de Singel passerend verkeer – slechts de duiven, de meeuwen en de zang van een merel doorbraken dit jaar de Leidse stilte. ‘Laat deze stilte een leegte zijn’ dichtte stadsdichter Wouter Ydema speciaal voor de gelegenheid, en misschien was dat wel het enige minpuntje van deze tijdelijke locatie: het plein is te groot en oogde dus wat leeg. Een mooie opdracht voor volgend jaar, als de herdenking voor de tweede en tegelijk laatste keer zal plaatsvinden op deze fraaie plek, die wat mij betreft best permanent als decor voor de jaarlijkse bijeenkomst zou mogen dienen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Het, Bar & Bas

Hoe was uw begin van de zondag deze week? Minder aangenaam, zo voor het eerst zonder Het op Zondag? Anderhalve week geleden verscheen na bijna 23 jaar en 1200 zondagskranten de laatste Het. Voortaan zal Leiden het zondagmorgen dus moeten doen zonder de overdosis uitroeptekens van Aad, zonder aandoenlijke Hartsbrieven en zonder de nog aandoenlijkere huisdieren die op zoek zijn naar een baasje. Het afscheid van deze ooit rebelse Leidse krant hing al even in de lucht, maar totaal onverwacht stond het laatste weekend van april in het teken van nóg een vaarwel.

Ik heb in Leiden zo mijn favoriete horeca-adresjes: Surakarta voor rijst, Bennies voor ribs, Pinoccio voor pizza, Delphi voor gyros, North End voor bier, het terras van Dok 2 voor lunch en Lundi voor lange avonden, een ongedwongen sfeer, mooie gerechten en prachtige wijnen. Toen ik die zaterdagmiddag aan de Turfmarkt het fijnste restaurant van Leiden binnenstapte om alvast een tafeltje voor vanavond te reserveren, vertelde eigenaar Bas van Bakel me dat hij de bakens ging verzetten, met een nieuwe formule en zelfs onder een andere naam.

Met een beetje schuiven, passen, meten en goede wil konden we diezelfde avond nog voor een laatste keer genieten van een vertrouwd en dus lang, relaxt, smaakvol en met goede wijnen doordrenkt avondje Lundi. Maar waar Het op Zondag definitief ten grave werd gedragen – met een in al zijn somberheid tamelijk hilarische, op begraafplaats Groenesteeg geschoten coverfoto -, gaat Lundi door. Als Bar & Bas, waar wij het vanavond dus voor het eerst op een brassen zetten. Het oog voor kwaliteit, het gevoel voor goed gastheerschap, de neus voor prachtige wijnen en vooral de liefde voor het vak van naamgever Bas een klein beetje kennende, zal het vast en zeker niet voor het laatst zijn!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column