Maandelijks archief: juni 2017

Stad van Steen

Van Groningen tot Heerlen en van Rotterdam tot Deventer: in zeker twintig Nederlandse gemeenten is er een Jan Steenstraat. Amsterdam heeft er twee: een eerste en een tweede, en zelfs op Sint Maarten, in Paramaribo en in een suburb van Johannesburg vindt u een Jan Steen Street. In Leiden, de stad waar de schilder woonde, werkte en een kroeg runde – waar hij kortom in 1626 geboren en in 1679 begraven werd, is Steenstraat noch Steenschuur naar hem genoemd. Acht schilderijen in de Lakenhal en een fantasieloze gevelsteen aan de Langebrug, daar moet Jan Havickszoon Steen het hier mee doen.

Goed, zo wereldberoemd als zijn tijd- en stadgenoot Rembrandt is hij niet – dat is ook slechts weinigen gegeven. Maar met werk in de collecties van het Rijks, het Louvre, de Hermitage en het Metropolitan is de Leidenaar toch onmiskenbaar een grote meester, die in tegenstelling tot collega Van Rijn zijn stad ook in zijn werk vastlegde. Het Städel in Frankfurt bezit een fraai doek waarop de Vismarkt te zien is, en een levendig kroegtafereel bij De Vliet kwam in Stuttgart terecht. Het door Steen vereeuwigde eerste eeuwfeest van Leidens Ontzet bevindt zich in de collectie van het Louvre, en ook in New York zou zich een 3-oktobertafereel van zijn hand moeten bevinden.

Het is verleidelijk te roepen dat deze op en top Leidse schilderijen ‘natuurlijk’ in De Lakenhal zouden moeten hangen, maar met een Egyptische tempel in Oudheden en de uitheemse collectie van Volkenkunde in gedachten is dat een nogal lastig vol te houden statement. En eerlijk: met slechts één lullige steen voor Steen kunnen we daar ook moeilijk aanspraak op maken. Alleen daarom al, maar ook omdat hij het verdient, zou Jan Steen hier veel meer aandacht moeten krijgen, met een beeld of op zijn minst een straatnaambordje.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Huishouden

Ik zal niet beweren dat ons huishouden er eentje van Jan Steen is, maar er zijn zo van die klussen die bij ons blijven liggen tot een van ons het echt niet langer meer kan aanzien. De ramen zemen bijvoorbeeld. Het grote voordeel van ons uitstelgedrag is wel dat je, als die klus dan toch geklaard is, optimaal eer van je noeste arbeid hebt. Want hoe heerlijk is het om door de dakramen de blauwe lucht weer te kunnen zien, als je de vastgekoekte meeuwenpoep er net met een plamuurmes van af hebt gebikt? Jammer alleen dat die Leidse meeuwen er wat hun sanitaire stops betreft een grote voorkeur voor streeploos gezeemde dakramen op na lijken te houden.

Iets anders wat steevast blijft liggen – of beter: blijft staan – is het woekerende onkruid voor ons huis. Er waren tijden dat de gemeente dat van onze stoep kwam verwijderen, mijmerde ik (terwijl het langzaam tot me doordrong dat ik deze stille wedloop met mevrouw Tjan eerloos dreigde te gaan verliezen). Lange tijd werd dat gedaan met gif, tot de terechte protesten daartegen echt niet meer te negeren waren, daarna met een motormaaiertje. Kwam je thuis, was er flink huisgehouden en zat echt alles onder het weggemaaide groen. Vanaf het bankje van de overburen – op het zuiden, dus lekker in het zonnetje – overzag ik ons oerwoud. Werk aan de winkel, of ik dat nu wilde of niet!

Als in een sprookje zoemde er juist op dat moment een koddig, elektrisch blauw karretje achteruit ons straatje in. Twee prinsen in oranje hesjes stapten uit, rolden twee slangen uit en gingen de ongewenste begroeiing te lijf. Onkruid mag dan de reputatie hebben niet te vergaan, maar tegen CO2-neutraal aan de kook gebracht water bleek het woekergroen toch echt niet opgewassen. Wat een slimme, milieubewuste en bovendien effectieve manier! Binnen een kwartiertje was het in ons straatje wat onkruid betreft een dode boel, die alleen nog maar even opgeruimd hoefde te worden. Van die taak kweet ik me graag, want als gezegd: ik zal niet beweren dat ons huishouden er eentje van Jan Steen is. En dat brengt me op de lezersvraag van deze week: wat weet u eigenlijk van deze zeventiende-eeuwse schilder? U heeft een week de tijd om zich in te lezen, maar kunt ook gewoon mijn Steeksleutels van volgende week afwachten. Dan zet ik deze Leidse meester namelijk een keertje in het zonnetje. Iemand moet het doen, nietwaar? Net als ramen zemen en onkruid wieden…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

T. rexit

Heel even leek dit een wel heel geruisloze transfer te worden: een week geleden trof u deze column nog aan in de allerlaatste editie van het Witte Weekblad, en nu duikt hij alweer op in de allereerste van De Leydenaer. Maar op de valreep bleek er wat meer ruimte beschikbaar te zijn, en als ik die dan tóch heb, wil ik die deze eerste week graag gebruiken om de uitgever en de redactie heel veel succes te wensen met deze voor Leiden totaal nieuwe krant! Tot zover de inleidende beschietingen, hoogste tijd nu om met Steeksleutels nummertje 538 over te gaan tot de orde van de woensdag. Komt-ie aan…

Vorige week, op een mooie pinksterdag, namen meer dan 1200 Leidenaars afscheid van Trix. Voor de gelegenheid was de toegang gratis en was er limonade en taart. Een druk bezocht uitzwaaifeestje dus, want Trix de T. rex gaat op reis. Via Salzburg, waar zij al vanaf volgende week dinsdag te zien is, naar Barcelona, en dan verder naar Parijs en de Chinese entertainmentstad Macau. De afgelopen negen maanden trok de expositie T. rex in Town op de kop af 293.214 bezoekers. Volgens rekenmeesters, zakjapanners en citymarketeers die het weten kunnen, leverde Trix haar nieuwe thuisstad direct en indirect zo’n 3 miljoen euro op.

Zelf had ik een week eerder al afscheid genomen. In alle rust, want Trix’ laatste dinsdag in haar tijdelijke onderkomen in het Pesthuis had ik haar helemaal voor mij alleen. Het was de derde keer dat ik haar bezocht en opnieuw was ik onder de indruk. Van haar kolossale omvang, van haar respectabele leeftijd… Dat dit zeldzaam goed geconserveerde fossiel nu onlosmakelijk met Leiden verbonden is, stemde me trots. ‘We gaan haar wel missen hoor,’ zei de zichtbaar minstens zo trotse medewerkster van Naturalis die mijn e-ticket controleerde. ‘Ja, dat kan ik me voorstellen,’ zei ik. ‘Bliep!’ zei haar handscanner.

En ja, we zullen haar hier nu inderdaad anderhalf jaar moeten missen. Dat lijkt best lang, maar voor de 66 miljoen jaar oude Tyrannosaurus rex stelt het allemaal niet zo heel veel voor. Ik hoop dat Trix tijdens haar wereldreis af en toe nog wat van zich laat horen. Intussen hebben wij hier mooi even de tijd om een spetterend Back Home-feest te organiseren. Begin 2019 zou de nieuwbouw van Naturalis klaar moeten zijn, en natuurlijk krijgt Trix daar de ereplek die ze verdient en die ze dan ook niet meer zal verlaten. Voor altijd in Leiden. Mooi toch?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Bienvenida

Leiden werkt aan de toekomst. De Catharinasteeg is nog niet eens opgeleverd, de inrichting van de Lammermarkt nog in volle gang en de bouw van de parkeergarage aan de Garenmarkt nog maar net begonnen, maar toch zijn de schoppen inmiddels de grond in gegaan voor alweer de volgende rigoureuze ingreep in de Leidse binnenstad: de herinrichting van de Haarlemmerstraat. Al bijna anderhalf jaar is ter hoogte van drogisterij Boerhaave te zien hoe het gaat worden. Rode klinkers, de suggestie van twee trottoirs en aan één zijde klassieke lantaarnpalen. In één woord: smaakvol. Nog tot en met eind november moet er in en rond de belangrijke winkelstraat rekening worden gehouden met werk in uitvoering.

Langs de Hartebrugkerk, op de Lange Mare, komt een middenberm van kiezels met aan weerszijden bomen, zoals op de Hooglandse Kerkgracht – wat mij betreft de mooiste straat van Leiden, dus ook dat juich ik van harte toe. Het is alleen te hopen dat deze strook ook op drukke zaterdagen een wandelpromenade blijft, en als het druk is in de stad niet, zoals de Mare nu, in een overvolle en rommelige fietsenstalling verandert.

Maar dat is nog niet alles. Tegenover C&A maakt een rijtje panden op korte termijn plaats voor een compleet nieuw blok, dat doorloopt tot aan de Stille Rijn. Hier zal, zoveel lijkt intussen wel zeker, de Spaanse modewinkel ZARA haar intrek nemen. Deze Inditex-dochter, die onlangs bekendmaakte haar Europese distributiecentrum in Lelystad te vestigen, speelde al een tijdje hard to get met onze stad, maar komt nu dan dus toch naar Leiden. Voor het eerst sinds 1574 wordt de komst van Spanjaarden hier met gejuich ontvangen, en dat lijkt me terecht: een grote vestiging van deze succesvolle keten is voor het Leidse winkelaanbod gewoon heel erg goed nieuws. Bienvenida dus!

1 reactie

Opgeslagen onder Column