Categorie archief: Column

Zhdun (2)

‘Het mormel’, ‘een zeekoe’, ‘Snorp’ en ‘a tubby gray blob’ – zo werd het beeld Homunculus Loxodontus van Margriet van Breevoort al liefkozend genoemd. In de zomer van 2016 was het nog de publieksfavoriet van de openluchttentoonstelling Beelden in Leiden, waarna de zittende zeeolifant verhuisde naar het LUMC. In Rusland werd het beeld een hit op internet, en dan vooral in de sociale media, waar het opdook in talloze gephotoshopte plaatjes. Zhdun heet hij daar, of: Zjdoen – ‘de wachtende’. Dit jaar kocht een Russisch mediabedrijf de rechten en inmiddels is er een animatieserie in de maak.

Op een kunstbeurs in Den Haag liep ik vorige maand bij toeval een tweede exemplaar van Zhdun tegen het vadsige lijf. Het was alsof ik een oude bekende tegenkwam. Maar tegelijk dacht ik: hoort dit Leidse mormel eigenlijk niet in De Lakenhal thuis en zou het daar niet op Trix-achtige wijze als publiekstrekker kunnen gaan fungeren? Als ik er curator moderne kunst was, zou ik het zonder enige aarzeling aankopen. Een leuke cashcow ook voor de nieuwe museumwinkel, allemaal van die pluchen Zhduntjes…

Wie nu denkt dat ik doordraaf, moet voor de grap eens op AliExpress kijken, de Chinese webwinkel van Sinkel die anderhalve week geleden – op 11 november, tijdens de ooit zelf in het leven geroepen Singles Day – op één zaterdag maar liefst 25 miljard dollar omzette. U vindt onze Zhdun er in alle soorten, maten en kleuren – voor een paar euro tikt u al een leuk, ongetwijfeld door kinderhandjes in elkaar gezet exemplaar op de koddige kop. De Russen en Chinezen een beetje kennend gaat het hier om handel die Margriet van Breevoort in zekere zin in haar eigen creatie verandert: in een beeldend kunstenaar die tot sint-juttemis wacht op het geld waar ze als schepper van Zhdun gewoon recht op heeft.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Slimme prullenbak

‘Hier papier. Dank u wel!’ Van mijn eerste bezoekje aan de Efteling herinner ik me vooral Holle Bolle Gijs, de pratende prullenbak. Eind jaren vijftig kreeg hij een plekje in het sprookjesbos om er een einde te maken aan de groeiende hoeveelheid zwerfvuil. Slim, zeker voor die tijd, want Gijs was uitgerust met een afzuigsysteem, een sensor en een tweesporenbandrecorder waarvan de tape wekelijks vervangen moest worden – dat dan weer wel.

Onze stad experimenteert meer dan vijftig jaar later ook met slimme prullenbakken, twitterde wethouder Strijk vorige week. Ik dacht dat hij daarmee doelde op de vier nogal lompe Bigbelly’s, die al sinds de zomer in de binnenstad te vinden zijn. Want die zijn behoorlijk slim. Niet omdat ze praten (dat doen ze niet), of een handgreep én een voetpedaal hebben en voorzien zijn van een geïntegreerd asbakje (want dat hebben en zijn ze wel), maar wél omdat ze het afval samenpersen, de reinigingsdienst een seintje geven als ze geleegd moeten worden en daarvoor met het zonnepaneel aan de bovenkant ook nog eens hun eigen energie opwekken. Ze kunnen volgens de Amerikaanse website van de leverancier trouwens nog veel meer, maar ik denk niet dat de gemeente de Wi-Fi- en iBeacon-opties heeft laten activeren.

Maar de foto bij de tweet van Strijk toont de net iets minder lompe prullenbak die wij hier al veel langer kennen. Twee medewerkers van de gemeente staan ernaast en zijn met een rolletje dubbelzijdig Tesa-tape in de weer. Mijn voorgevoel: die Bigbelly loopt te veel in de hier-papieren en Leiden wil proberen of een eigen houtje-touwtje-plakbandjes-variant niet net zo goed functioneert. Het zal mij benieuwen hoeveel provisorisch aangebrachte sensoren er daarbij in hun eigen prullenbak belanden, maar goed, wie gelooft er nu ook in sprookjes?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Niet te filmen

‘Rotterdam is niet te filmen, Rotterdam is vééls te écht,’ dichtte ras-Rotterdammer Jules Deelder over de stad waarvoor ik sinds een paar maanden drie dagen per week ’s ochtends mijn minstens zo echte Leiden verlaat. Vanuit ‘Rotown’, de enige metropool van Nederland, is het in het overzichtelijke en compacte Leiden elke werkdag ook weer heerlijk thuiskomen. Want anders dan in die moderne grootstad aan de Maas is alles in ons historische stadje aan de Rijn uitstekend te belopen en te behappen.

Het prima filmaanbod bijvoorbeeld, al dreigde ik tijdens de twaalfde editie van het Leids Internationaal Film Festival vorige week toch wel even kopje onder te gaan. Maar liefst 15 films zag ik, en vergeleken met mijn vrouw – die er vrij voor nam en er 21 bekeek – is zelfs dat nog aan de bescheiden kant. Buiten het LIFF om is het met twee zalen in het Kijkhuis, drie in het Trianon en vijf in het Lido allemaal heel goed te doen. Maar daar dreigt verandering in te komen.

Binnen een paar jaar opent in het cultuurkwartier aan de Lammermarkt het nieuwe Kijkhuis, met vijf in plaats van twee filmzalen. Daarnaast zijn er vergevorderde plannen voor een heuse ‘megabioscoop’ in het stationsgebied, met maar liefst acht zalen. In al die plannenmakerij blijven Trianon en Lido ook nog eens gewoon bestaan, en daarmee gaat Leiden dus van 10 zalen nu naar – telt u mee? – 21 zalen in pak hem beet 2020. Meer dan een verdubbeling dus, met een filmaanbod dat logischerwijs eveneens meer dan twee keer zo groot zal uitpakken. Ik ga niet zeggen dat dit te veel van het goede of niet te filmen zou zijn, want het vooruitzicht wekelijks kopje onder te kunnen gaan in het filmaanbod van een bruisende culturele stad klinkt wel heel erg aanlokkelijk. Helemaal als die stad ons enige echte eigen Leiden is!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Leiden Draait Door

Twee weken geleden promoveerde Onno Blom aan de Leidse Universiteit op zijn vuistdikke biografie ‘Het litteken van de dood’, over het leven en werk van Jan Wolkers. De avond voordat het hora est zou klinken was hij te gast in De Wereld Draait Door, dat de hele uitzending aan de tien jaar eerder op 81-jarige leeftijd overleden schrijver en schilder wijdde. En dat terwijl Wolkers niet eens een Amsterdammer was. Voor één keer was DWDD nu eens geen verkapte AT5-talkshow, maar had de hele uitzending zo op Unity TV gekund. En dat terwijl Wolkers ook al niet uit Leiden kwam.

Behalve Onno Blom waren de Leidenaren Casper Faassen en Jochem Myjer te gast, de beide paranimfen (zeg maar: bruidsmeisjes) van de promovendus. En ook de in Nieuw Leyden woonachtige Nico Dijkshoorn was in zijn rol van huisdichter van de partij. Een prachtig stukje Leiden Promotie dus, al speelde onze stad maar een bescheiden rol. Niet erg, want Leiden draait wel door en zal mede dankzij Bloms noeste arbeid ongetwijfeld de boeken ingaan als dé stad van Wolkers.

Werk in de Lakenhal, een bronzen beeldje in het Plantsoen en zijn Ode aan Rembrandt aan de Oegstgeest-zijde van het station (Oegstgeest is wel het geboortedorp van Wolkers) toonden Wolkers’ band met de stad waar hij als kunstenaar geboren werd al aan. Als de Lakenhal en Universiteit Leiden de financiering rondkrijgen, is onze stad, zo werd vlak na de uitzending van DWDD bekend, ook de eerst aangewezene om de door Blom minutieus doorgeploegde artistieke nalatenschap van de kunstenaar te verwerven. Ik hoop maar dat er bij de herinrichting van de Lakenhal nog een zaaltje kan worden vrijgemaakt. Vooruitlopend hierop is er in de nieuwe culturele hotspot Marktsteeg 10 nu al een erg mooie foto-expositie met portretten van Jan Wolkers te zien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

555

Dit is Steeksleutels nummer 555. Sommigen geloven dat getallen met identieke cijfers boodschappen van engelen zijn, waarbij ‘angel number’ 555 zou duiden op grote veranderingen. Voor Thaise chatters is 555 (klinkt als ha-ha-ha) vergelijkbaar met ons LOL. Ik denk bij 555 in eerste instantie aan het vroegere NL08INGB0000000555. Maar voor deze column ging ik op zoek naar 555 in Leiden.

Daarvoor dook ik in het onvolprezen maar juridisch betwiste Leidse online krantenarchief. Natuurlijk is er in onze stad veel geschreven over het gironummer van de gezamenlijke hulporganisaties, veelal in combinatie met lokale acties, maar het getal dook in Leidse kranten veel vaker op. In buitenlands nieuws (het aantal Amerikaanse verkeersdoden in het kerstweekend van 1964 en het gezamenlijke aantal omwentelingen van twee Spoetniks – met het ten dode opgeschreven hondje Laika aan boord van de Spoetnik II – in 1957 bijvoorbeeld), in binnenlands nieuws én in Leids nieuws.

In de oorlogsjaren was 555 het nummer van de voedselbon die Leidenaren recht gaf op een kilo aardappels. Vijftig jaar geleden was 555 op het Stadhuis het toestelnummer van de afdeling Onderwijs en Sportzaken. In 1984 kreeg je bij autobedrijf Van Haasteren 555 liter benzine cadeau bij een Honda Jazz (mijn eerste autootje!). In 1878 verstrekte de Leidse ‘Vereeniging tot Ondersteuning van Behoeftigen Kraamvrouwen enz.’ 555 kannen melk. In het kerstweekend van 1853 stelde het Leidse Werkhuis 555 volwassenen te werk. En in 1958 tenslotte was 555 het aantal in Leiden gerealiseerde woningen… Leuke feitjes, maar behalve dan twee keer een kerstweekend (toch die engelen?) zie ik als verwacht geen verband tussen de berichten. Over iets meer dan twee jaar column nummer 666 – dat klinkt hoe dan ook stukken minder engelachtig (ha-ha-ha).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Kink

Zo goed als wekelijks worden in de Stadskrant de vergunningsaanvragen voor het leggen van kabels gepubliceerd. Er ligt natuurlijk nogal wat aan onzichtbare infrastructuur onder de grond, en het zou een mooie boel worden als elke stroom- of signaalleverancier zomaar de straat open kon graven om er zijn snoeren te trekken. Maar omdat zo’n vergunningsprocedure moeite en vooral veel tijd kost, gaan de verschillende providers om kinken in de kabel voor te zijn regelmatig op zoek naar andere wegen.

Met name van de appelgroene signaalkabels van Ziggo was het me al vaker opgevallen dat die wegen soms ondoorgrondelijk zijn. Zeker in de Leidse binnenstad, waar winkels geen aansluiting hebben maar de erboven gelegen woningen wel, lopen de snoeren soms via de buitenmuur omhoog. Meestal worden ze afgeschermd door een buisje, maar zeker niet altijd. Ongetwijfeld wordt hierbij eerder figuurlijk dan letterlijk de weg van de minste weerstand gekozen, maar op de Nieuwe Beestenmarkt maakte de kabelaar het wel heel erg bont. Te bont, wat mij betreft. Of… zou dit het werk van een creatieve en bovenal zuinige consument zijn geweest?

De coax-kabel waar ik het over heb, kwam ter hoogte van nummer 1, bij de Dukes of Oz, uit de grond, ging – zonder buisje – via de muur omhoog, langs de gevels van het overigens erg fijne Indonesische eethuisje op nummer 3 en de coffeeshop op nummer 5, stak vervolgens als een waslijn de stoep over naar een lantaarnpaal, over de abri van de bushalte heen naar de volgende lantaarnpaal, om pas dan weer terug het trottoir over te steken en bij nummer 17 in de gevel te verdwijnen. Maandenlang heb ik mij erover verbaasd, en net toen ik er een column over had geschreven, was deze groene waslijn eind vorige week plotseling verdwenen. Over kinken in de kabel gesproken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Pleinvrees

De vreugde over het ontzet van Leiden begon ooit aan de Lammenschans, maar het epicentrum van het feest der feesten heeft zich in de loop der eeuwen verplaatst naar de Lammermarkt. En hoewel de stratenmakers daar met man en macht – zelfs ’s avonds en in het weekend – druk met hun klinkertjes in de weer waren, stak bij mij half september toch wel een lichte vorm van pleinvrees de kop op: ze zouden toch wel op tijd klaar zijn? Het scheelde niet veel, maar op 28 september waren ze vertrokken en konden de zwaar beladen vrachtwagens van het reuzenrad de eerste steentjes weer meedogenloos aan gort rijden.

In een eerdere column noemde ik het dak van de ondergrondse parkeergarage een plark, omdat mij niet echt duidelijk was of het nu om een plein of een park ging. De zondag voor Leidens Ontzet was er op NPO2 een documentaire over de internationaal vermaarde tuinarchitect Piet Oudolf, die ook tekende voor het ontwerp van ons plark aan de Lammermarkt. Daarin bleek Oudolf een ware kunstenaar te zijn, die schildert met planten en grassoorten. Op basis van de projecten die hij in de VS realiseerde, zijn mijn verwachtingen hooggespannen. Maar tegelijkertijd is er bij mij opnieuw sprake van plein-, park- dan wel plarkvrees. Want hoe gaat het volgend jaar, als het beplantingsplan van Oudolf is uitgevoerd?

De nu nog lege borders waren dit jaar tijdens Leidens Ontzet nog afgedekt met rijplaten, maar dat lijkt me volgend jaar geen optie. Er is dan dus minder ruimte voor de attracties, en zorgwekkender nog: zijn al die in- en uitheemse planten die Oudolf gebruikt wel tegen ons feestvierende Leidenaren bestand? Een mens lijdt volgens Delfsblauwe tegeltjes het meest door het lijden dat hij vreest. Maar tegen pleinvrees is ook in de oogstrelende ontwerpen van Oudolf geen kruid gewassen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column