Maandelijks archief: december 2015

Paradijs

Hoe zag het paradijs er uit? Hemels, natuurlijk, maar dan nog: wat voor de een hemels is, zal de ander als een helse beproeving ervaren. Een redacteur van deze krant gunde ons een onthullend kijkje in zijn ziel door in een bijschrift onder een wat knullige ‘artist impression’ zijn beeld van de Hof van Eden te schetsen. Op de geshopte foto zag de Leidse Boommarkt er volgens mijn Witte Weekblad-collega ‘een beetje zoals het paradijs’ uit: ‘met groene bomen, tevreden vogels, picknickende mensen en dobberende meisjes.’

Die artist impression was gemaakt door Alex Friso van GroenLinks. Met de wens de binnenstad te vergroenen doet deze partij – in tegenstelling tot de Boommarkt – zijn naam wél eer aan. Mij lijkt het een prima idee. Om de Leidse straten zo in te richten dat de straatnaam wat meer hout snijdt, bedoel ik dan. De Steenstraat en de Steenschuur zijn al klaar. En verder dus bomen op de Boommarkt, hagen op de Haagweg, hooi op de Hooigracht, zand in de Zandstraat en water door de Watersteeg.

In de categorie dieren keren zo niet alleen de varkens, de lammeren, de schapen, de runderen en de ossen en paarden terug in het straatbeeld, maar waggelen er opeens ook pelikanen door de Pelikaanstraat. Hoe we kabeljauwen door de Kabeljauwsteeg kunnen laten zwemmen en moeten voorkomen dat het op de Beestenmarkt een beestenbende wordt, zijn nog wel wat aandachtspuntjes. Verder met personen dan maar: heren in de Herenstraat, nog meer mannen in het Meermanshofje en vrouwen in de Vrouwensteeg (waarbij prinsessen een eigen kade, en nonnen – net als bakkers en dieven – een eigen steeg krijgen). Dieven? Daar gáát ons Leidse paradijs! Misschien moeten we die maar achterwege laten dan, net als schutters, galgen en kooien. Ik wens u een mooie jaarwisseling en een hemels nieuwjaar toe!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Slechte slogans

‘Iedere paal gaat er in!’ Deze slogan werd vorige week gekozen tot de slechtste slogan van 2015. Op zich slaat heibedrijf Steenman uit Oosterblokker de plank met deze tekst niet eens heel erg mis, maar in de ‘kontext’ – de slogan prijkt achter op de koersbroekjes van een dameswielerploeg – lijkt het me een meer dan terechte winnaar. Vorig jaar gooide de Leidse kledingwinkel Versteegh in dezelfde verkiezing nog hoge ogen. Niet met ‘Haal je broek op bij Versteegh’, maar met de in Leiden eveneens al jaren bekende slagzin ‘Eén broek voor twee billen’.

Op de 3-oktobermarkt zag ik dit jaar ‘U bent nooit te moe voor een loempia van Fu’, en dat was wat mij betreft zonder meer een kanshebber geweest. Voor Leidenaren die net als ik groot zijn geworden met de befaamde, moddervette maar stiekem o zo lekkere, in krantenpapier verpakte ‘loempia’s van de markt’ (van die Chinese mevrouw met het torenhoge haar) is er trouwens goed nieuws: deze typisch Leidse loempia’s zijn terug! Fu opende onlangs een klein winkeltje aan het einde van de Haarlemmerstraat, waar het bord met de nogal dubieuze slogan een vaste plek voor de deur heeft gekregen.

Middenstanders die hun eigen teksten schrijven… Soms pakt het verrassend goed uit, maar vaak ook niet. Bij banketbakkerij Jacobs bijvoorbeeld. Ze doen echt enorm hun best, door zich in de sinterklaastijd als de beste brokkenmakers te manifesteren en onlangs nog met de kerstslagzin ‘Grijp je krans’. Maar met taalfouten en misbaksels als ‘Gevuld Speculaas’ en ‘Wie wat bewaard die heeft wat’ (over brokken maken gesproken!) bakken ze ze soms ook wel heel erg bruin. Niet élke paal gaat er in, zeg maar, en dat is jammer. Al die slechte slogans tonen wel aan dat copywriting, net als banketbakken, een vak is. En laat dat nu net míjn vak zijn!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Kerstpost

Het leek wel een wedstrijdje. Sinterklaas had zijn hielen nog niet gelicht, of de foto’s van opgetuigde kerstbomen vlogen me via de sociale media al om de oren. Ook in Leiden zag ik die gure zesde december veel mensen met een boom zeulen. Alsof we massaal genoeg hadden van de pietendiscussie en ons zodra het kon in kerstsferen hulden.

Ook opmerkelijk: opvallend vaak hoorde ik ‘Ik stuur dit jaar geen kerstkaarten meer, hoor…’ Zelf ben ik daar al veel eerder mee gestopt – omdat ik het weinig vind toevoegen, maar ook omdat je maar moet afwachten of je kerstpost wel op tijd bezorgd wordt. Zo stuitte ik onlangs op een brief waarin ene Pieter Derksen uit Amsterdam zijn vader, moeder, broers en zussen ‘een zalig hoogtyd van Korstyd en ook een geluk eijnde van het ouwe jaar’ wenst. Derksen schreef dit op 9 december 1800. Zijn schrijven werd nooit bezorgd.

Ik ontdekte de brief na het lezen van een artikeltje over de samenwerking tussen Universiteit Leiden en het Museum voor Communicatie in Den Haag. Daarin vertelde museumdirecteur Heleen Buijs over een kist, waarin een postbode uit Doesburg zo’n 2300 zeventiende eeuwse brieven had bewaard die hij – omdat de ontvangers de portokosten niet wilden betalen – eigenlijk had moeten vernietigen. Haar museum en onze universiteit zouden de ongeopende post gaan ontsluiten. Nieuwsgierig geworden stuitte ik op internet op een al veel eerder door Renaat Gaspar verzorgde transcriptie van alle 806 brieven uit een eveneens Doesburgse kist. Deze brieven kwamen niet uit de 17e eeuw, maar uit de periode 1777-1821. Of directeur Buijs neemt het niet zo heel nauw met jaar- en aantallen, óf rond de mosterdstad bevindt zich een soort Bermuda-driehoek voor poststukken. Misschien handig om te weten, als uw kerstpost dit jaar niet bezorgd wordt…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

15 km/u

Vorige week nam ik de bus. Dat mag in de krant, want dat doe ik echt zelden in mijn eigen Leiden. Buienradar liet me echter weinig keus. De buschauffeur was van het type ‘gas op die lolly’, en voor ik het wist had ik mijn bestemming bereikt. Toeval of niet, nog diezelfde avond las ik dat de buurtvereniging Pieters- en Academiewijk bij wethouder Strijk zijn beklag had gedaan over te hard rijdende chauffeurs op de Breestraat.

De afspraak tussen Arriva en de gemeente is dat bussen daar maximaal 15 kilometer per uur mogen rijden, en die snelheid wordt stelselmatig overschreden. Chauffeurs die op hun rijgedrag werden aangesproken, zouden schouderophalend geantwoord hebben dat ze de wet niet overtreden. Volgens mij is dat onzin, want aan beide zijden van de Breestraat staan borden die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten. De vraag waaróm zij dan te hard rijden, laat zich verrassend eenvoudig beantwoorden.

Wie de haltetijden van de bussen bestudeert – en dat hoeft u niet meer te doen, want dat deed ik al voor u -, zal zien dat de meeste buschauffeurs welgeteld vier, en op een paar lijnen zelfs maar drie minuten hebben om van halte Steenstraat naar halte Korevaarstraat te rijden. De afstand tussen die twee haltes is exact 1100 meter. Zou de bus in één keer doorrijden en dus niet stoppen bij het Stadhuis, dan zou gemiddeld 16,5 km/u moeten worden gereden. Voor 300 meter van de route geldt weliswaar geen snelheidsbeperking, maar ook daar is het nu niet bepaald lekker doorkachelen. Kortom: als de chauffeurs zich op de Breestraat aan de maximumsnelheid zouden houden, zou elke bus vertraging oplopen. En dus kan Robert Strijk in zijn aangekondigde gesprek met Arriva maar één ding doen: aandringen op een aanpassing van de dienstregelingen. Ik ben benieuwd hoe snel dát gaat.

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Stad van…

Vorige week las ik ergens dat Leiden de ‘stad van kinderrechten’ zou zijn. Waarom precies werd me niet helemaal duidelijk, en hoe houdbaar die claim is lijkt me sowieso de vraag. Nog geen maand geleden immers blies Utrecht hoog van de Domtoren door de ambitie uit te spreken dé kinderrechtenstad van het land te willen worden. Voor onze stad blijft er gelukkig nog genoeg over, want de ‘Leiden, stad van…’-formule wordt te pas, en soms ook te onpas, gebruikt.

Zo herinner ik mij Leiden, stad van boeken. Van makers (huh?). Van cultuur, historie en kennis. Van ambities. Van hutspot, haring en wittebrood. Van vluchtelingen (heel actueel!), en natuurlijk: Leiden, stad van mijn hart. Maar de bekendste aller ‘stad van…’-uitingen is zonder enige twijfel Leiden, stad van ontdekkingen. Tien in onze stad ontdekte natuurkundige formules, die net als de vele muurgedichten op Leidse blinde muren zullen worden aangebracht (de eerste, van niemand minder dan Albert Einstein, werd vorige week al onthuld), tonen aan dat we in de fysica toonaangevend waren en naar verluidt nog altijd zijn. Maar wat behelzen die ontdekkingen waar Leiden de stad van zou zijn nu eigenlijk nog meer?

Onlangs ontdekte ik in Google Play een app van de ‘Stichting Leidse Ontdekkingen’ – jazeker, die stichting bestaat! Strikt genomen kunnen niet alle 28 daarin met gepaste trots gepresenteerde Leidse ‘trofeeën’ daadwerkelijk ontdekkingen worden genoemd, maar dat neemt niet weg dat de lijst zonder meer indrukwekkend is. Dat metaal uitzet als je het verhit, werd in Leiden ontdekt. De eerste Europese tulp bloeide in Leiden. En zonder onze stad geen grondwet, geen archeologie, geen decimale breuk, geen supergeleiding en geen patiëntgerichte geneeskunde. Nu Utrecht weer! Dus… Leiden? Stad van onschatbare waarde!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column