Maandelijks archief: juli 2011

Tussen Kunst & Kitsch

Onlangs is cultuurwethouder Jan-Jaap de Haan met alles wat onze stad aan cultuur bezit in zijn achterbak naar een opname van ‘Tussen Kunst & Kitsch’ gekacheld. ‘Zo, daar zitten mooie dingetjes bij zeg! En nu wilt u zeker weten wat het waard is?’ vroeg de dienstdoende deskundige. ‘Mwoa, tsja, ach,’ haalde de wethouder quasi ongeïnteresseerd zijn schouders op. ‘Welnu, wij taxeren de totale waarde op zo’n 662 miljoen euro.’

Eigenlijk is het te zot voor woorden dat Leidse bureaus, instanties en managers er een dagtaak aan hebben om toeristen te verleiden een stad te bezoeken waarvan het culturele aanbod een geschatte maatschappelijke waarde van 662 miljoen euro vertegenwoordigt. En nee, die schatting is niet afkomstig van het team van ‘Tussen Kunst & Kitsch’, maar van een onderzoeksbureau, dat daarbij opmerkte dat de aantrekkingskracht van Leiden de afgelopen tien jaar ondanks al die kunst en cultuur wel aanzienlijk minder groot is geworden.

Hoe doen beduidend minder goed bedeelde steden dat, zoals Spijkenisse of het Belgische Charleroi, dat vorig jaar werd verkozen tot de lelijkste stad ter wereld? Het antwoord: heel creatief! Charleroi buit zijn twijfelachtige reputatie uit met een stadswandeling langs onder meer het huis waar de moeder van de schilder Magritte zelfmoord pleegde, de woning van Marc Dutroux en een vuilstortplaats die je zelf kunt beklimmen. En de gemeente Spijkenisse maakte onlangs bekend dat in een nieuwbouwwijk de verschillende fantasiebruggen die op de eurobiljetten zijn afgebeeld een plekje zullen krijgen, waarmee de stad zichzelf in één klap op de Europese kaart zet. Als het die twee gemeenten lukt om kitsch als kunst te verkopen, dan zou het aan de man brengen van het cultureel rijke Leiden toch helemaal een koud kunstje moeten zijn?

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Feestje (2)

Vorige week probeerde ik u ertoe te bewegen het jaarlijkse nachtelijke verjaardagsfeestje van Rembrandt van Rijn mee te vieren. Deze week moet ik – enigszins tot mijn schaamte – bekennen dat ik dit jaar in de nacht van 14 op 15 juli zélf verstek heb laten gaan: ik heb me laten weerhouden door het weer. Een beetje slap, ik geef het toe, al hadden we het vorige week donderdag met 21 uur non stop regen, waarvan het meeste water volgens het KNMI in Leiden viel, natuurlijk niet over zomaar een buitje.

Achteraf ben ik blij dat ik niet gegaan ben, want niet alleen bleef mij daardoor letterlijk een nat pak, maar ook een spreekwoordelijke koude douche bespaard. Na de speech, de krans en de traditionele toost nam een man met een Halbe Zijlstra-masker het woord. Via een megafoon legde ‘de minister’ uit dat Rembrandt niet rendeerde, om vervolgens twee commando’s te instrueren de oude meester te liquideren. Van Rijn kreeg een zwarte doek over zijn hoofd en werd van dichtbij doodgeschoten, aldus de spaarzame berichten over het ‘verstoorde’ feestje.

De opmerkelijke actie houdt wat mij betreft het midden tussen ludiek en luguber, en tussen radicaal en ridicuul. Maar bovenal vind ik het jammer dat de organisatoren hun leuke initiatief – een particulier eerbetoon aan de Leidse schilder omdat die door zijn geboortestad niet op waarde zou worden geschat – hebben geslachtofferd voor een nogal ondoordacht en smakeloos vormgegeven protest tegen landelijke bezuinigingen. Na de Schreeuw om Cultuur en de Mars der Beschaving begin ik het wat de culturele sector betreft steeds somberder in te zien. Niet omdat Den Haag de geldkraan dichtdraait, maar omdat het als het om creativiteit gaat nu al armoe troef is. Een sneue Halbe Zijlstra-parodie is daar naar mijn smaak het zoveelste bewijs van.

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Feestje

Honderdenvijf jaar geleden werd de driehonderdste geboortedag van Rembrandt van Rijn in zijn beide woonplaatsen groots gevierd, zoals in 2006 ook het vierhonderdste geboortejaar van de schilder werd aangegrepen om in Leiden en Amsterdam talloze festiviteiten te organiseren. In 1906 was er een concert in de Hooglandse kerk en kermis (met draaimolen en kop van Jut) op de Burcht. En er was koninklijk bezoek. Koningin Wilhelmina moest, zwanger van wat haar derde miskraam zou blijken, verstek laten gaan, maar koningin-moeder Emma reisde wél per koninklijke trein naar Leiden, waar zij onder grote belangstelling het borstbeeld aan de Witte Singel onthulde.

In meer dan een eeuw is er in zoverre weinig veranderd dat Leidenaren zich ook toen al niet snel positief toonden. Het beeld van de in België geboren Toon Dupuis oogstte veel kritiek. Waarom had een buitenlander de opdracht gekregen en was er geen wedstrijd uitgeschreven? En als Rembrandt de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden woonde, waarom was hij dan als oude, sombere man in brons gegoten? ‘Het mooiste aan het beeld is de plek,’ mopperde iemand een paar weken na de onthulling in het Leidsch Dagblad.

Op deze plek wordt jaarlijks de verjaardag van Rembrandt gevierd, een feestje dat – met uitzondering van vijf jaar geleden, toen de NOS de bijeenkomst rechtstreeks op tv bracht – jaar in, jaar uit hetzelfde verloopt: nadat één weghelft van de Singel met een lint is afgezet volgt een korte maar krachtige speech. Door enige tientallen aanwezigen wordt er vervolgens geproost met korenwijn en tot besluit volgt de act met het wankele keukentrapje en krijgt de jarige Rem een krans om zijn nek geslingerd. Geen grootscheeps evenement dus, maar een kleinschalig, particulier en uiterst sympathiek initiatief. Komt u ook morgennacht?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Krappe zak

‘We praten er nu al jaren over, maar er gebeurt niets,’ verzuchtte een deskundige onlangs in een talkshow, toen het nog altijd hete hangijzer voetbalgeweld voor de zoveelste keer ter sprake kwam. In Leiden hebben we geen betaald voetbal, maar hooligans hebben we wel: ze zijn luidruchtig, vallen onschuldige burgers lastig en maken er op straat een puinhoop van. Ik heb het uiteraard over de talloze meeuwen in de stad. Naar de motieven gis ik nog, maar ik ben er inmiddels heilig van overtuigd dat de gemeente de meeuwenplaag simpelweg niet wíl aanpakken.

Er worden wat posters opgehangen en als u als Leidenaar een meeuwennest signaleert, dan worden de eieren – mits het nest bij wijze van spreken per roltrap te bereiken is – verwijderd. En dan houdt het wel zo’n beetje op, want over de soap rond de gele vuilniszakken zullen we het hier maar niet hebben. Of wel?

Onlangs werden de extra stevige, gele zakken – volgens sommige wetenschappers hebben meeuwen een broertje dood aan de kleur geel, andere meeuwenexperts beweren dat de kleurkeuze op de langere termijn niets uithaalt – opnieuw gratis verspreid. Ze blijken dit jaar alleen te klein voor een doorsnee vuilnisbak. Per ongeluk? Nee, welbewust! Anders stopt u ze te vol. En dan worden ze te zwaar. Voor de vuilnismannen… ‘Er is nu gekozen voor kleinere zakken, ook al worden die dan wellicht minder gebruikt,’ deed gemeentezegsman Fons Delemarre een hopeloze poging het fenomeen krappe zak uit te leggen aan De Telegraaf. ‘Vuilnisman, mogen deze zakken ook mee?’ riep Henk Spaan ooit als men er ergens een potje van maakte – en wat mij betreft doet de gemeente Leiden dat als het om de aanpak van de meeuwenoverlast gaat op onnavolgbare wijze. En de meeuwen? Die cirkelen nog altijd krijsend van plezier boven de Sleutelstad…

1 reactie

Opgeslagen onder Column