Maandelijks archief: april 2017

Meeuwis en meeuwen

‘Was men maar op Brabant zo trots als een Fries,’ zingt de Tilburgse troubadour Guus Meeuwis in zijn alternatieve Brabantse volkslied. Ik heb dit behalve een foeilelijke ook altijd een wat eigenaardige zin gevonden. Op tweede paasdag was ik in Guus’ stad en wandelde ik met een groep Tilburgers de route die ook de koninklijke familie morgen loopt. En ja, Meeuwis heeft wel een punt, want trots toonde het clubje ingezetenen zich allerminst. Deze Kruikenzeikers vroegen zich nog net niet hardop af wat Hunne Koninklijke Hoogheden in godesnaam in hun stad te zoeken hebben.

Als Leidenaar duik ik als van nature in elk gaatje dat ik zie om onze stad in de schijnwerpers te zetten. ‘Wist je dat Armin van Buuren elk jaar op Koningsdag optreedt in zijn eigen stad?’ poch ik dan bijvoorbeeld. Maar dit jaar laat de dj het voor het eerst afweten. Of: ‘Wist je dat de vrolijke paasbloemen op het Sint Pietersplein al jaren van een Leidse bloemist komen?’ Maar sinds vorig jaar is ook dat niet meer het geval. Gelukkig hebben wij hier dan nog talloze troeven achter de hand, maar ik ben bang dat dát in Tilburg misschien toch iets lastiger ligt.

De Spoorzone, die morgen het grootste deel van de koninklijke route bepaalt, is bijvoorbeeld nog volop in ontwikkeling. Ongetwijfeld zal het er zeker op tv op zijn voordeligst uitzien (met 77 koren, 50 pianisten, een 12-jarig Syrisch vluchtelingetje, een zangeresje dat bijna aan lager wal was geraakt en met de onvermijdelijke Guus Meeuwis natuurlijk), maar zo fleurig als in Vaticaanstad met Pasen kan het daar in Tilburg toch onmogelijk worden. In Rome ging het dit jaar trouwens bijna mis, op een manier die mij dan tóch weer aan Leiden deed denken: de bloemdecoraties bleken op de ochtend van urbi et orbi vakkundig vernield. Door… meeuwen!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Gezusters (3)

Toon ik mij een slecht verliezer als ik de winnende namen voor de vijf nieuwe Singelparkbruggen een tikje aan de Baudeteske kant vind? Ik had zoals u hier heeft kunnen lezen zelf al ontdekt dat mijn inzending geen schijn van kans maakte – mijn idee om de bruggen te vernoemen naar onze vijf zustersteden bleek niet uitvoerbaar omdat er op het Waardeiland al twee bescheiden stedenbandbruggetjes bestaan -, dus van teleurstelling over de uitslag is in die zin geen sprake. Maar van de vijf klassiek klinkende fantasienamen die de vijf gezusters nu wel krijgen, word ik ook niet heel erg enthousiast.

Deze niet door Thierry Baudet maar door de professionele naamstrategen Floris Hulsmann en Annedien Hoen bedachte namen hebben helemaal niets met Leiden of met het ontwerp en de plek van de bruggen te maken, en zijn in mijn ogen dus vrijblijvend en volstrekt inwisselbaar. Dat is nog los van dat wat elitaire, verzonnen potjeslatijn mijn grootste bezwaar, maar ja, alea iacta est: jury en gemeente hebben hun oordeel geveld. Het argument dat met de namen Wisenniabrug, Loviumbrug, Helarbrug, Hapynionbrug en Aeldisbrug nieuwe Leidse geschiedenis kan worden geschreven, bleek doorslaggevend. Gefeliciteerd dus, Floris en Annedien! Of: proficiat, dat is in dit geval misschien toepasselijker.

Ik hoop nu stilletjes dat de Leidenaar straks met deze namen aan de haal gaat, zodat op den duur niemand meer weet dat de Ouweknarrenbrug bij het Arsenaalplein officieel de Aeldisbrug heet – zoals in Rotterdam iedereen vergeten is dat de officiële naam van de Koopgoot eigenlijk de Beurs Traverse is. De Don’t worry be happy-brug, dat klinkt ook best oké. En laat de Loviumbrug bij de Zijlpoort maar als de liefdesslotjesbrug door het Leidse leven gaan. Wat ze in Rotterdam kunnen, kunnen wij ook, toch?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Gekkies

De gemeente wil zwemmen in Leids water promoten, verschillende terrasboten dobberen midden in de gracht, en een dronken zwerver kan ternauwernood gered worden uit het koude water van de Oude Rijn. Drie nieuwtjes van vorige week die helemaal niets met elkaar te maken hebben, maar die in mijn hoofd als vanzelf een verhaal vormden. Te veel fantasie soms. Of gewoon inwoner van een stad waar alles mogelijk is, dat kan ook. Want wat zijn we hier in Leiden een stel gekkies bij elkaar.

Dat laatste vindt althans de Amerikaanse antropoloog Mark Neupert, die ons Leidenaren de afgelopen jaren bestudeerde alsof we een indianenstam zijn. Nadat hij zich jarenlang verdiept had in Filipijnse pottenbakkers, voltooide hij onlangs een etnografische documentaire over onze nederzetting. Een van onze opperhoofden, grappenbakker Jochem Myjer, mocht in De Wereld Draait Door vertellen wat hij van die film vond. Het leverde op primetime een potje Leiden-promotie op waar de gemiddelde city marketeer nog een puntje aan kan zuigen. Want Jochem is als elke Leidenaar apetrots op zijn stadje, en dus ook op ‘Cobblestone Stories’, zoals Neuperts film heet.

Matthijs van Nieuwkerk, die zich met zijn La la la Amsterdam-bril op nu eenmaal wat lastig kan verplaatsen in wat er buiten zijn hoofd en de hoofdstad gebeurt, begreep er weer eens weinig van. Zo bijzonder was het toch allemaal niet? Toch wel, Matthijs! Natuurlijk, Amsterdam is ook een oude stad, maar Mokum is verworden tot een pretpark waar het dagelijks leven inmiddels wordt gedomineerd door toerisme. In het authentieke Leiden woont, leeft en werkt de Leidenaar, en zeker vanuit Amerikaans perspectief is dat wel degelijk bijzonder. Laten we hopen dat dat na de film en vooral het aanstekelijk enthousiaste verhaal van Jochem Myjer nog even zo blijft.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Terrasje pakken

We hadden de klok nog maar net een uur vooruit gezet, of het werd lente. Tijd om een terrasje te pakken dus. Of het nu aan Lot of aan haar walvis lag weet ik niet, maar mijn eerste lentelunch van dit jaar viel vorige week een heel klein beetje tegen – hoe mooi Lots zonnige terras er daar aan de Haven ook bij lag.

Jammer! Maar gelukkig zijn er terrassen genoeg in onze binnenstad. Zo’n 180, volgens een rapport van de gemeente. En geloof het of niet, maar volgens datzelfde rapport voldoen 175 daarvan op dit moment nog niet aan de door diezelfde gemeente opgestelde richtlijnen. De vraag die je bij zo’n bizar beroerde score dan natuurlijk eerst moet stellen, is of dit aan de terrassen of aan de richtlijnen ligt. Hoewel de lokale terrasregels met Koninklijke Horeca Nederland zouden zijn afgestemd, doen de uitbaters van de Leidse terrassen de strikte maar tegelijk onduidelijke regelgeving nogal geïrriteerd af als ‘ondernemertje pesten’ – ik zou het in dit geval dan liever ‘terrasje pakken’ willen noemen.

Onduidelijk of niet, vanaf 1 juni wordt er wel degelijk gehandhaafd en moeten terrasmeubilair, parasols en windschermen aan voorwaarden voldoen. Desgevraagd gaf burgemeester Lenferink in een reactie al aan dat er via ontheffingen veel meer mogelijk is dan in de gewraakte terrasregels omschreven is. En dat vind ik dan weer vreemd. Leg dan alleen de eisen vast waarmee in geen geval te marchanderen valt. Want hoe voorkom je willekeur? En… waar ligt de grens? Gaat de gemeente zich straks ook bemoeien met de grootte van de porties, de snelheid van de bediening en de temperatuur van het bier? Bij Lot & de Walvis was dat tijdens mijn terraslunch respectievelijk trouwens te klein, te traag en te lauw, maar misschien moesten ze ook daar nog even wennen aan de nieuwe lente.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column