Maandelijks archief: juli 2012

Voorbij onze ogen

Twee weken geleden overleed Rutger Kopland. Ik had graag een column aan deze dichter gewijd, maar helaas speelt Leiden in de biografie van Rudi van den Hoofdakker (zijn echte naam) niet bepaald een hoofdrol. Zelfs voor een muurgedicht van Kopland moet u niet in Leiden maar in Den Haag zijn. Toch volgt er nu, als bruggetje, een strofe uit zijn gedicht ‘Tijd’: ‘Zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten van zichzelf: alsof hij ziet waar hij heengaat – een verte voorbij onze ogen.’

Wist Rembrandt waar hij heenging? Zeker is dat hij wist waar hij vandaan kwam: uit Leiden. En hoewel ook de meeste Leidenaars dat wel weten, kwamen er in de nacht van 14 op 15 juli voor het goedbedoelde maar elk jaar weer even provisorische eerbetoon bij zijn borstbeeld aan de Witte Singel nog geen honderd belangstellenden opdraven. Verdient deze wereldberoemde Leidenaar niet meer, en zou de relatie tussen de schilder en zijn stad niet veel beter moeten worden uitgevent?

Er zijn nog twee historische figuren die postuum heel goed als Leids uithangbord kunnen dienen. Wist u bijvoorbeeld dat Mata Hari hier geboren is? Dat wil zeggen: Margreet Zelle was een jaar of 14 toen ze naar onze stad kwam om een opleiding tot kleuterjuf te volgen. Al snel wist ze het hoofd van haar leraar op hol te brengen, en dat was de eerste maar zeker niet de laatste man die als een blok voor haar viel. En zes eeuwen eerder, op 24 juni 1254, kwam Floris V in Leiden ter wereld – ook iets wat zich in ‘een verte voorbij onze ogen’ bevindt. In 1266 werd hij 12 jaar en dat was destijds meerderjarig. Zo ongeveer de eerste grote daad van de graaf was het definitief verlenen van stadsrechten aan zijn geboortestad. In 2016 is dat precies 750 jaar geleden. Zou het al in de agenda’s van onze city marketeers staan?

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Burgernet

Tien maanden geleden ontving ik een hartelijk sms’je van Henri Lenferink. Onze eerste burger heette me welkom bij Burgernet, een experiment dat Leiden veilig en leefbaar moest houden. Zelf verwachtte ik de berichtjes vooral als nieuwsbron te gebruiken: heter van de naald kun je van overvallen en vermissingen in Leiden immers niet op de hoogte worden gebracht. En inderdaad, met geen van de 80 sms’jes die ik sinds dat warme welkom ontving kon ik uit de voeten. Meestal was ik namelijk niet eens in de buurt.

Toen er op 31 januari in de Merenwijk een 21-jarige vrouw werd vermist, scrolde ik me meer dan 3500 kilometer zuidelijker op de luchthaven van Hurghada net een weg door de sms’jes van opdringerige Egyptische telco’s. Ik heb daar nog wel even uitgekeken naar een dame met een knotje, blauwe panty’s en zwarte regenlaarzen, maar tevergeefs. Als burger kún je in een bereikbaarheidsrooster wel aangeven wanneer je geen berichten wilt ontvangen, maar dat is tijdens het pakken van je koffers wel het laatste waar je aan denkt.

De eerste reacties op Burgernet, dat in 1993 werd bedacht door een Ridderkerkse diender, waren niet louter enthousiast. Een netwerk van alerte burgers riep associaties op met de NSB, de Securitate en de Stasi. Die geluiden heb ik hier gelukkig niet gehoord: gemeente en politie beschouwen het experiment als geslaagd en Burgernet wordt in Leiden nu structureel ingevoerd. Omdat mij als deelnemend burger niets gevraagd is, volgen hier – hoe alert – vier tips ter verbetering: 1. Verzend alleen sms’jes naar burgers die zich rond Leidse gsm-masten bevinden. 2. Misbruik Burgernet niet voor voorlichting. 3. Voorkom jargon en onbegrijpelijke afkortingen (ve = verdachte?). En 4. Bega geen taalmisdaden als ‘ringbaartje’ en ‘de politie vraagd u’ meer. Einde bericht.

3 reacties

Opgeslagen onder Column

Vrijgezel

Precies een maand ben ik nu forens en verlaat ik Leiden ’s ochtends – afhankelijk van de grillen van de NS – ergens rond de klok van kwart voor acht. Voor mij was het nieuw: werken buiten de Leidse regio, op een plek waar uw en mijn stad niet centraal staat. Maar ook bij mijn nieuwe collega’s is onze woon- en verblijfplaats niet onbekend, zo bleek keer op keer tijdens de vrijblijvende kennismakingsgesprekjes bij de koffieautomaat. Een eerste had er gestudeerd, een tweede had er familie wonen, een derde was er jaren geleden bij toeval eens op 3 oktober verzeild geraakt en wist nu nog steeds niet precies wat hem destijds was overkomen, en een vierde vroeg me of ik vrijgezel was.

Ik geef toe, ik zag ‘m ook niet aankomen. ‘Er komt in Leiden toch een park voor vrijgezellen?’ vroeg hij. Ik tastte in het duister en reikte naar mijn koffie. ‘Dat hoorde ik, iets over een Single-park.’ Het klonk hoopvol. Ik hielp hem uit de droom en ontvouwde hem de onze, de droom van het Singelpark. Eind juni werden er zes plannen gepresenteerd die de verwezenlijking van die droom weer een stapje dichterbij brachten. De gemeente stelde al zo’n 1500 euro per strekkende meter beschikbaar en de Vrienden van het Singelpark hopen op hun beurt nog eens 9,3 miljoen aan private fondsen te werven.

De zes plannen, die nog tot 9 september in zes kassen in de tuin van het Museum Volkenkunde te zien zijn, prikkelen de fantasie. Wat te denken van een door de restwarmte van de energiecentrale aan de Maresingel verwarmd bubbelbad? Het lijkt me een geweldige ontmoetingsplek, of je nu vrijgezel bent of niet. Met het meer dan zes kilometer lange Singelpark wordt Leiden een nog fijnere stad om ’s avonds – afhankelijk van de grillen van de NS – ergens rond de klok van zes weer thuis te komen. Ik kan niet wachten!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

(Weder)geboorte

Dick de Vos van de Partij voor de Dieren zal er vorige week geen beschuitje met vrije-uitloopmuisjes op hebben gegeten: als het aan hem had gelegen zou Circus Renaissance zijn tent überhaupt niet aan de Boshuizerkade hebben opgeslagen. Leiden was dan een unieke gebeurtenis misgelopen, want zouden er in onze stad ooit eerder drie Siberische tijgertjes geboren zijn? Welke kanttekeningen je ook bij circusacts met wilde dieren wilt en kunt plaatsen, de beelden van de drie tijgerwelpjes laten denk ik niemand Siberisch. Het circus schreef een prijsvraag uit en voor de bedenkers van de drie leukste namen lagen vrijkaarten voor het hele gezin klaar.

Toen ik het bericht las schoten me direct de namen Jan, Lucas en Rembrandt te binnen. Echte tijgernamen? Nee, dat misschien niet, maar de namen van de drie Leidse renaissanceschilders Steen, Van Leyden en Van Rijn zijn met het oog op hun geboorteplaats en de naam van het circus natuurlijk wel heel toepasselijk. Maar ook nogal voor de hand liggend, zo bleek toen ik ’s avonds op Twitter keek, waar cultuurwethouder Jan-Jaap de Haan exact dezelfde namen opperde. Vlak voordat het verkiezingscircus losbarst vraag ik me nu af of ik me zorgen moet gaan maken, want er in de aanloop naar 12 september precies dezelfde gedachtengang op nahouden als de nummer 53 van de kieslijst van het CDA… daar moest ik maar geen gewoonte van maken!

Welke namen ik verder ook bedacht, ze deden gekunsteld aan. Jochem en Armin, maar een derde alom bekende Leidse podiumtijger schoot me niet zo snel te binnen. Notoire Leidse kroegtijgers dan, zoals Wouter, Bas en Roeland van het trio Barry Badpak… Maar het ging om tijgertjes, niet om kameeltjes. Nee, die eerste, voor de hand liggende gedachte bleek als zo vaak de beste. Jan, Jaap en Tjan dan dus maar?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column