Maandelijks archief: januari 2017

Koekenbakkers

Ons Leidsch Dagblad bevindt zich in de gevarenzone. TMG, de uitgever van de krant (en ook van deze krant, trouwens) wil fors snijden in de redacties van de regionale dagbladen: een op de vier journalisten moet verdwijnen, zo werd op oudejaarsdag bekend. De lokale nieuwsmakers protesteren, niet alleen voor het behoud van hun eigen baan, maar ook omdat een krant als het Leidsch Dagblad een publieke, maatschappelijke en politieke taak heeft.

‘Dit is mijn krant!’ roept burgemeester Lenferink de journalisten na. Voor zijn steunbetuiging liet hij zich fotograferen met een editie van het Leidsch Dagblad met – heel veelzeggend – in grote letters ‘UITVERKOOP’ op de achterpagina. ‘Een krant is geen koekjesfabriek,’ aldus Lenferink. Zelfs Pieter van Vollenhoven, die zoveel rampen heeft onderzocht dat hij deze ramp nu eens voor wil zijn, schoot het LD nogal opzichtig te hulp: Als het Leidsch Dagblad in 1965 geen lucht had gekregen van zijn relatie met prinses Margriet, had de RVD de bekendmaking van de verloving op de lange baan geschoven, zo vertelde hij in de week dat de twee hun gouden bruiloft vierden.

Destijds ontkende de krant op de hoogte te zijn van de romance tussen de in Leiden studerende prinses en de ‘gewone burger’, en meer dan vijftig jaar later doet het LD de lezing van meester Pieter nog altijd bescheiden af als een broodje-aapverhaal. De koekenbakkers! ‘Ja, wij hadden die wereldprimeur in handen,’ hadden ze het verhaal juist nu moeten beamen: ‘Dat was én is de kracht van lokale journalistiek. Een stad als Leiden, waar leden van het koninklijk huis studeren, waar onderzoek regelmatig voor breaking news zorgt en waar het lokale bestuur hofleverancier is voor de landelijke politiek, verdient een goed bezette lokale redactie met ingewijde journalisten.’ Dus…

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Onbeschoft

Vorige week maandag pleitte burgemeester Lies Spruit van Lisse in haar nieuwjaarsspeech voor meer respect. Nog geen 15 kilometer verderop, in een afgeladen Pieterskerk, was dat respect op hetzelfde moment heel ver te zoeken en worstelde haar ambtgenoot Henri Lenferink met de beroerde akoestiek en een tijdens zijn speech op zijn zachtst gezegd nogal rumoerig gehoor.

Het is een van mijn grootste ergernissen: bezoekers die elkaar tijdens concerten oeverloos en op luide toon hun oninteressante vakantieverhalen staan op te dissen. Je komt toch voor de muziek, denk ik dan. Bij een openbare nieuwjaarsreceptie ligt dat misschien net iets anders, maar dan nog is het ronduit onbeschoft om massaal dwars door de toespraak van de burgemeester heen te ouwehoeren. Een kwartiertje je mond houden en luisteren, is dat dan echt al te veel gevraagd vandaag de dag?

Je zou kunnen zeggen dat dit niet Lenferinks beste speech was, en ja, ik heb hem zijn burgers ook weleens bevlogener horen toespreken. Inhoudelijk koos hij nodeloos stelling, stond hij te weinig boven de partijen en gooide hij een reeks mondiale gebeurtenissen wat al te gemakkelijk op de opmars van de onderbuik. Je zou ook kunnen zeggen dat het geluid te wensen overliet. Meerdere luidsprekers zouden de verstaanbaarheid zeker ten goede zijn gekomen, maar zelfs op nog geen tien meter van zo’n speaker kostte het me al moeite de burgemeester te verstaan. De totale desinteresse en het gebrek aan respect onder de aanwezigen vormden het probleem. Om nog zo’n gênante vertoning volgend jaar te voorkomen daarom nu alvast een goed voornemen voor de tweede maandagavond van 2018: elkaar even tot stilte manen als de burgemeester spreekt. En, zoals de burgermoeder van Lisse terecht betoogde: wat meer respect. Maar dat is sowieso nooit weg!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Onacceptabel

Het is elk nieuw jaar weer zo’n momentje: hoe verliep de jaarwisseling in Leiden en wat vond burgemeester Lenferink daarvan? We hoefden dit keer niet te wachten op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente, want 2016 stond nog niet geparkeerd of onze burgervader reageerde al ferm op het gooien van zwaar, illegaal vuurwerk naar Leidse brandweermannen. ‘Onacceptabel,’ vond hij het. En terecht! Dit soort incidenten zullen hem alleen maar sterken in zijn goede voornemen voor 2017: meer vuurwerkvrije zones en een centraal vuurwerk op de Lammermarkt. Mijn zegen heeft hij.

In Leiden Noord werd een aantal parkeerautomaten opgeblazen. Ongetwijfeld een vorm van hersenloos en door alcohol gevoed vandalisme, maar mochten deze vernielingen een statement zijn, dan zou ik de achterliggende gedachte nog enigszins kunnen volgen. De introductie van betaald parkeren in dit deel van de stad verloopt verre van soepel. Keer op keer zadelt de gemeente de bewoners op met de gevolgen van haar eigen gebrekkige en nodeloos gefaseerde planning. Zelfs ik stond vorig jaar eventjes op ontploffen, en dan hebben wij niet eens een auto!

Onduidelijkheid over data, bezoekerskraskaarten die hun geldigheid verliezen en tijdig maar tijdelijk vervangen moeten worden door weer nieuwe kaarten, met ook al zo’n nog onbepaalde houdbaarheidsdatum… Het verdient allemaal geen schoonheidsprijs, net zo min als de vage vragen in de DigiD-procedure waarmee die kraskaarten online besteld kunnen worden. Als de gemeente ‘begin 2017’ – aan een concrete datum waagt het Loket Parkeren zich maar niet meer – ook voor de bezoekers van haar bewoners overstapt op kentekenparkeren, zou aan alle onduidelijkheid een eind moeten komen, maar na de eigenlijk onacceptabele voorgeschiedenis heb ik daar intussen een heel hard hoofd in.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Gezusters

Mijn jaar begon goed: vanuit onze Rotterdamse hotelkamer aan de Maas hadden we een schitterend uitzicht op het Nationale Vuurwerk op de Erasmusbrug – ook bekend als de Zwaan, de Harp, de Knikbrug, de Wipkip en de Erectie van Peper. Rotterdammers zijn onverslaanbaar in het verzinnen van klinkende bijnamen voor het onroerend goed in hun stad. Want wie weet nog dat de Koopgoot eigenlijk de Beurs Traverse heet? Een nieuwe voetgangersbrug naar Katendrecht, waar prostitutie in vroeger tijden welig tierde, wordt in de volksmond de Hoerenloper genoemd. Man, wat hou ik toch van die stad!

In mijn nog meer geliefde Leiden doen we helaas niet aan dit soort ludieke bijnamen. Goed, ik heb de nieuwbouw van De Nobel in mijn column ooit liefkozend de Roestbak gedoopt, en die bijnaam hoor ik nog wel eens terug, maar verder moet je ze met een lampje zoeken. Het Broodrooster, voor het Lipsiusgebouw aan de Cleveringaplaats schiet me nog te binnen, maar ik vrees dat ik ook dat koosnaampje zelf bedacht heb. Des te leuker dus dat de gemeente de inwoners van Leiden nu uitnodigt mee te denken over de namen voor de vijf nieuwe voetgangersbruggen in het Singelpark. Ik heb mijn voorstel al ingediend.

Oxford, een van de zustersteden van Leiden, krijgt om de stedenband met onze stad te onderstrepen eind dit jaar een Leiden Square – een Leidseplein dus, maar nu eens niet in Amsterdam. Wat is er dan logischer dan een Oxford Bridge (of gewoon Oxfordbrug) in het Singelpark? En laten we nou nog vier zustersteden hebben! De Krefeldbrug, de Toruńbrug, de Juigalpa-brug en de Buffalo City-brug dus. De namen van deze vijf gezusters sluiten mooi aan bij de internationale allure van het park. Heeft u een nog beter idee? Mail dat dan voor 15 februari naar info@singelpark.nl en ding ook mee naar eeuwige roem!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column