Maandelijks archief: juni 2009

Sterfgeval

Anderhalve maand geleden werd ik veertig. Op zich is dat niet iets om over huis-aan-huis te schrijven, te meer daar ik nu niet kan zeggen dat ik al teveel moeite mee heb met die toch best wel mijlpaal-achtige leeftijd. ‘Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn’ heet het dan – en zo is het maar net. Mijn belangrijkste bezwaar tegen ouder worden is dat je steeds vaker en indringender met de dood wordt geconfronteerd, en dat is soms wel even slikken. Vooral omdat het ook steeds vaker generatiegenoten zijn die – veel te vroeg – overlijden.

Komende zondag sterft er een stads- en leeftijdgenoot van me. Ik zal niet zeggen dat hij een dierbare vriend van me is: van tijd tot tijd liep ik hem tegen het lijf en in die zin maakt hij als goede bekende deel uit van mijn leven. Hoewel we in totaal verschillende branches werkzaam waren (hij werkte in de veehouderij), kruisten onze paden elkaar zo nu en dan op feestjes en net als ik hield hij van een goed concert op zijn tijd. Nadat hij door omstandigheden zijn baan had verloren, ging het langzaam maar zeker bergafwaarts met hem. Hij werd ziek – ernstiger dan het zich in eerste instantie liet aanzien. Inmiddels wordt hij al een tijdje kunstmatig in leven gehouden, want op eigen kracht is hij tot niets meer in staat. Direct betrokkenen hebben besloten dat er zondag een einde komt aan zijn bestaan. Wat hij er zelf van vindt, kan ik hem niet meer vragen. Ik zal hem op zijn sterfdag ook niet meer bezoeken, hoewel wie afscheid wil komen nemen naar ik begreep van harte welkom is.

Met maar liefst vier beurzen zingen de Groenoordhallen zondag hun zwanenzang. Het einde van een tijdperk, inderdaad. Zoals zoveel Leidenaren betreur ook ik het onomkeerbare besluit de veertig jaar oude veehallen te slopen. Bouwjaar 1969, net als ik…

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Column

Leiden aan Zee

Reisorganisaties houden er in hun brochures en op hun websites een jargon op na waarvan de spelregels je als consument pas na veel schade en schande een beetje beginnen te dagen. Het rustieke, rustig gelegen hotel uit de aanbieding blijkt negen van de tien keer immers een aftandse accommodatie in de middle of nowhere, als er sprake is van een badkamer met stromend water is het te hopen dat dit niet langs de muren naar beneden sijpelt en wanneer er gerept wordt over een enthousiaste eigenaar die zelf de scepter in de keuken zwaait, dan zal uw verblijf hoogstwaarschijnlijk gekenmerkt worden door slecht eten en een ernstig tekort aan personeel.

Omdat Nederlandse vakantiegangers het deze zomer vanwege de recessie – of omdat ze gewoon braaf gehoor geven aan de oproep die staatssecretaris Frank Heemskerk begin maart deed – veelal in eigen land zoeken, bieden touroperators op dezelfde bedenkelijke wijze nu ook binnenlandse accommodaties aan. Zo stuitte ik in een mailing van Stip Reizen vorige week plots op hotel Het Haagsche Schouw. En geloof het of niet, maar de bestemming waar deze Van der Valk zich volgens de reisorganisatie bevindt is ‘Leiden aan Zee’.

Je moet maar durven. Stip Reizen beweert ook dat het hotel ‘net iets buiten het centrum van de historische stad’ gelegen is. U en ik weten dat het Haagsche Schouw zich een kilometer of vier van het Stadhuisplein bevindt, en dat het naar dit centrum dus wel een kwartiertje of drie lopen is. Maar goed, dat ontdekken de gewaardeerde Stip-klanten vanzelf wel. Zoals ze ook zullen ontdekken dat ‘op korte afstand van de A44’ impliceert dat het verkeer bij wijze van spreken onder je balkon door dendert. Voor lezers die dit jaar écht dicht bij huis willen blijven en deze strandvakantie willen boeken: de reiscode is NLVLE.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column

Spoorzoeker (m/v)

Al jaren prijs ik mij gelukkig als ik van Leiden naar Utrecht heb getreind en voor de verandering eens zonder noemenswaardige vertraging op mijn bestemming ben gearriveerd. Een aansteller ben ik, want eigenlijk zou ik het eerste de beste opperwezen op mijn blote knieën moeten danken voor elke keer dat ik levend, zonder verwondingen of zelfs maar kleerscheuren in de Domstad ben aangekomen. Althans, als we de NS’ers mogen geloven die onlangs in het Leidsch Dagblad uit de school klapten over de deplorabele staat van deze levensgevaarlijke hindernisbaan.

Terwijl ik de verhalen van het spoorwegpersoneel las, dacht ik aan de RijnGouweLijn, die ooit vanaf Gouda via bestaand spoor naar Lammenschans moet gaan boemelen. Bestaat dat spoor nog wel tegen de tijd dat de lightrailverbinding in gebruik wordt genomen? En is die houtjetouwtjeverbinding dan wel opgewassen tegen de extra belasting die ‘onze’ RGL met zich meebrengt?

Ook op het Stadhuis is men wakker geschrokken. Al jaren blijkt er een halve ton per jaar te zijn begroot voor een lobbyist die bij iedereen die in ons land beroepsmatig met treintjes speelt zou moeten soebatten om dubbel spoor. De gemeenteraad vindt het unaniem de hoogste tijd dat zo’n spoorzoeker wordt ingezet. Volgens wethouder John Steegh heeft de landelijke overheid echter al aangegeven in elk geval tot 2020 niet aan dubbel spoor te willen denken. Heeft hij gelijk, dan gooit Leiden tegen beter weten in dus vijf ton over de balk door deze nog te benoemen lobbyist met een kansloze missie het bos in te sturen. De gemeente kan dit geld volgens mij beter in zijn zak houden, om in plaats daarvan samen met reizigersvereniging Rover bij de NS te lobbyen voor een haalbare overstap in de alternatieve maar wél stabiele route naar Utrecht, die via Schiphol.

1 reactie

Opgeslagen onder Column

Euroduswel

Uw Witte Weekblad mag deze weken dan misschien in het teken staan van Holland, morgen mogen we even verder kijken dan de grenzen van eigen stad en land. Voor de zevende keer sinds 1979 worden we in staat gesteld mede te bepalen hoe de 25 Nederlandse zetels in het Europees Parlement worden verdeeld. Leeft Europa in Leiden, vroeg ik me naar aanleiding van de verkiezingen van morgen dan ook af. Van oudsher zijn Leidenaren immers argwanend als het om autoriteiten op afstand gaat en het feit dat het ‘postparlementaire samenwerkingsverband’ Eurodusnie uitgerekend in onze stad zijn oorsprong vindt, doet wat de populariteit van Europa betreft het ergste vermoeden. Slechts 44 procent van de Leidenaren nam in 2004 bij de laatste Europese verkiezingen de moeite de gang naar de stembus te maken. Daar gaan we al, dacht ik dus – tot ik wat beter keek en zag dat die opkomst maar liefst 5 procent hoger lag dan het landelijk gemiddelde.

Vorige week donderdag vond in de Pieterskerk een uitstekend debat plaats tussen de lijsttrekkers van de acht grootste partijen. De kerk zat vol – weliswaar voornamelijk met studenten, maar toch: Europa leeft in Leiden dus wel degelijk. En dat is maar goed ook, aldus burgemeester Lenferink in zijn openingswoord. Hij onderstreepte het belang van Europa voor Leiden in het algemeen en voor de Leidse universiteit in het bijzonder, om terwijl het applaus nog klonk zijn biezen al te pakken om elders in de stad de gemeenteraadsvergadering voor te zitten.

Want hoe boeiend het debat in de Pieterskerk ook was en hoe belangrijk Europa ook is, ook ik ga het volgende week weer gewoon over Leiden hebben. Maar morgen eerst nog even stemmen, voor Europa. Zullen we gezamenlijk eens proberen de opkomst in Leiden geheel tegen de trend in naar meer dan 50% te tillen?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Column