Maandelijks archief: november 2017

Zhdun (2)

‘Het mormel’, ‘een zeekoe’, ‘Snorp’ en ‘a tubby gray blob’ – zo werd het beeld Homunculus Loxodontus van Margriet van Breevoort al liefkozend genoemd. In de zomer van 2016 was het nog de publieksfavoriet van de openluchttentoonstelling Beelden in Leiden, waarna de zittende zeeolifant verhuisde naar het LUMC. In Rusland werd het beeld een hit op internet, en dan vooral in de sociale media, waar het opdook in talloze gephotoshopte plaatjes. Zhdun heet hij daar, of: Zjdoen – ‘de wachtende’. Dit jaar kocht een Russisch mediabedrijf de rechten en inmiddels is er een animatieserie in de maak.

Op een kunstbeurs in Den Haag liep ik vorige maand bij toeval een tweede exemplaar van Zhdun tegen het vadsige lijf. Het was alsof ik een oude bekende tegenkwam. Maar tegelijk dacht ik: hoort dit Leidse mormel eigenlijk niet in De Lakenhal thuis en zou het daar niet op Trix-achtige wijze als publiekstrekker kunnen gaan fungeren? Als ik er curator moderne kunst was, zou ik het zonder enige aarzeling aankopen. Een leuke cashcow ook voor de nieuwe museumwinkel, allemaal van die pluchen Zhduntjes…

Wie nu denkt dat ik doordraaf, moet voor de grap eens op AliExpress kijken, de Chinese webwinkel van Sinkel die anderhalve week geleden – op 11 november, tijdens de ooit zelf in het leven geroepen Singles Day – op één zaterdag maar liefst 25 miljard dollar omzette. U vindt onze Zhdun er in alle soorten, maten en kleuren – voor een paar euro tikt u al een leuk, ongetwijfeld door kinderhandjes in elkaar gezet exemplaar op de koddige kop. De Russen en Chinezen een beetje kennend gaat het hier om handel die Margriet van Breevoort in zekere zin in haar eigen creatie verandert: in een beeldend kunstenaar die tot sint-juttemis wacht op het geld waar ze als schepper van Zhdun gewoon recht op heeft.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Slimme prullenbak

‘Hier papier. Dank u wel!’ Van mijn eerste bezoekje aan de Efteling herinner ik me vooral Holle Bolle Gijs, de pratende prullenbak. Eind jaren vijftig kreeg hij een plekje in het sprookjesbos om er een einde te maken aan de groeiende hoeveelheid zwerfvuil. Slim, zeker voor die tijd, want Gijs was uitgerust met een afzuigsysteem, een sensor en een tweesporenbandrecorder waarvan de tape wekelijks vervangen moest worden – dat dan weer wel.

Onze stad experimenteert meer dan vijftig jaar later ook met slimme prullenbakken, twitterde wethouder Strijk vorige week. Ik dacht dat hij daarmee doelde op de vier nogal lompe Bigbelly’s, die al sinds de zomer in de binnenstad te vinden zijn. Want die zijn behoorlijk slim. Niet omdat ze praten (dat doen ze niet), of een handgreep én een voetpedaal hebben en voorzien zijn van een geïntegreerd asbakje (want dat hebben en zijn ze wel), maar wél omdat ze het afval samenpersen, de reinigingsdienst een seintje geven als ze geleegd moeten worden en daarvoor met het zonnepaneel aan de bovenkant ook nog eens hun eigen energie opwekken. Ze kunnen volgens de Amerikaanse website van de leverancier trouwens nog veel meer, maar ik denk niet dat de gemeente de Wi-Fi- en iBeacon-opties heeft laten activeren.

Maar de foto bij de tweet van Strijk toont de net iets minder lompe prullenbak die wij hier al veel langer kennen. Twee medewerkers van de gemeente staan ernaast en zijn met een rolletje dubbelzijdig Tesa-tape in de weer. Mijn voorgevoel: die Bigbelly loopt te veel in de hier-papieren en Leiden wil proberen of een eigen houtje-touwtje-plakbandjes-variant niet net zo goed functioneert. Het zal mij benieuwen hoeveel provisorisch aangebrachte sensoren er daarbij in hun eigen prullenbak belanden, maar goed, wie gelooft er nu ook in sprookjes?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Niet te filmen

‘Rotterdam is niet te filmen, Rotterdam is vééls te écht,’ dichtte ras-Rotterdammer Jules Deelder over de stad waarvoor ik sinds een paar maanden drie dagen per week ’s ochtends mijn minstens zo echte Leiden verlaat. Vanuit ‘Rotown’, de enige metropool van Nederland, is het in het overzichtelijke en compacte Leiden elke werkdag ook weer heerlijk thuiskomen. Want anders dan in die moderne grootstad aan de Maas is alles in ons historische stadje aan de Rijn uitstekend te belopen en te behappen.

Het prima filmaanbod bijvoorbeeld, al dreigde ik tijdens de twaalfde editie van het Leids Internationaal Film Festival vorige week toch wel even kopje onder te gaan. Maar liefst 15 films zag ik, en vergeleken met mijn vrouw – die er vrij voor nam en er 21 bekeek – is zelfs dat nog aan de bescheiden kant. Buiten het LIFF om is het met twee zalen in het Kijkhuis, drie in het Trianon en vijf in het Lido allemaal heel goed te doen. Maar daar dreigt verandering in te komen.

Binnen een paar jaar opent in het cultuurkwartier aan de Lammermarkt het nieuwe Kijkhuis, met vijf in plaats van twee filmzalen. Daarnaast zijn er vergevorderde plannen voor een heuse ‘megabioscoop’ in het stationsgebied, met maar liefst acht zalen. In al die plannenmakerij blijven Trianon en Lido ook nog eens gewoon bestaan, en daarmee gaat Leiden dus van 10 zalen nu naar – telt u mee? – 21 zalen in pak hem beet 2020. Meer dan een verdubbeling dus, met een filmaanbod dat logischerwijs eveneens meer dan twee keer zo groot zal uitpakken. Ik ga niet zeggen dat dit te veel van het goede of niet te filmen zou zijn, want het vooruitzicht wekelijks kopje onder te kunnen gaan in het filmaanbod van een bruisende culturele stad klinkt wel heel erg aanlokkelijk. Helemaal als die stad ons enige echte eigen Leiden is!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leiden Draait Door

Twee weken geleden promoveerde Onno Blom aan de Leidse Universiteit op zijn vuistdikke biografie ‘Het litteken van de dood’, over het leven en werk van Jan Wolkers. De avond voordat het hora est zou klinken was hij te gast in De Wereld Draait Door, dat de hele uitzending aan de tien jaar eerder op 81-jarige leeftijd overleden schrijver en schilder wijdde. En dat terwijl Wolkers niet eens een Amsterdammer was. Voor één keer was DWDD nu eens geen verkapte AT5-talkshow, maar had de hele uitzending zo op Unity TV gekund. En dat terwijl Wolkers ook al niet uit Leiden kwam.

Behalve Onno Blom waren de Leidenaren Casper Faassen en Jochem Myjer te gast, de beide paranimfen (zeg maar: bruidsmeisjes) van de promovendus. En ook de in Nieuw Leyden woonachtige Nico Dijkshoorn was in zijn rol van huisdichter van de partij. Een prachtig stukje Leiden Promotie dus, al speelde onze stad maar een bescheiden rol. Niet erg, want Leiden draait wel door en zal mede dankzij Bloms noeste arbeid ongetwijfeld de boeken ingaan als dé stad van Wolkers.

Werk in de Lakenhal, een bronzen beeldje in het Plantsoen en zijn Ode aan Rembrandt aan de Oegstgeest-zijde van het station (Oegstgeest is wel het geboortedorp van Wolkers) toonden Wolkers’ band met de stad waar hij als kunstenaar geboren werd al aan. Als de Lakenhal en Universiteit Leiden de financiering rondkrijgen, is onze stad, zo werd vlak na de uitzending van DWDD bekend, ook de eerst aangewezene om de door Blom minutieus doorgeploegde artistieke nalatenschap van de kunstenaar te verwerven. Ik hoop maar dat er bij de herinrichting van de Lakenhal nog een zaaltje kan worden vrijgemaakt. Vooruitlopend hierop is er in de nieuwe culturele hotspot Marktsteeg 10 nu al een erg mooie foto-expositie met portretten van Jan Wolkers te zien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column