Maandelijks archief: juli 2016

Hudson aan de Rijn

‘Een donkere plek.’ Zo noemde wethouder Robert Strijk het leegstaande pand van V&D in onze binnenstad onlangs in het NOS Journaal. Deze zomer is er weliswaar een tijdelijk en alleraardigst pop-up-warenhuis gevestigd, maar ook op de lange termijn zijn we van deze donkere plek bevrijd. Door Canadezen. Over iets meer dan een jaar, in de nazomer van 2017, strijkt de Canadese warenhuisketen Hudson’s Bay neer aan de Rijn. Mode en accessoires in een segment dat ergens tussen V&D en de Bijenkorf in ligt. Wie op internet even naar thebay.com surft, weet genoeg.

Of Leiden nu echt zit te wachten op Hudson’s Bay moet nog maar blijken, maar de definitieve bevestiging dat het onlangs zo schitterend gerenoveerde pand tussen de Breestraat en de Aalmarkt zijn warenhuisfunctie behoudt, is hoe dan ook goed nieuws. Want wat was het schrikken, toen Vroom & Dreesmann na een lange geschiedenis van meer dan 125 jaar op de fles ging. Ik dook uit pure nieuwsgierigheid even in de historie van Hudson’s Bay, en die bleek nog veel indrukwekkender.

De geschiedenis van deze naar een immense Canadese binnenzee genoemde handelsorganisatie gaat namelijk terug naar 2 mei 1670. Om een beeld te schetsen: onze singels waren toen nog maar net gegraven, de poorten verplaatst en de Leidse binnenstad had juist zijn huidige en dus definitieve contouren gekregen. Hudson’s Bay Company was een VOC-achtige organisatie die zich aanvankelijk toelegde op de pelshandel met indianen. Er is in 1941 zelfs een speelfilm over gemaakt, die in ons land pas in 1949 in première ging. Het is geen hoogvlieger, als we de reviews op Internet Movie Database mogen geloven. Laten we hopen dat dat voor het nieuw in onze stad te openen warenhuis anders is, zodat dit hele verhaal volgend jaar toch nog een happy end krijgt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leologismen

Vorige week had ik het over de ‘verpretparkisering’ van onze stad. Nog even los van de inhoudelijke discussie (dat loopt allemaal wel los, is mijn stellige overtuiging) is dat een vrolijk, nieuw woord dat tot de verbeelding spreekt, dat in één keer duidelijk is en dat nog maar eens aantoont hoe leuk het is om onze taal zo nu en dan zelf te verrijken met nieuwe woorden, samenstellingen of verbuigingen.

In de Stadskrant van vorige week kwam ik nog zo’n woord tegen: ‘spooronderdoorgang’. Het stond boven een stukje over de werkzaamheden aan de Kanaalweg, waar de weg deels verdiept wordt, zodat de auto’s onder het – nog altijd enkele – spoor door kunnen rijden. Een soort omgekeerde spoortunnel dus, waarin juist de trein de grond in duikt. Was er hier wel een nieuw woord nodig, en volstond spoor- of treinviaduct niet? Of wekken die twee woorden weer te veel de suggestie dat het spoor hoger komt te liggen en de weg gelijkvloers blijft? ‘Onderspoorgang’ had ook gekund, bedacht ik op een creatief moment.

Het kan nog creatiever. Rond de herinrichting van het gebied rond de Morspoort is een discussie ontstaan die doet denken aan de ophef rond de verbouwing van het Amsterdamse Rijksmuseum. Zoals fietsers daar even dreigden voortaan om het museum heen te moeten sturen, in plaats van door de vertrouwde tunnel (of is het een onderdoorgang?), is het hier sinds kort echt niet meer mogelijk onder de Morspoort door te fietsen. ‘Morspoort niet meer onderdoorfietsbaar’ kopte Sleutelstad.nl. Hoewel ik die hele onderdoorfietsbaarheidsdiscussie nogal overdreven vind, nomineer ik dit neologisme wel alvast voor Leids woord van het jaar 2016. Nu nog een nieuw woord voor nieuwe Leidse woorden. Met ‘Leologismen’ geef ik alvast een voorzet. Wie kopt hem in? Uw reacties zijn als altijd welkom!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

T-Rex-treintje

Pretpark Amsterdam is nu echt klaar met de terreur van het massatoerisme en deporteert bezoekers die in de hoofdstad argeloos op een hop-on-hop-off-bus stappen rechtstreeks naar de provincie. Sinds vorige week stoppen deze Mokumse move-on-fuck-off-bussen ook in Leiden. Of beter: bij Leiden – bij de musea Corpus en Naturalis om precies te zijn. Goed voor onze stad, zeker als deze tweedehands toeristen ook de winkels en horeca in de binnenstad bezoeken.

Helaas liggen beide musea nogal afgelegen. Dat de Stichting Stadsparkeerplan tussen Naturalis (binnenkort ‘home of Trix de T-Rex’) en het centrum elektrische 24-persoons pendelbusjes wil laten rijden, lijkt mij dus een heel goed idee. Maar daar blijkt niet iedereen zo over te denken. Met name CDA en ChristenUnie reageerden buitengemeen fel op het plan. Waarom? Joost mag het weten… Alsof Leiden zich hiermee – de godvrezende politici noemen het ‘verpretparkisering’ – linea recta in het rijtje Sodom en Gomorra schaart. Mij is ook niets bekend van een al dan niet apocrief elfde gebod, dat de inzet van ‘toeristentreintjes’ afkeurt. Iets met Naturalis, Darwin en het scheppingssprookje dan misschien? De EO censureert nog altijd natuurfilms, dus wie zal het zeggen…

Met name de rol van CDA-raadslid en ex-centrummanager Joost Bleijie is opmerkelijk. In zijn vorige job lobbyde hij nog voor busjes tussen Corpus en de stad, nu moet Joost er plots niets meer van weten. Het doet denken aan de 180-graden-draai die D66-wethouder en eveneens ex-centrummanager Robert Strijk ooit maakte in het hoofdpijndossier RijnGouweLijn. Als die lightrail er destijds trouwens was gekomen, hadden we dat duivelse toeristentreintje nu helemaal niet nodig gehad. Maar in de categorie ‘gemiste kansen’ is dát natuurlijk weer een heel ander verhaal.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leiden Culinair

Een paar jaar geleden – ik had wel trek in spareribs, maar geen zin in vieze vingers en gedoe – voorspelde ik dat de tijd ooit rijp zou zijn voor spareribfilet. Ik werd door mijn disgenoten recht in mijn gezicht uitgelachen. Maar inmiddels is de schepping dan toch voltooid: tijdens de laatste editie van Leiden Culinair stonden er bij In den Doofpot – dit jaar de winnaar van het festival – spareribs zonder bot op het menu. Ik heb ze niet geproefd, maar ze zullen vast lekker zijn geweest.

Leiden is namelijk een prima stad voor ‘ribsters’, om de liefhebbers van spareribs maar eens een hippe geuzennaam te geven. De spareribs van Keurslagerij Ed Nozeman in de Van ’t Hoffstraat werden al eerder verkozen tot de beste van het land, en vorige week werd slager Simon van Schaik aan de Lage Rijndijk de winnaar van de landelijke Spareribs Trophy. Zijn gelauwerde spareribs zullen daarom morgen worden geserveerd op het Binnenhof, tijdens de traditionele barbecue waarmee het parlementaire jaar wordt afgesloten en politiek Den Haag het zomerreces in gaat.

Iets meer dan een jaar geleden somde ik op deze plek mijn favoriete Leidse horecagelegenheden op. Van dit persoonlijke Leiden Culinair-lijstje is nauwelijks 400 dagen later jammer genoeg niet zo gek veel meer over. Dok 2, toen mijn favoriete lunchterras, is verdwenen, Bar & Bas (voorheen Lundi) sloot vorige maand zijn deuren aan de Turfmarkt en ook Bennies, destijds nog mijn vaste sparerib-adresje, bestaat intussen niet meer. Terrassen zijn er volop in de stad, eigenaar Bas van Bakel van Bar & Bas opent vroeg of laat ongetwijfeld iets nieuws, maar naar de lekkerste spareribs van Leiden ben ik nog altijd op zoek. Voorlopig voert Eigenwijs op de Hoge Rijndijk mijn lijstje aan, maar wie rib-tips heeft, mag zich altijd melden!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column